-
-
7 m
-4 m
0
10
20
40,47 km

1213 maal bekeken, 17 maal gedownload

nabij Kerklaan, Utrecht (Nederland)

Deze route voert u langs de oevers van de Angstel, het schilderachtige Gein en het landelijke, noordelijke deel van de Vecht. Onderweg komt u tien molens tegen, waarvan de meeste polder- en korenmolens zijn. Deze tien molens vertellen gezamenlijk een verhaal over het gebied dat u doorkruist en de functies die de molens hierin vervulden. En vaak nog steeds vervullen! Een molen staat namelijk nooit voor niets op de plek waar hij staat, er is altijd sprake van een historische wisselwerking tussen de molen en het omringende landschap.
Behalve molens passeert u een kasteel, eeuwenoude boerderijen en buitenplaatsen en vele doorkijkjes naar rivier of achterland. Onderweg herinneren forten, kazematten en batterijen aan de Hollandse waterlinie, die deze route gedeeltelijk doorkruist.
Kortom, deze tocht is koren op de molen voor iedere fietser die houdt van een prachtig landschap waarin weidse vergezichten en de beschutting van rivieroevers elkaar afwisselen. Niet voor niets is een deel van deze route al lang geleden door kunstenaars als Rembrandt en Mondriaan vastgelegd!

Uitgebreide informatie per molen met technische en historische details zijn te vinden op: www.molendatabase.nl

Start: bij restaurant Vlinders.

De route volgt hoofdzakelijk de fietsknooppunten 33-31-30-29-28-27-65-43-44-45-47-46-42-33.

Voor uitgebreide routeinformatie en -beleving, ga naar www.zichtopdevechtstreek.nl
Waypoint

Hoog- en Groenlandse molen

Het landschap waar u doorheen fietst was eeuwenlang een zompig veenweidegebied. Om dit geschikt te maken voor bewoning en agrarisch gebruik, moest het ontwaterd worden. Aanvankelijk - vanaf de 12de eeuw - gebeurde dit door het graven van afwateringssloten. Voorbeelden van deze kaarsrechte sloten ziet u aan uw linkerhand. Land dat droog wordt klinkt in: het maaiveld daalt en nadert het grondwaterpeil, waardoor de bodem weer drassig wordt. Het land kwam in de loop der eeuwen lager te liggen dan de rivier waarop werd afgewaterd. 'Omkering van het land' heet dat. Afwateren kon nu niet meer op een natuurlijke manier, maar molens waren nodig om het land droog te malen. De Hoog- en Groenlandse molen uit 1680 is zo'n water- of poldermolen. De polders die hij droog hield vormden met de polders Roodemolen en Donkervliet een gebied waar in 1676 een ringdijk omheen was gelegd. Deze ringdijk is nog goed zichtbaar aan uw rechterhand.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

Delphine

De Delphine kreeg zijn naam pas in 1952 toen een Fransman de molen kocht. Daarvoor heette deze windmolen uit 1874 de Oostzijdse molen, omdat hij de gelijknamige polder bemaalde. De molen is beroemd geworden doordat Piet Mondriaan deze tussen 1902 en 1908 wel 20 keer schilderde. De polderdijk waar de molen aan gebouwd is werd een liniedijk toen de Oude Hollandse Waterlinie begin 18de eeuw werd ingericht. Deze waterlinie liep van Muiden tot de Biesbosch en was een defensiesysteem waarbij grote delen land vanuit de rivier door middel van een netwerk van sluisjes, dammetjes en andere waterwerken onder water werden gezet. De hoger gelegen en dus kwetsbare plekken zoals dijken of sluizen werden verdedigd door batterijen, schansen of forten. De liniedijken langs het Gein werden hier beschermd door twee liniebatterijen, aangelegd tussen 1808 en 1810: één om de molen heen en één aan de westzijde van de rivier, aan uw linkerhand.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

Broekzijdse Molen

Deze poldermolen uit 1641 bemaalde eeuwenlang de Broekzijdse polder, tegenover de Oostzijdse polder gelegen. Deze polders waren slechts twee van de 11 polders waar het land van Abcoude eind 16de eeuw uit bestond. Dit grote aantal was een gevolg van de vroege ontginning van dit gebied, waardoor de verkaveling onregelmatig was en het eigendom verbrokkeld. In de loop der tijd verbeterde de organisatie rond de ontginning. Gebieden die later ontgonnen werden bestonden dan ook uit grote, geordende blokken, ieder met een eigen afwatering. Rond 1650 fuseerde een groot aantal polders om toenemende wateroverlast het hoofd te bieden. Doordat nu meer middelen beschikbaar kwamen konden grotere molens gebouwd worden. De kades om de nieuwe polders werden verhoogd en er werden nieuwe weteringen naar de nieuwe molens gegraven. Dit is ook het geval bij de Broekzijdse molen. De voormalige Broekzijdse polder ligt opmerkelijk laag ten opzichte van de rivier. Het hoogteverschil is hier wel twee meter.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

