Coördinaten 569

Geüpload 12 april 2015

Uitgevoerd april 2015

-
-
1 m
0 m
0
36
73
145,9 km

1821 maal bekeken, 3 maal gedownload

nabij Zuidbroek, Groningen (Nederland)

Langs 40 oude Groninger Kerken

Fietsen vanaf Zuidhorn via de kust naar Zuidbroek. Langs ongeveer 40 oude Groninger kerken.

De provincie Groningen kent een bijzonder grote kerkdichtheid. Rijdend door Stad en Ommeland werd mijn blik al vroeg getrokken naar de vele kerktorens die als bakens oprijzen uit het landschap. Soms het middelpunt van een grotere plaats, soms niet meer dan een enkel gebouw in een wijds landschap,..

Zowel Zuidhorn als Zuidbroek hebben een station om terug te gaan naar vertrekpunt.



Bekijk meer external

  • Foto van APPINGEDAM: SY
  • Foto van APPINGEDAM: SY
  • Foto van APPINGEDAM: SY
De Nicolaïkerk staat aan de Wijkstraat, van oudsher de hoofdstraat van Appingedam. Het laat-renaissancistische Raadhuis uit 1630 is er tegenaan gebouwd. Het oudste deel van de kerk dateert uit het begin van de 13e eeuw. Mogelijk heeft op die plek al eerder een kerk gestaan. In 1225 werd een zaalkerk gebouwd, gewijd aan Maria. De groei die de stad Appingedam in de middeleeuwen doormaakte, zorgde er waarschijnlijk voor dat de kerk al in de tweede helft van de 13e eeuw werd uitgebouwd tot een kruiskerk met een westtoren. Het koor werd daarbij vergroot, maar werd in het begin van de 14e eeuw alweer verder uitgebouwd en kreeg toen een vijfhoekige afsluiting. In 1331 was de kerk nog aan Maria gewijd, maar enige tijd daarna moet Nicolaï (Sint-Nicolaas) de beschermheilige zijn geworden. In 1408 wordt zijn naam als eerste genoemd in combinatie met de kerk. In de 15e eeuw werden de zijbeuken van de kruiskerk uitgebouwd tot de huidige hallenkerk. De uiteinden van de zijbeuken zijn nog goed te herkennen, doordat de uitbouw zich kenmerkt door grote gotische spitsboogvensters, terwijl de oorspronkelijke zijbeuken kleinere rondboogvensters hebben. De zijbeuken werden in het begin van de 16e eeuw afgesloten met een noorder- en zuiderkapel. Na de Reductie van Groningen ging de rooms-katholieke Nicolaïkerk in 1594 over tot het protestantisme. Dit had gevolgen voor het interieur. Alle katholieke kenmerken verdwenen en de muren werden gewit. In de 17e eeuw kwamen er een rijk met houtsnijwerk bewerkte preekstoel (1665), een dooptuin en een aantal herenbanken. De oorspronkelijke kerktoren werd in 1554 vervangen door een vrijstaande toren. Deze staat afgebeeld op het stadsbeeld van Appingedam op het cartouche onderaan de Coenderskaart en werd in 1834 wegens bouwvalligheid gesloopt. De huidige forse, maar niet hoge, klokkentoren dateert uit 1835 en meet 41 meter. De kerk werd in de periode 1948-1953 gerestaureerd onder de verantwoordelijkheid van de architecten A.R. Wittop Koning en Rienk Offringa. In 2008 is in de Mariakapel een Archeologisch Informatiepunt gerealiseerd
  • Foto van Sint-Laurentiuskerk (Baflo)
  • Foto van Sint-Laurentiuskerk (Baflo)
  • Foto van Sint-Laurentiuskerk (Baflo)
  • Foto van Sint-Laurentiuskerk (Baflo)
De kerk van Baflo is een van de oudste kerken in de provincie Groningen. De kerk met een vrijstaande toren op een verhoogd kerkhof bevindt zich aan de Kostersgang 8 in het dorp Baflo. Het gebouw wordt beheerd door de Protestantse Gemeente Baflo. Waarschijnlijk is er een voorganger geweest van de huidige kerk die nog gesticht is door Liudger in de 8e eeuw. Baflo was een van de proosdijen in de Ommelanden, waarvan wordt aangenomen dat deze teruggaan op de kerkstichtingen van Liudger. De kerk was oorspronkelijk gewijd aan de heilige Laurentius. Keizer Hendrik III schonk de kerk aan de bisschop van Münster. De huidige kerk is gebouwd in het begin van de 12e eeuw, misschien eind 11e eeuw. Het is een eenbeukige kerk met een rechtgesloten koor. De kerk wordt voor het eerst genoemd in 1211 en was toen opgebouwd uit tufsteen, waarvan nog stukken resteren in het schip. Het huidige koor met versierde rondboogvensters en -nissen dateert waarschijnlijk uit de 13e eeuw. In 1594 verloor de kerk haar positie als proosdij bij de reductie van Groningen. De westgevel werd begin 18e eeuw vernieuwd en bevat gevelstenen uit 1656 en 1808 die wijzen op andere verbouwingen cq. restauraties. Het huidige kerkorgel met twee klavieren en aangehangen pedaal werd gebouwd door Roelf Meijer in 1877. De herenbanken dateren van 1878. Verder bevinden zich er onder andere een offerblok en acht metalen schilden van de grafkisten van het geslacht Jarges. In de kerk liggen een aantal grafzerken; de oudste is van Jacob Halsema (overleden in 1587). De preekstoel is in 1972 overgebracht vanuit de kerk van Engelbert, die als compensatie de preekstoel uit het verdwenen Oterdum heeft gekregen. Toren Op enkele meters ten zuidoosten van de kerk staat de ongelede kerktoren met zadeldak en dakruiter. De onderbouw met rondbogige galmgaten dateert waarschijnlijk uit de 13e eeuw. Mogelijk werd de toren rond 1500 verhoogd en voorzien van de spitsbogige galmgaten boven de ingang. De toren kreeg in 1502 haar klokkenstoel met een luidklok (diameter: 87,3 cm) van Geert van Wou. In 1818 werd aan zuidzijde een stenen zonnewijzerplaat geplaatst. Alleen de toren is eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken.
