• Foto van Buitenplaatsenfietsroute tussen Loenen en Oud Zuylen
  • Foto van Buitenplaatsenfietsroute tussen Loenen en Oud Zuylen
  • Foto van Buitenplaatsenfietsroute tussen Loenen en Oud Zuylen

Coördinaten 853

Geüpload 6 juni 2012

Uitgevoerd juni 2012

-
-
13 m
-3 m
0
7,4
15
29,4 km

1430 maal bekeken, 9 maal gedownload

nabij Kerklaan, Utrecht (Nederland)

Route aan weerszijden van de Vecht ca 27 km met in ieder dorp (om de 2 a 5 km.) de mogelijkheid om de route af te korten en via de andere Vechtoever terug te keren naar de startplaats.

De Vechtstreek is beroemd om zijn buitenplaatsen. Wel 200 van deze monumentale zomerhuizen werden aan de oevers van de Vecht gebouwd door Amsterdamse kooplieden die in de 17de eeuw hun fortuin in de handel hadden verdiend. Zij ontvluchtten de stad in de warme zomer om deze in de frisse lucht en ruimte van het platteland door te brengen. De Vecht was een uitgelezen plaats hiervoor, vanwege de goede trekschuitverbinding die de bezoeker in een paar uur vanuit hartje Amsterdam naar de buitenplaats bracht. De vroege buitenplaatsen ontstonden vaak bij boerderijen die als investering werden gekocht. Toen na het 'rampjaar' 1673 de Vechtstreek voor een groot deel was platgebrand kwam de trek naar buiten pas goed op gang. Kooplieden konden zich een adellijke status aanmeten door een ruïne van een kasteel te kopen. Of zij bouwden grote blokvormige buitenhuizen met schitterende symmetrisch aangelegde tuinen, waarmee zij hun status konden tonen. Door de economische recessie werd vanaf het einde van de 18de eeuw ruim de helft van alle buitenplaatsen gesloopt. Gelukkig zijn er nog tientallen grote en kleinere buitenplaatsen overgebleven, stille getuigen van de rijkdom van de gouden eeuw.

Deze tocht voert u langs de buitenplaatsen tussen Loenen en Oud-Zuylen. Onderweg komen thematisch (niet chronologisch) alle onderwerpen aan bod rond het fenomeen buitenplaats. Vele geheimen van deze 'pareltjes aan de Vecht' worden voor u ontsloten!

Voor uitgebreide routeinformatie en -beleving, ga naar www.zichtopdevechtstreek.nl of kijk op www.vvvgooivecht.nl
De buitenplaats was een belangrijk statussymbool voor de eigenaar. Om gasten te imponeren werd de entree tot het perceel meestal voorzien van een fraai hekwerk. Aangezien men tot in de 18de eeuw over de rivier de buitenplaats bereikte, stond het hek aan de waterkant. Toen de diligence zijn intrede deed kwam men vaker over de weg aan bij het huis. De voordeur die aan de rivierkant lag werd toen verplaatst naar de wegkant, waar een nieuw hek werd geplaatst. Het hek van Vreedenhoff heeft altijd langs de weg gestaan. Van de vele variaties hekken in de Vechtstreek is dit hek uit 1752 wel het grootst, het breedst en meest bewerkt. Onder de verf gevonden telmerken tonen aan dat de los gesmede onderdelen hier ter plekke aan elkaar 'gepuzzeld' zijn. Bijzonder is dat de initialen van de smid in het ijzer geslagen zijn, net als de initialen van de mijn waaruit het ijzererts afkomstig was. Wie vindt het eerst de stempel 'AR', duidend op de Zweedse mijn Ramshytten?

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
De aanschafkosten van een buitenplaats waren minder hoog dan men zou denken. Een deftig huis aan de gracht kostte ruim 500.000 gulden, een buitenplaats 'slechts' zo'n 10 tot 20.000 gulden. Het was eerder het onderhoud dat een hoge kostenpost vormde: niet alleen aan het gebouw, maar ook aan de bewerkelijke tuin, waar vele tuinmannen de symmetrische en strakgesnoeide heggen in vorm moesten houden. Daarbij leverde een buitenplaats geen inkomsten op. Toen tegen het einde van de 18de eeuw de Nederlandse economie in het slop raakte, werden veel buitenhuizen gesloopt. De vrijgekomen grond werd soms bij een grotere buitenplaats gevoegd en werd heringericht als één groot park. Ruim de helft van de buitenplaatsen aan de Vecht is in de loop der tijd gesloopt. Van enkele resten nog de hekpilaren, zoals hier bij Ouderhoek. Dat de oprit voerde naar een riant buiten in een schitterend park, kan men zich nu nauwelijks meer voorstellen.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Dit deel van de Vecht tussen Loenen en Breukelen, werd 'de Mennistenhemel' genoemd. Mennisten (ook wel Mennonieten) waren volgelingen van dominee Menno Simonsz, een 16de eeuwse kerkhervormer en initiator van de Doopsgezinden. De Doopsgezinden waren begin 17de eeuw om geloofsredenen gevlucht uit het katholieke Vlaanderen en hadden zich in het liberale Amsterdam gevestigd. Net als de Joden werden de vreedzame 'Dopers' hier gedoogd, maar mochten zij geen overheidsfuncties vervullen of lid worden van een gilde. Daarom hadden veel Mennonieten (en Joden) een vrij beroep in de geld-, graan- of stoffenhandel, waarmee zij hun fortuin verdienden. Hiermee bouwden of huurden velen een buitenplaats aan de Vecht, waar zij elkaars gezelschap opzochten. Met name in Maarssen, dicht bij Utrecht, woonden veel Joden. Zij mochten tot eind 18de eeuw in Utrecht wel studeren of werken, maar niet wonen. Tussen Breukelen en Loenen clusterden Doopsgezinde zijdehandelaren, die onder meer de hier gelegen buitens Rupelmonde, Sterreschans en Overholland bouwden.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Het 13de eeuwse Nijenrode werd in het Rampjaar 1673 grotendeels verwoest. Een nieuwe eigenaar bouwde de ruines weer op en nam het kasteel in gebruik als buitenplaats. Rond 1850 zat een kostschool in het kasteel , vanaf 1930 werd het expositieruimte van de collectie Goudstikker, tot in 1951 Universiteit Nijenrode het kasteel kocht. Daarmee is dit kasteel/buitenplaats een voorbeeld van de nieuwe functie die sommige buitens gekregen hebben, al is het merendeel nog in particuliere handen en wordt 'gewoon' bewoond. Drie buitenplaatsen hebben een openbare functie gekregen en zijn als gemeentehuis in gebruik (geweest) van de voormalige gemeentes Loenen, Breukelen en Maarssen, die sinds 1 januari 2011 de gemeente Stichtse Vecht vormen. Sommige buitenplaatsen zijn als kantoor in gebruik, andere als appartementengebouw. Slot Zuylen tenslotte, is sinds 1952 als museum in gebruik. De enige publiek toegankelijke plek in de Vechtstreek waar men zich in de prachtig ingerichte kamers nog écht even een 18de eeuwse buitenplaatsbezoeker kan wanen!


Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
De trek naar de Vechtstreek door Amsterdamse kooplieden werd aanvankelijk deels ingegeven door het zoeken naar lucratieve beleggingen. Zij kochten bijvoorbeeld aan de Vecht gelegen baksteen- en dakpanfabriekjes. De Vechtstreek was een ideale streek voor dergelijke bouwmaterialen: de klei kon aan weerszijden van de Vecht afgeticheld worden, de ovens werden gestookt met het turf dat in het achterland gewonnen werd en als transportweg lag de rivier voor de deur. Steenfabriek Vecht en Rhijn dateert uit de 18de eeuw en was tot de Tweede Wereldoorlog actief. Het is de enige voormalige steenbakkerij die nog bestaat langs de Vecht. Op het fabrieksterrein staat de buitenplaats van de eigenaar. Cromwijck, direct aan de overkant van de rivier gelegen, was ook een steen- en tegelbakkerij. In de 19de eeuw, toen door de economische recessie veel eigenaren hun tweede huis niet langer konden onderhouden, werd een aantal buitenplaatsen als kantoor of fabriek in gebruik genomen. Zo werden er bij buitenplaatsen bijvoorbeeld stofzuigers, matrassen, kinine of glazen flessen geproduceerd.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Amsterdamse kooplieden kochten langs de Vecht niet alleen fabriekjes als investering, maar belegden ook in grond. Zij kochten onder andere boerderijen met uitgestrekte landerijen. Om het bezit te kunnen inspecteren kwam de koopman regelmatig over vanuit de stad en verbleef dan in zijn 'herenkamer', een aanbouw tegen de bestaande boerderij. Hieruit ontwikkelde zich de hofstede, een buiten met een sterk agrarisch karakter. De meeste van deze vroege buitens zijn afgebroken of sterk verbouwd.
De 17e eeuwse boerderij 't Slijk is een zeldzaam voorbeeld van een nog bestaande hofstede met aangebouwde herenkamer. Een boerderij werd niet alleen als grondbelegging gekocht maar leverde ook verse levensmiddelen zoals groente, fruit, melk, kaas en vlees. De buitenplaatseigenaren verkochten de overschotten in de stad. Het bleven wél handelaren...!
Misschien is de hofstede nooit uitgegroeid tot een echte buitenplaats, omdat het buitendijks gebied bij hoog water onder liep. De naam 't Slijk wijst op de klei die daarbij werd afgezet en die later voor de steenbakkerij werd afgeticheld.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Langs het jaagpad ziet u Goudestein, tegenwoordig gemeentekantoor van de gemeente Stichtse Vecht. Dit huis is in 1754 gebouwd op de plek van de allereerste buitenplaats aan de Vecht. In 1608 kocht de Amsterdamse leerlooier en huidenhandelaar Jan Jacobsz Bal (later noemde hij zich Huydecoper) de hofstede De Gouden Hoef die hier lag. Zijn zoon Joan, een zeer vermogend en belangrijke politiek persoon, verbouwde de boerderij tot de buitenplaats Goudestein. Hij ontpopte zich als de eerste projectontwikkelaar aan de Vecht door percelen land op te kopen en hier kleine buitenplaatsjes op te zetten, die hij doorverkocht aan vrienden en familie. Deze huizen werden wel 'stadshuis-buiten' genoemd, omdat zij veel overeenkomsten vertoonden met de in hollands-classicistische stijl gebouwde grachtenpanden die de kooplieden bewoonden. In de loop der eeuwen zou de architectuur van de buitens met de mode van de tijd meeveranderen, zowel in nieuwbouw als in aanpassingen van oude, bestaande huizen. Naast Goudestein, in het voormalige buitenplaatsje Silversteijn, zijn het Vechtstreekmuseum en het Drogisterijmuseum gevestigd, beide een bezoek waard!