Bierum Groningen, NLD
Breede Groningen, NLD
Den Andel Groningen, NLD
  • Foto van DEN HAM kerk
  • Foto van DEN HAM kerk
  • Foto van DEN HAM kerk
  • Foto van DEN HAM kerk
Het kerkje van het dorp stamt in eerste aanleg uit de 16e eeuw, maar werd in 1729 bijna geheel herbouwd. Het staat boven op een nog geheel gave wierde, die gelegen is op een oude oeverwal, die vroeger buitendijks lag. De kerk lag net als de ernaast gelegen pastorie tot de eerste helft van de Twintigste Eeuw buiten het dorp, aan de zuidwestelijke rand van het oude gehucht Biggestaart. Onder het koor van de kerk ligt de oude grafkelder van de familie De Mepsche.
Eenum Groningen, NLD
  • Foto van Eppenhuizen
  • Foto van Eppenhuizen
  • Foto van Eppenhuizen
Tussen de weg en het dorp staat een in 1882 gebouwd zaalkerkje, dat tegenwoordig dienst doet als woning. Het kerkje is op de plaats gekomen van de eveneens in 1882 afgebroken middeleeuwse kerk met een daarvan losstaande toren.
  • Foto van Ezinge
  • Foto van Ezinge
  • Foto van Ezinge
  • Foto van Ezinge
De Kerk van Ezinge is een romaanse zaalkerk, die gebouwd werd op een wierde in de 13e eeuw in Ezinge in de provincie Groningen. Ook de vrijstaande toren dateert uit deze periode. Geschiedenis[bewerken] Het Freytagorgel De oorspronkelijke ingangen van de kerk zijn dichtgemetseld. Aan de zuidzijde bevond zich de ingang voor mannen en aan de noordzijde de ingang voor vrouwen. De afzonderlijke ingang voor priesters bevond zich ook aan de zuidzijde en is eveneens dichtgemetseld. Aan de westzijde bevinden zich twee gotisch gevormde, weer dichtgemaakte, ingangen.[1] In het interieur bevinden zich een preekstoel en een doophek, die in 1721 zijn gemaakt door de beeldsnijder Jan de Rijk. De 18e-eeuwse herenbank is gemaakt in opdracht van de Groninger burgemeester Albert Hendrik van Swinderen. Het eenklaviers orgel werd volgens Karstkarel in 1793 in de kerk geplaatst door Heinrich Hermann Freytag, een leerling van Hinsz. Volgens Plas dateert het orgel uit het midden van de 18e eeuw en werd het in 1868 gerestaureerd en in de kerk geplaatst door de orgelbouwer Petrus van Oeckelen.[2] Het monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed volgt de opvatting van Karstkarel en voegt daaraan toe dat het orgel in 1868 door Van Oeckelen is hersteld.[3] De kerk werd in 1959 gerestaureerd en is erkend als een rijksmonument. Ook de vrijstaande toren en de tegen de toren aan gebouwde woning bezitten de status van rijksmonument. Het gebouwtje bij de toren was oorspronkelijk een kosterij annex schooltje. Het gebouw doet dienst als vergaderruimte. In 2011-2013 werden kerk en orgel opnieuw gerestaureerd.
Feerwerd Groningen, NLD
  • Foto van Kerk van Fransum
  • Foto van Kerk van Fransum
  • Foto van Kerk van Fransum
De kerk van Fransum is een romaans kerkje dat oorspronkelijk dateert uit de middeleeuwen, in het dorp Fransum in de Nederlandse gemeente Zuidhorn in het Westerkwartier (Groningen). Beschrijving[bewerken] Bij een bodemonderzoek in 1948 werd vastgesteld dat de kerk geen voorgangers heeft gehad. Het kerkgebouw stamt uit het begin van de 13e eeuw en is aangepast in de 16e eeuw. Het schip is het oudste deel. Het driezijdige koor en de westgevel zijn de jongste delen. De kerk heeft geen toren maar een dakruiter. De kerkklok werd in 1704 gegoten door Mammes Fremy, maar werd in 1942 geroofd door de Duitse bezetter. In 1999 werd hiervoor in de plaats een klok uit 1958 uit de Salvatorkerk van Beverwijk geplaatst. In 1809 werden mogelijk de ramen opnieuw verdeeld en vergroot. Dit jaartal is in de dakpannen te zien op oude foto's van vóór de restauratie van 1949. Het kerkje bevat de oudste bakstenen preekstoel van Nederland, die dateert uit de 14e of 15e eeuw.[1] In 1995 werd de preekstoel wit gekalkt. Rond 1843 stonden er in het hele kerspel 29 huizen, waar ongeveer 170 mensen woonden. In 1909 verlieten de laatste kerkgangers het kerkgebouw van Fransum en werd de kerkgemeente Den Ham-Fransum voortgezet vanuit de kerk van Den Ham. De kerk verviel toen snel en raakte overgroeid met hedera. In 1916 verzocht het provinciaal bestuur van Groningen het Rijk om geld voor restauratie, maar door de Eerste Wereldoorlog was dit toen niet mogelijk. In de eerste helft van de jaren 1930 lobbyde de vereniging 'Het Openlucht-Museum' ervoor om de kerk af te breken en weer op te bouwen in het openluchtmuseum in Arnhem. Vanwege de hoge kosten van het vervoer in de crisisjaren werd uiteindelijk alleen het klankbord van de preekstoel overgebracht naar het museum. Het kerkje bleef dus in Fransum, maar geld voor de restauratie kwam pas na de Tweede Wereldoorlog. In 1949 werd de kerk hersteld. In 1953 trok het hervormde bezinningscentrum van dominee Everard Jean Francois Smits in het pand om er twee- of driemaal per zomer bijeen te komen. Omdat het pad naar de kerk echter verwerd tot een modderpad en de toenmalige gemeente Aduard weigerde om geld voor herstel van het pad beschikbaar te stellen, besloot het bezinningscentrum uiteindelijk in 1965 om naar de kerk van Aduard te verkassen. In zijn laatste preek in Fransum in 1965 sprak Smits over de 'doodse verlatenheid' die nu op Fransum zou neerdalen. In 1971 probeerde de Nederlandse monumenten Stichting een kunstenaar te vinden om de kerk aan te verhuren als atelier. De Stichting Oude Groninger Kerken, die de kerk zelf wel wilde overnemen, vond dit misbruik en kwam hiertegen in verweer. Uiteindelijk werd de kerk daarop verhuurd aan de Vereniging voor Huismuziek, die de Stichting Vroedschap oprichtte, die zich sindsdien sterk maakt voor behoud van het kerkje. Sinds 1974 staat in de kerk een kabinetorgel van de orgelbouwers Pels & Van Leeuwen. In 1979 werd de kerk overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken. De dichter C.O. Jellema schreef het gedicht Kerkje van Fransum met de slotregels: "ik zit in het gras / tussen jouw zerken, zo ben je het mooist: / dicht, van het uitblijvend antwoord de schrijn".[2]
  • Foto van Jacobuskerk FRANSUM
  • Foto van Jacobuskerk FRANSUM
  • Foto van Jacobuskerk FRANSUM
De kerk van Fransum is een romaans kerkje dat oorspronkelijk dateert uit de middeleeuwen, in het dorp Fransum in de Nederlandse gemeente Zuidhorn in het Westerkwartier (Groningen). Beschrijving[bewerken] Bij een bodemonderzoek in 1948 werd vastgesteld dat de kerk geen voorgangers heeft gehad. Het kerkgebouw stamt uit het begin van de 13e eeuw en is aangepast in de 16e eeuw. Het schip is het oudste deel. Het driezijdige koor en de westgevel zijn de jongste delen. De kerk heeft geen toren maar een dakruiter. De kerkklok werd in 1704 gegoten door Mammes Fremy, maar werd in 1942 geroofd door de Duitse bezetter. In 1999 werd hiervoor in de plaats een klok uit 1958 uit de Salvatorkerk van Beverwijk geplaatst. In 1809 werden mogelijk de ramen opnieuw verdeeld en vergroot. Dit jaartal is in de dakpannen te zien op oude foto's van vóór de restauratie van 1949. Het kerkje bevat de oudste bakstenen preekstoel van Nederland, die dateert uit de 14e of 15e eeuw.[1] In 1995 werd de preekstoel wit gekalkt. Rond 1843 stonden er in het hele kerspel 29 huizen, waar ongeveer 170 mensen woonden. In 1909 verlieten de laatste kerkgangers het kerkgebouw van Fransum en werd de kerkgemeente Den Ham-Fransum voortgezet vanuit de kerk van Den Ham. De kerk verviel toen snel en raakte overgroeid met hedera. In 1916 verzocht het provinciaal bestuur van Groningen het Rijk om geld voor restauratie, maar door de Eerste Wereldoorlog was dit toen niet mogelijk. In de eerste helft van de jaren 1930 lobbyde de vereniging 'Het Openlucht-Museum' ervoor om de kerk af te breken en weer op te bouwen in het openluchtmuseum in Arnhem. Vanwege de hoge kosten van het vervoer in de crisisjaren werd uiteindelijk alleen het klankbord van de preekstoel overgebracht naar het museum. Het kerkje bleef dus in Fransum, maar geld voor de restauratie kwam pas na de Tweede Wereldoorlog. In 1949 werd de kerk hersteld. In 1953 trok het hervormde bezinningscentrum van dominee Everard Jean Francois Smits in het pand om er twee- of driemaal per zomer bijeen te komen. Omdat het pad naar de kerk echter verwerd tot een modderpad en de toenmalige gemeente Aduard weigerde om geld voor herstel van het pad beschikbaar te stellen, besloot het bezinningscentrum uiteindelijk in 1965 om naar de kerk van Aduard te verkassen. In zijn laatste preek in Fransum in 1965 sprak Smits over de 'doodse verlatenheid' die nu op Fransum zou neerdalen. In 1971 probeerde de Nederlandse monumenten Stichting een kunstenaar te vinden om de kerk aan te verhuren als atelier. De Stichting Oude Groninger Kerken, die de kerk zelf wel wilde overnemen, vond dit misbruik en kwam hiertegen in verweer. Uiteindelijk werd de kerk daarop verhuurd aan de Vereniging voor Huismuziek, die de Stichting Vroedschap oprichtte, die zich sindsdien sterk maakt voor behoud van het kerkje. Sinds 1974 staat in de kerk een kabinetorgel van de orgelbouwers Pels & Van Leeuwen. In 1979 werd de kerk overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken. De dichter C.O. Jellema schreef het gedicht Kerkje van Fransum met de slotregels: "ik zit in het gras / tussen jouw zerken, zo ben je het mooist: / dicht, van het uitblijvend antwoord de schrijn".[2]
Garsthuizen Groningen, NLD
  • Foto van Pancratiuskerk GODLINZE: KERK
  • Foto van Pancratiuskerk GODLINZE: KERK
  • Foto van Pancratiuskerk GODLINZE: KERK
  • Foto van Pancratiuskerk GODLINZE: KERK
De bouw vond allereerst plaats in tufsteen, later werd de kerk verhoogd met baksteen. Ook de bouw van de zadeldaktoren heeft in meerdere fasen plaatsgevonden. Het onderste deel is rond 1200 gebouwd. In de 16e eeuw is de toren verder verhoogd en later meerdere malen hersteld.[1] De torenklok dateert uit 1435 en was gewijd aan de beschermheilige van de kerk, Pancratius. Een belangrijke restauratie vond plaats in 1571, omdat de kerk toen nog net in de rooms-katholieke traditie kon worden hersteld. De opdracht hiertoe werd gegeven door de Groninger bisschop Johannes Knijff. De decoraties zijn aangebracht in een voor dit type kerk zeldzame renaissancestijl. Op een cartouche in het middelste schipgewelf is een tekst aangebracht, die betrekking heeft op deze restaturatie (zie: afbeelding). Deze tekst luidt:[2] "int iaer 1571 is desse kercke neis gere/parert unde ghestoffert bii tiden als den/ erbaren errentfeste luit klant io[n]cker unde hoveli[n]ck / toe godlinse d[ominus] io[ann]es buter ia[n]es ianse[n] peter abels kerckvogeden weren" In het rijk versierde koorgewelf is midden in de sluitring het Lam Gods afgebeeld (zie: afbeelding). Ook zijn er schilderingen van Christoffel, Patrick en Pancratius, van een vrouw met een klokrok en een man met mantel, mogelijk de schenkers van het orgel. Ook worden vier figuren hangend aan een lelietak in Spaanse kledij afgebeeld.[3] Het kerkorgel is in 1704 vervaardigd door de orgelbouwer Arp Schnitger. De orgelkas is ontworpen door de Groninger stadsbouwmeester Allert Meijer met houtsnijwerk van Jan de Rijk.