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Er worden nog steeds nieuwe buitenplaatsen, huizen of woonwijken gebouwd aan de Vecht. Soms in historische stijl, soms hypermodern. Dat wakkert af en toe de discussie aan: is de Vechtstreek een soort openluchtmuseum waarin alles moet blijven zoals het was en nieuwbouw in 'oude stijl' moet plaatsvinden, of moet er juist geen stolp om de regio heen en mag er uitgebreid en heel eigentijds gebouwd worden? In de nieuwbouwwijk Op Buuren, hier gelegen aan beide oevers van de Vecht, is een compromis gevonden in dit dilemma. De zeer gevarieerde bouw toont historische én hedendaagse ontwerpen die geïnspireerd zijn op het oorspronkelijk karakter van de Vechtdorpen. De 'buitenplaats' van Op Buuren-Buiten is een appartementengebouw dat momenteel gebouwd wordt. Het ligt, net als de 17de en 18de eeuwse buitens, op de oeverwal in een groene omgeving met een open en landschappelijk karakter. Ook in detaillering, maatvoering, verhoudingen en kwalitatieve materialen komt het 'nieuwe buiten' overeen met zijn voorgangers, waarop het geïnspireerd is.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Slot Zuylen is een prachtig voorbeeld van de ontwikkeling van verdedigingskasteel naar comfortabele buitenplaats. Vanaf de 13de eeuw waren tientallen kastelen langs de Vecht gebouwd tijdens de machtsstrijd tussen de bisschop van Utrecht en de graven van Holland. Hoewel de kastelen vanaf de 16de eeuw hun militaire functie verloren, bleven zij van betekenis als statussymbool voor hun adellijke bewoners. Veel kastelen zijn in de loop der eeuwen afgebroken of verwoest door de Fransen in 1673. Amsterdamse kooplieden waren eind 17de eeuw juist op het toppunt van hun rijkdom en zagen in de aankoop van een –al of niet geruïneerd- kasteel een uitgelezen kans zich aan de adel te meten en hun status te verhogen. Zij herbouwden het kasteel als buitenplaats (Nijenrode, Gunterstein). De kastelen die in handen van de adel bleven werden in de 18de eeuw verbouwd tot comfortabel buitenverblijf (Oud Zuylen, Oudaen, Loenersloot) Ook de tuinen bij de kastelen werden aangepast. Hadden zij bij in de middeleeuwen vooral een nutsfunctie (moestuin, bleekveld, boomgaard), nu werden symmetrische parken aangelegd in de stijl van de franse tuinarchitect André le Notre.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Vrijwel iedere buitenplaats bezat een theekoepel. Rond, vierkant of zeshoekig, met een rieten of loden dak, van hout of van gietijzer, in Chinese of neogotische stijl: geen een is het zelfde. De functie van al deze koepels was wél hetzelfde: zien en gezien worden! Vandaar dat de theekoepel altijd direct aan de straat of aan de rivier stond en grote ramen rondom bezat. Zo kon men alle passanten zien en konden alle voorbijgangers de eigenaren zien zitten in hun kostbare bezit. Vaak een kopje thee drinkend, in de 17de eeuw een zeer exclusieve drank. Maar de theekoepel werd ook gebruikt om te musiceren, te eten en te drinken, gasten te ontvangen of een boek te lezen. Soms had een koepel een keukentje en een turfhok of was het zitgedeelte boven een botenhuis gebouwd. Er hebben honderden theekoepels langs de Vecht gestaan waar er nog maar enkele tientallen van over zijn. Sommige koepels zijn verplaatst. Zo komt de volgende theekoepel die u onderweg tegenkomt, de unieke gietijzeren koepel van Gansenhoeck, oorspronkelijk van Vecht en Dijk.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Het huidige Gunterstein is gebouwd op de fundamenten van een middeleeuws kasteel dat in 1673 door de Fransen werd verwoest. Tegelijk met het huis, in 1680, is de tuin ontworpen. Dat blijkt uit een schilderij van de bouwvrouwe waarop de ontwerptekening voor de tuin door haar neefje wordt vastgehouden. Het ontwerp toont een symmetrische, formele tuin, typerend voor de tuinarchitectuur aan het einde van de 17de eeuw. Naar model van de tuinen van Versailles en paleis Het Loo werden bij alle buitenplaatsen imponerende tuinen aangelegd met kaarsrechte zichtlijnen, strakgeschoren hagen, waterpartijen, fonteinen, prielen en beelden. Dergelijke tuinen waren erg kostbaar om te onderhouden. Tegelijk met de economische recessie rond 1800 kwam ook de romantiek in de mode. De stijve, formele tuinen pasten niet meer in het ideaalbeeld van een landelijke natuur en gingen allemaal op de schop. Zij werden vervangen door landschapsparken met gebogen paden en vijvers en een grote variatie aan bomen. Het - vrij toegankelijk - park achter Gunterstein is hier een voorbeeld van.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Buitenplaatsen werden alleen in de zomer bewoond. 's Winters woonde men aan de Amsterdamse grachtengordel. In mei werden meubels, zilver, linnen, kasten en schilderijen per trekschuit vervoerd naar de buitenplaats. Het personeel luchtte het huis na de kille, vochtige winter en richtte het in voor de komst van de familie. Deze kwam ofwel per eigen jacht ofwel per trekschuit, het meest gebruikte vervoersmiddel in die tijd. Het paard dat de boot trok werd begeleid door een 'jager', vandaar de naam 'jaagpad' voor het smalle pad langs de rivier. Het jaagpad liep tussen Utrecht en Amsterdam en was in 1626 door deze steden aangelegd om de scheepvaart - en dus de handel - te bevorderen. Bij Nieuwersluis boog een tak van het pad af naar de Angstel, om via Abcoude en de Holendrecht de Amstel te bereiken. De Straatweg die hier achter de buitenplaatsen loopt, was een hobbelige kleiweg, totdat deze in 1812 door Napoleon verbreed en verbeterd werd. Vanaf dat moment namen steeds meer mensen de diligence en verloor het jaagpad langzaam zijn functie.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie

Commentaar