Holwierde Groningen, NLD
  • Foto van HORNHUIZEN: KE
  • Foto van HORNHUIZEN: KE
  • Foto van HORNHUIZEN: KE
  • Foto van HORNHUIZEN: KE
  • Foto van HORNHUIZEN: KE
Hornhuizen (Gronings: Hörnhoezen) is een dorp in de gemeente De Marne in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp heeft ongeveer 200 inwoners. De naam betekent niet: huizen in de hoek (horn), zoals veelal wordt gedacht, maar verwijst naar het middeleeuwse dorp Houwera, nu nog bekend als De Houw (bij Leens). Het dorp ligt in de uiterste westhoek van deze voormalige gemeente. Het dorp heeft een 19e-eeuwse kerk met een 15e-eeuwse toren. In de 19e eeuw is de top van de toren vervangen door een zogenaamde `lantaarn.' In vroeger tijden heeft de toren wellicht dienst gedaan als baken. De kerk is herbouwd in 1850. Toren en kerk zijn bezit van de Stichting Groninger Kerken. Bedrijvigheid is er alleen nog te vinden in de landbouw. Vroeger stond er bij het dorp een borg: de Tammingaborg.[1] Deze is in het begin van de 19e eeuw gesloopt. Alleen de naam van een boerderij in de buurt herinnert er nog aan: de Tammingaheerd.
Houwerzijl Groningen, NLD
  • Foto van Noordbroek
  • Foto van Noordbroek
  • Foto van Noordbroek
  • Foto van Noordbroek
  • Foto van Noordbroek
De kerk van Noordbroek behoort tot de hoogtepunten van de laat-romanogotiek in Groningen. Het kerkgebouw, een kruiskerk, is in het eerste kwart van de 14e eeuw gebouwd. De losstaande romaanse toren (bijgenaamd Olle Dodde - 'oud, dik en log ding') is mogelijk iets ouder; de toren is uitgerust met een zadeldak. Beide zijn in de loop der eeuwen slechts op een aantal ondergeschikte punten aangepast. Nog steeds heeft het de uitstraling die de bouwmeester destijds voor ogen moet hebben gehad. De kerk is gewijd aan een onbekende heilige, wellicht een van de leden van het Thebaanse Legioen. Het zegel uit de 17e eeuw toont een krijgsman met wapperende mantel, die in de linkerhand een afbeelding van een kerk, in de rechterhand een lans of vaandel vasthoudt.[1]
  • Foto van KLOOSTERBUREN:
  • Foto van KLOOSTERBUREN:
  • Foto van KLOOSTERBUREN:
  • Foto van KLOOSTERBUREN:
Kloosterburen (Gronings: Kloosterboeren) is een plaats in de gemeente De Marne in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telde in 2008 volgens cijfers van het CBS 630 inwoners en het buitengebied 210 inwoners. In 2001 lag het aantal in het postcodegebied op ongeveer 700 (gemeentelijke cijfers). De naam verwijst naar de twee kloosters die hier vroeger hebben gestaan, Oldeklooster (gesticht rond 1175) en Nijenklooster (1204), beide behorende tot de orde der Premonstratenzers. Na de Reductie bleef alleen de kloosterkerk van het Oldeklooster over, die in handen kwam van de protestanten. Deze kerk werd in de 17e eeuw vervangen door een nieuwe kerk, die echter instortte in 1815. In 1843 werd de huidige kerk van Kloosterburen gebouwd, een jaar nadat er een katholieke kerk verrees. Kloosterburen is één van de katholieke enclaves op het Hogeland dat voor de rest gereformeerd of hervormd is. Het is samen met Ter Apel de enige plaats in Groningen met een eigen carnavalsvereniging. In 1842 werd een eenvoudig katholiek zaalkerkje (waterstaatskerk) gebouwd, dat in 1868 werd vervangen door de huidige katholieke Sint Willibrorduskerk die werd ontworpen door een van Nederlands bekendste architecten; Pierre Cuypers. Grootgrondbezitters in de plaats waren onder meer de Feddema's, wier boerderij Feddemaheerd ligt aan de Feddemaweg in het gehucht Kleine Huisjes. Deze fraaie oude boerderij is sinds 1981 niet meer in het bezit van de familie. Het woonhuis is van 1765, de schuur van 1977. Het land van deze boerderij behoorde tot 1594 aan het Oldenklooster. Een bekende afstammeling van de familie is de Emmy-winnaar en Aziëkenner Raymond Feddema (1950-2004).
  • Foto van KREWERD: KERK
  • Foto van KREWERD: KERK
  • Foto van KREWERD: KERK
  • Foto van KREWERD: KERK
De romanogotische Mariakerk van Krewerd werd gebouwd rond 1280, volgens de kroniek van Bloemhof door toedoen van de edele weduwe Tyadeke. De kerk heeft sindsdien verschillende verbouwingen ondergaan, maar heeft toch grotendeels haar middeleeuwse uitstraling behouden. De aangebouwde kerktoren dateert uit de 15e eeuw, maar werd sterk gewijzigd in 1782. Het kerkje bestaat uit drie traveeën en bevat het enige gemetselde doksaal van Nederland en het oudste bespeelbare kerkorgel (1531) van Groningen, dat vooral bekend is vanwege het oorspronkelijke gotische geluid. Verder bevinden zich onder andere een preekstoel en een herenbank van rond 1660 en een zestal 17e-eeuwse grafzerken van predikanten in de kerk. In de jaren 1960 werd de kerkgemeente opgeheven en werd gesproken over afbraak van kerk en toren, maar uiteindelijk werd gekozen voor een restauratie, die in de jaren 1970 plaatsvond. Het kerkje is sinds 1983 eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. Rondom de kerk ligt een verhoogd kerkhof. De oude pastorie (weem) die bij de kerk behoorde werd afgebroken in 1911, nadat rond 1905 aan de Pastorieweg een nieuwe pastorie werd gebouwd die tegenwoordig een woonhuis is. Rondom de tuin bevindt zich een grotere tuin. Tegenover de kerk staat eveneens aan de Pastorieweg de vroegere kosterij, die volgens de jaartalankers werd gebouwd in 1764 en issterk verbouwd in de 19e eeuw. Tegenwoordig vormt het een rijksmonument. In de achtergevel bevinden zich oude kloostermoppen.
  • Foto van  (Johanneskerk) LOSDORP: KERK
  • Foto van  (Johanneskerk) LOSDORP: KERK
  • Foto van  (Johanneskerk) LOSDORP: KERK
  • Foto van  (Johanneskerk) LOSDORP: KERK
  • Foto van  (Johanneskerk) LOSDORP: KERK
  • Foto van  (Johanneskerk) LOSDORP: KERK
De kerk van Losdorp (Johanneskerk) op het oude kerkhof werd in de dertiende eeuw gebouwd op de omgrachte wierde, maar heeft waarschijnlijk een houten voorganger gehad. Van 1775 tot 1776 werd de kerk sterk verbouwd (of beter: herbouwd), zodat het oorspronkelijke uiterlijk niet goed meer te zien is. De door een tussengeleding verbonden westtoren dateert van 1662, werd in 1848 verhoogd en heeft een vroeg-17e-eeuws smeedijzeren torenuurwerk. Het interieur van de kerk is nog volledig uit 1775, op het orgel na, dat in 1830 werd gebouwd door N.A. Lohman. De markante hervormde pastorie ten zuiden van de kerk aan de Fraeilemaweg werd in 1925 afgebroken en vervangen door een nieuwe pastorie, die later door weer een nieuwe werd vervangen. Tegenover de pastorie staat de oude kosterij uit 1900.
  • Foto van NIEHOVE: KERK
  • Foto van NIEHOVE: KERK
  • Foto van NIEHOVE: KERK
  • Foto van NIEHOVE: KERK
Niehove (Gronings: Nijhoof) is een wierdedorp in de Nederlandse provincie Groningen, in de gemeente Zuidhorn met 289 inwoners (1 januari 2011). Het gehele dorp is beschermd dorpsgezicht. Het dorp was onder de naam Suxwort of Suxwerd ("Zuidwierde") de hoofdplaats was van het voormalige waddeneiland Humsterland. De oude radiaire wierdestructuur is nog goed te zien: midden op de wierde staat een kerk uit de 13e eeuw. Daaromheen zijn in twee cirkels de huizen van het dorp gebouwd, met de achterkant naar de velden gekeerd. Het kerkhof was tot 1830 van de straat gescheiden door een cirkelvormige gracht, die diende om de geesten op het kerkhof te houden. Vanaf de wierde lopen smalle paden (de zogenaamde kerkenpaden) naar de ringweg beneden. De wierde van Niehove wordt al zo'n 2200 jaar onafgebroken bewoond. Nadat rond 800 de Lauwerszee was ontstaan, kwam Niehove (toen nog Suxwort) op een eiland te liggen, Humsterland. Zo'n 400 jaar later nam het aantal stormvloeden toe, waarna er een ringdijk rond Humsterland werd gelegd. Hierdoor werd het eilandkarakter van Humsterland nog versterkt. Pas vanaf 1500 werd het Humsterland door dijken met het vasteland verbonden, waarna Cisterziënzer monniken uit Aduard grote delen rond het eiland inpolderden. Het Humsterland kwam hierdoor aan het vasteland te liggen. Tegenwoordig ligt Niehove midden op het vasteland van Groningen. In het (niet meer bestaande) huis de Ipkemaheerd woonde de proost van Humsterland, die vanuit Niehove een groot deel van oostelijk Friesland (Achtkarspelen) en westelijk Groningen (Westerkwartier) bestuurde. Rond 1200 verhuisde de proost zijn zetel naar Hummerze, waar de dorpsoudsten van Humsterland al vanouds bijeenkwamen om te vergaderen en recht te spreken. Nadat de proost in de veertiende eeuw weer terug was verhuisd naar Suxwort, richtte men ook hier een rechtsstoel in, de zogenaamde Nieuwe Hof, in tegenstelling tot de Oude Hof in Hummerze. De dorpen Suxwort en Hummerze staan vanaf het eind van de 14e eeuw bekend als respectievelijk Niehove en Oldehove. In de moderne Nederlandse zangcultuur is het dorp als coulisse te zien in Kinderen voor Kinderen 12 (1991), die grotendeels op locatie in Niehove opgenomen werd.
Oldehove Groningen, NLD
  • Foto van Nicolaaskerk (Oosternieland)
  • Foto van Nicolaaskerk (Oosternieland)
  • Foto van Nicolaaskerk (Oosternieland)
Het 13e-eeuwse kerkje ligt op de omgrachte dorpswierde en was oorspronkelijk gewijd aan Sint-Nicolaas. De losstaande toren die bij de kerk hoorde en afgebeeld staat op de avondmaalsbeker van Oosternieland uit 1659, werd in 1822 wegens bouwvalligheid gesloopt en vervangen door een dakruiter met luidklok. In 1843 werd de westmuur vernieuwd en van steunberen op de hoeken voorzien. Er zijn diverse rondboogvensters en hagioscopen, maar aan de muren is te zien dat er meer moeten zijn geweest.
  • Foto van De Mariakerk  OOSTERWIJTWERD
  • Foto van De Mariakerk  OOSTERWIJTWERD
  • Foto van De Mariakerk  OOSTERWIJTWERD
De Mariakerk in Oosterwijtwerd is een van de oudste bakstenen kerken in de provincie Groningen. Het romaanse bouwwerk staat op de dorpswierde centraal in het dorp. Het gebouw is eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. Het exterieur werd gerestaureerd in de jaren 1990. Het interieur zal worden gerestaureerd in 2015. De datering van de kerk is onzeker. Karstkarel merkt op dat de kerk wellicht al voor 1200 kan zijn ontstaan [1], terwijl de Stichting Oude Groninger Kerken verwijst naar zowel dendrochronologisch onderzoek van de kap, dat zou wijzen op houtkap in 1237, als naar een beschrijving die de kerk dateert op einde 12e eeuw. De eenvoudige zaalkerk heeft een inspringende halfronde apsis, waarvan de muren licht taps toelopen. De apsis heeft drie rondboogvensters, waarvan het middelste is dichtgezet. De noordmuur van het schip heeft een spaarveld over de volle breedte. Hierin waren aan de bovenzijde kleine romaanse rondboogvensters geplaatst. In latere tijd zijn in de zuidmuur drie, en in de noordmuur een groter rondboogvenster geplaatst om meer licht in de kerk te laten. Bij de kerk stond een losstaande klokkentoren, die in 1664 instortte. Er werd daarna een dakruiter geplaatst. Deze heeft een windvaan met het wapen van de familie Ripperda. In de kerk zijn diverse rouwborden aanwezig voor leden van deze familie, die de heerlijke rechten van Oosterwijtwerd bezat.
  • Foto van Petruskerk (Pieterburen)
  • Foto van Petruskerk (Pieterburen)
  • Foto van Petruskerk (Pieterburen)
  • Foto van Petruskerk (Pieterburen)
De kerk is in het begin van de 17e eeuw uitgebreid met een noordelijke dwarsbeuk. Vroeger had de kerk een losstaande toren, die echter begin 19e eeuw werd afgebroken wegens bouwvalligheid. De huidige vierkante toren met balustrade en achtkantige dubbele lantaarn werd aan de kerk vastgebouwd tussen 1805 en 1808 in opdracht van jonker Goosen Geurt Alberda, borgheer van Dijksterhuis bij Pieterburen, zoals blijkt uit de tekst van de in de toren ingemetselde steen. Deze toren fungeerde tevens als gevangenis voor het dorp. In het koor van de kerk bevindt zich de grafkelder van de borgheren van Dijksterhuis. Hun herenbank, ontworpen door de stadsbouwmeester van Groningen, Allert Meijer, bevindt zich eveneens in het koor. Het houtsnijwerk is gemaakt door Jan de Rijk.[1] In de herenbank is een voorstelling van de Griekse held Hercules. Het wapen van de Alberda's bevindt zich aan de voorzijde van de preekstoel. Eén van de rouwborden in het koor van de kerk is van Diederik Sonoy, de geuzenleider die in 1597 overleed in de borg Dijksterhuis. De preekstoel is gemaakt in de tweede helft van de 18e eeuw. Op de hoeken zijn allegorische vrouwenfiguren geplaatst. Het klankbord boven de preekstoel is van een ouder datum. In de triomfboog zijn voorstellingen van het offer van Abraham en Christus en de Samaritaanse vrouw bij de put te zien. Dit houtsnijwerk is gemaakt door Anthonie Walles. Het oorspronkelijke kerkorgel, gebouwd door Arp Schnitger in 1696-1699, staat nu in de Michaelkerk (Mensingeweer). Het huidige orgel dateert van 1901, toen het als replica van het oorspronkelijke orgel werd ingebouwd door de firma Leichel. De bouw in 1698 leverde Schnitger de nodige hoofdbrekens op, omdat zijn knecht hem in financieel opzicht benadeelde: [2] [3] "Dewijl ik destijds uit Groningen moest vertrekken heb ik dit orgel aan mijne knecht Joan Ratje onderhanden gegeven, welke op die plaats liefdes-betrekkingen had aangeknoopt. In Hamburg gekomen, waar ik moest wezen, heb ik vandaar vele benodigdheden tot dit orgel overgezonden, maar in alles slechts f 50 ontvangen. Zoo handelden mijne gezellen"
  • Foto van SAAXUMHUIZEN:
  • Foto van SAAXUMHUIZEN:
  • Foto van SAAXUMHUIZEN:
  • Foto van SAAXUMHUIZEN:
Hoewel het nog geen twintig huizen telt heeft het dorpje wel een kerk uit de dertiende eeuw. Het kerkje is in de negentiende eeuw gepleisterd, zodat de oorspronkelijke bakstenen niet meer zichtbaar zijn. Het torentje bij het kerkje is te beklimmen en bied uitzicht over het Hogeland.
  • Foto van Schildwolde
  • Foto van Schildwolde
  • Foto van Schildwolde
  • Foto van Schildwolde
Ergens in de middeleeuwen werd een stenen kerk gebouwd in Schildwolde. Mogelijk was dit in de 13e eeuw, toen ook de nog bestaande juffertoren werd gebouwd. De kerk werd echter als hervormde kerk van Schildwolde in 1686 herbouwd op de fundamenten met gebruikmaking van stenen van het oude gebouw. In 1755 werd er een pastorie bij gebouwd, die in 1871 werd bepleisterd, gevolgd door de kerk in 1882. In Schildwolde staat een van de drie juffertorens van de provincie Groningen. De toren van Schildwolde dateert volgens de toren zelf uit 1289, maar is waarschijnlijk ouder. De toren heeft een gemetselde spits; de laatste restauratie was in 1987. Bij een grondig onderzoek, uitgevoerd in 2013, bleek een nieuwe restauratie dringend nodig te zijn. Men is bezig de benodigde gelden bijeen te brengen.[1] De luidklok van de toren speelt een centrale rol bij de jaarwisseling. Vanaf acht uur op oudjaarsavond tot 's ochtends acht uur op Nieuwjaarsdag wordt de klok onafgebroken geluid door de bevolking. Na het luiden kan men er een drankje aangeboden krijgen: het klok(klòk)smeer. Om dit te bekostigen wordt er op oudejaarsdag in het dorp gecollecteerd door het comité Kloksmeer, bestaand uit ongetrouwde mannen uit Schildwolde. Het comité staat er ook garant voor dat de klok - met als enige onderbreking de twaalf slagen met de hand om middernacht - onophoudelijk wordt geluid. Op 31 december 1964 gebeurde dit uitluiden zo enthousiast dat de klok hier niet tegen bestand bleek en scheurde. De klok werd op kosten van een burgercomité gerepareerd en is op 26 april 1965 teruggehangen.
Solwerd Groningen, NLD
  • Foto van Andreaskerk (Spijk)
  • Foto van Andreaskerk (Spijk)
  • Foto van Andreaskerk (Spijk)
  • Foto van Andreaskerk (Spijk)
De kerk van Spijk, ook bekend als de Andreaskerk, is een middeleeuwse kerk in het dorp Spijk in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen. De kerk stamde oorspronkelijk uit de dertiende eeuw. In de zeventiende eeuw ging de kerk echter grotendeels in vlammen op en werd toen opnieuw opgebouwd. Het rechtgesloten koor kreeg toen een driezijdige sluiting. De kerk is omringd door een gracht. Waar bij veel middeleeuwse kerken in de loop der tijden de kerktoren wegens bouwvalligheid is afgebroken en dan vervangen werd door een dakruiter, gebeurde in Spijk het omgekeerde. De dakruiter uit 1711 verdween in 1902 om plaats te maken voor een sierlijke open toren, duidelijk geïnspireerd op de toren van Uithuizermeeden.
Stitswerd Groningen, NLD
  • Foto van nze Lieve Vrouwenkerk  TINALLINGE
  • Foto van nze Lieve Vrouwenkerk  TINALLINGE
  • Foto van nze Lieve Vrouwenkerk  TINALLINGE
De Onze Lieve Vrouwenkerk is een van oorsprong tweebeukig zaalkerkje met een rechtgesloten koor. Met name de zuidmuur heeft duidelijk romanogotische kenmerken. De achtergevel werd later vernieuwd. Het metselwerk was bij een eerdere restauratie onder een pleisterlaag verdwenen, maar is na de laatste restauratie weer teruggebracht. Oorspronkelijk heeft de kerk een losstaande klokkentoren gehad. Deze is in 1727 afgebroken, waarbij op de kerk een dakruiter werd aangebracht. In de kerk bevinden zich middeleeuwse muurschilderingen, een middeleeuwse smeedijzeren wijzerplaat met een uurwerk uit 1545, een houten koorhek uit de periode 1549-1557, een rijk versierde preekstoel uit 1660 met achterschot en het wapen van de familie Van Starkenborgh op het klankbord, een originele tekst over de roggeprijs van 1557, en een aantal grafzerken op de vloer. De oorspronkelijke gewelven zijn verdwenen, de kerk heeft nu een balkenplafond. Het eenklaviers kerkorgel met aangehangen pedaal uit ongeveer 1910 (pas geplaatst in 1917) is van de hand van de orgelbouwer Jan Doornbos. Het pijpwerk is ouder en mogelijk afkomstig van het vorige orgel, dat van 1549 tot 1893 in de kerk gestaan heeft. Het instrument is in 2013-2014 volledig gerestaureerd. Op het kerkhof rondom de kerk ligt nog een aantal grafzerken, waarvan de oudste uit de 17e eeuw dateert. De laatste restauratie van het kerkje vond plaats in 2003. In 2010 droeg de hervormde gemeente van Baflo, Rasquert en Tinallinge vanwege de hoge kosten de kerk, samen met begraafplaats en verenigingsgebouw, over aan de Stichting Oude Groninger Kerken.
  • Foto van Tjamsweer Herv
  • Foto van Tjamsweer Herv
De bouwperiode van de oorspronkelijke kerk is onbekend: Een Latijnse tekst op het kerkgebouw lijkt namelijk te vermelden dat het gebouw in 1138 werd gebouwd toen Unico Ripperda actief was, maar later werd achterhaald deze tekst is waarschijnlijk een latere vervalsing (mystificatie) van de Ripperda's is om zich rechten aan te matigen. Het bewijs daarvoor is dat er een wapen bij staat van Focko Ukena[1] (het andere wapen is van Unico Ripperda). Als werkelijke jaartal wordt gedacht aan 1538, het jaar waarin de kerk waarschijnlijk weer is opgebouwd. Tjamsweer was in het verleden een plaats van enig belang, belangrijker zelfs dan Appingedam. Volgens Diest Lorgion (1852) werd in 1506 in de kerk van Tjamsweer onderhandeld over de later dat jaar in Termunten gesloten vrede tussen de stad Groningen en graaf Edzard I van Oost-Friesland.[2] Volgens Ter Laan (1954) werd het verdrag echter in Tjamsweer zelf gesloten.[3] In 1536 werden dorp en kerk echter verbrand door troepen van de Hertog van Gelre. De huidige kerk van Tjamsweer dateert, zo denkt men, uit 1538 en werd volgens gedenkstenen hersteld in 1598 (door Balthasar Ripperda) en in 1631. De fraaie toren zou volgens gevelstenen gebouwd zijn tussen 1748 en 1776 in opdracht van Margaretha Bouwina Rengers van het Huis te Farmsum. De klok uit 1679 werd oorspronkelijk gegoten voor de kerk van Bellingeweer. In 1880 werd de kerk gepleisterd en voorzien van grafrijstenen. De toren werd gerestaureerd in 1967-1968 en de kerk in 1976-1977. Op het omgrachte kerkhof rond de kerk staat de uit 1883 daterende grafkelder van de familie Alberda van Ekenstein, waarvan de neogotische ingang boven de grond staat. Boven de ingang prijkt het wapen van de familie. Ook staat er de graftombe van de familie De Boer uit 1884 en een tweetal eind 19e, begin 20e-eeuwse gietijzeren grafmonumenten, die werden gegoten in de Asser IJzergieterij in Foxham.
  • Foto van ULRUM: KERK
  • Foto van ULRUM: KERK
  • Foto van ULRUM: KERK
  • Foto van ULRUM: KERK
De kerk van Ulrum dateert uit de eerste helft van de dertiende eeuw. Het gebouw geldt als een voorbeeld van de vroege romanogotiek, waarbij de meest westelijke travee nog overwegend romaans is. In 1834 begon Hendrik de Cock vanuit deze kerk de Afscheiding
  • Foto van WESTERNIELAND:
  • Foto van WESTERNIELAND:
  • Foto van WESTERNIELAND:
  • Foto van WESTERNIELAND:
De kerk van Westernieland dateert waarschijnlijk uit het midden van de 13e eeuw (volgens sommige bronnen uit de 14e eeuw; na de bedijking) en heeft mogelijk een houten voorganger gehad. De kerk is waarschijnlijk gesticht vanuit Pieterburen, gezien het feit dat in een oorkonde uit 1371 de zinsnede 'parochiani Sancte Petri in Nova Terra' wordt gebruikt. De kerktoren dateert uit de 14e eeuw. In 1831 werd de kerk ingrijpend verbouwd en in 1877 van binnen en buiten gepleisterd. Deze pleister zorgde ervoor dat de kerk van binnen vochtiger werd en rot begon op te treden. In 1958 was dit zover voortgeschreden dat de kerk moest worden gerestaureerd. De toren is aan westzijde aan de kerk vastgebouwd en is vrij laag. De galmgaten bevinden zich daardoor niet aan oostzijde. Als de klok luidt wordt dit doorgaans beter gehoord in Pieterburen en Kaakhorn dan in Westernieland zelf. De toren werd in 1926 gerestaureerd met een andere steensoort nadat de voorgevel naar beneden was gestort. De toren staat scheef (het best te zien is dit aan de ingang), maar is door allerlei aanpassingen zo hersteld dat het lijkt alsof deze recht staat. De kerk kreeg in de jaren 1980 de gele bepleistering en is tussen 2001 en 2003 voor het laatst gerestaureerd. De torenklok uit 1753 van de hand van Johannes Borchhardt werd in 1943 gevorderd door de Duitsers en is nooit teruggevonden. De huidige klok werd in 1964 gegoten bij Van Bergen te Heiligerlee. In de kerk bevinden zich onder andere een preekstoel uit 1660, een avondmaalsbeker uit 1706, een 18e-eeuwse doopvont en een Van Oeckelenorgel uit 1893. De huidige pastorie naast de kerk dateert van 1882 en is opgetrokken in eclectische stijl. In tegenstelling tot de aanduiding 'weem' op de voorgevel is deze naam historisch nooit voor deze pastorie gebruikt (in 1850 waren de meeste pastorieboerderijen al verdwenen). De huidige pastorie staat op de plek van de boerenschuur van de vroegere pastorieboerderij, waarvan het voorhuis vroeger op de kerk was gericht. In 1882 werd de oude boerenschuur dus afgebroken en vervangen door een nieuw voorhuis, zodat er twee voorhuizen tegen elkaar aan stonden. In 1930 is het oude voorhuis gesloopt. In 1944 werd in de huidige pastorie cabaretier Freek de Jonge geboren als zoon van dominee de Jonge, die echter al twee jaar later al weer uit Westernieland vertrok. Zijn opvolger als dominee was Alje Klamer, die bekend werd bij de IKON en in de jaren 1950 de laatste dominee was die in de pastorie woonde.[1]
Wierhuizen Groningen, NLD
  • Foto van Zuidbroek Petrus
  • Foto van Zuidbroek Petrus
  • Foto van Zuidbroek Petrus
Oorspronkelijk was de kerk gewijd aan de heilige Augustinus van Hippo. Deze heilige wordt afgebeeld op het zegel van een van de laatste pastoors en op het 17e-eeuwse kerkzegel.[1] De voornaam Augustinus was rond 1600 bij verscheidene families in Zuidbroek in zwang. Volgens een 20e-eeuwse overlevering zou de kerk zijn gewijd aan de heilige Petrus. Daarvoor zijn in de archieven echter geen aanwijzingen gevonden.[2] Opvallend in het interieur zijn de achtribbige koepelgewelven in het schip en in het koor van de kerk. Het kerkmeubilair stamt uit 1709: de koorafsluiting, drostenbank en kerkvoogdenbank zijn ontworpen door de Groninger stadsbouwmeester Allert Meijer, die ook veel van het interieur van de Mariakerk (Uithuizermeeden) heeft ontworpen. De preekstoel is in 1736 ontworpen door Casper Struiwig. De kerk heeft een vrijstaande klokkentoren, uitgevoerd als zadeldaktoren met vierkant grondplan, die in dezelfde periode als de kerk is gebouwd. Er zijn twee luidklokken, uit 1603 (van H. Kellerman, met een diameter van 122 cm) en uit 1610. De toren heeft lange tijd dienst gedaan als gevangenis, waartoe vier cellen waren ingericht. In de loop der eeuwen hebben diverse restauraties plaatsgevonden. In de 19e eeuw werd op de kerk een pleisterlaag aangebracht, die in de 20e eeuw weer is verwijderd.
De Gast 38 Zuidhorn, Groningen
Zuurdijk Groningen, NLD

Commentaar