Het Haantje

Weesp was eeuwenlang een belangrijke industriestad vanwege de centrale ligging, op het kruispunt van rivieren en trekvaarten. Het stadje telde dan ook wel 25 molens, waaronder een aantal industriële molens, zoals zaag-, olie- of volmolens. Zaagmolens waren van groot belang voor de scheepvaart en huizenbouw, volmolens waren nodig voor het 'vollen' (vilten) van wol. Oliemolens persten olie uit oliehoudende zaden zoals lijnzaad of koolzaad. Deze olie werd gebruikt voor verlichting en bij de fabricage van verf, lak en zeep. Het Haantje werd in 1820 als oliemolen gebouwd op de plek van een 17de eeuwse wipmolen die destijds de voormalige Kostverlorenpolder bemaalde. Het was een 'tweedehands' molen, oorspronkelijk een marmerzaagmolen uit Amsterdam. Waarschijnlijk is Het Haantje hiermee de eerste als industriemolen gebouwde wipmolen. In 1828 werd de molen verbouwd tot korenmolen. Toen de molen eind 19de eeuw gesloopt zou worden, werd hij gekocht door cacaofabrikant C.J. van Houten die de karakteristieke molen als sieraad voor Weesp wilde behouden.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

De Vriendschap

In de middeleeuwen waren de boeren in deze omgeving actief in zowel landbouw als veeteelt (vlees en zuivel). Doordat de grond inklonk en zo dichter bij het grondwaterpeil kwam werden de akkers echter te nat voor akkerbouw. Graan werd steeds vaker geïmporteerd vanuit landen rond de Oostzee, waar het in grotere hoeveelheden verbouwd werd en daardoor goedkoper was. Vanaf de 15de eeuw stegen de zuivelprijzen meer dan de graanprijzen, waardoor boeren overstapten op de melkveehouderij en het produceren van boter en kaas. Graanakkers maakten dus plaats voor weilanden waarop het vee kon grazen. Maar brood bleef een zeer belangrijk voedingsmiddel. Vandaar dat vrijwel ieder dorp een korenmolen had om het graan tot meel te vermalen. Deze stond meestal aan de rivier omdat het graan over het water aangevoerd werd. Korenmolen de Vriendschap was oorspronkelijk een Amsterdamse volmolen, die hier in 1900 opgebouwd werd toen de molen die hier stond door brand verwoest werd. Iedere zaterdag is de molenwinkel open.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

De Eendracht

Naast molen De Vriendschap staat de Eendracht. Deze molen uit 1691 was een van de vele industriële molens bij Weesp. Het was oorspronkelijk een moutmolen, om graan te breken voor de brandewijnstokers. Deze industrie bracht Weesp grote welvaart in de 17de en 18de eeuw. De sterke drank bleef immers lang goed en werd veel op de VOC schepen meegenomen tijdens maandenlage zeereizen. In 1807 werd de molen verbouwd tot schelpzandmolen waarin strandzand werd vermalen tot poeder dat gebruikt werd om aardewerk mee te maken. Het grovere poeder werd als schuurmiddel gebruikt. Van 1815 tot 1932 diende de molen als houtzaagmolen. De zwaar vervallen molen werd in 1952 door een particulier gekocht die deze restaureerde. Sindsdien is het een woonhuis.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

Meermolen

Waypoint

Garster Molen

Vreelandseweg 59
1393 PC Nigtevecht

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

Hoeker Molen

Op deze locatie stond al in 1639 een molen. De huidige molen werd in 1874 gebouwd om de Hoekerpolder te bemalen. Tot 1959 behield het zijn functie, totdat een gemaal deze overnam. Deze ontwikkeling naar mechanisatie is rond de jaren '50 bij alle poldermolens te zien, die hierdoor in onbruik en verval raakten. Vrijwel alle zijn later toch gerestaureerd, sommige om in geval van nood als reservegemaal te kunnen dienen. Bij de restauratie van deze molen, in 2005, werd o.a. de oude vijzel vervangen door een nieuwe. Deze was langer dan de oude, omdat het polderpeil inmiddels lager was geworden. Door dit lage polderpeil hoeft de molen momenteel niet ingezet te worden. 'Andersom' kan de molen ook functioneren door bij hoge waterstand in de Vecht het water vanuit de rivier de polder in te laten stromen. De oude vijzel ligt nog in de berm als tastbare en educatieve herinnering aan zijn werkzame verleden.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

Molen

Waypoint

Korenmolen de Ruiter

Op deze plek stond in de 17de eeuw al een voorganger, die bij een brand in 1910 verloren is gegaan. Een jaar later werd de huidige molen gebouwd, een tweedehands poldermolen uit Barsingerhorn die hier opnieuw werd opgetrokken en als korenmolen werd ingericht. In deze tijd, begin 20ste eeuw, werden overal in ons land molens afgebroken. Stoommachines, petroleum- en later elektrische motoren deden hun intrede en maakten de molens - die afhankelijk waren van voldoende wind - overbodig. De afgebroken molens werden voor de waarde van het hout verkocht. Het transport van de tweedehands molen vond vaak over het water plaats. Van de belangrijkste onderdelen werd een vlot gebouwd dat naar de nieuwe locatie gevaren werd. Grote delen van De Ruiter dateren uit 1776, het bouwjaar van de poldermolen. In de koningsspil staat echter het jaartal 1735 gekerfd. Deze is dus kennelijk afkomstig uit een nog oudere molen en in feite derdehands gebruikt.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

De Loenderveense Molen

De Loenderveense molen staat aan de rand van de Loenderveense polder. Dit veengebied ten oosten van de Vecht was al rond 1200 ontgonnen. Door inklink was het echter in de 17de eeuw weer drassig geworden. Het polderwater kon niet langer via natuurlijke weg op de Vecht geloosd worden. Droge grond was in deze tijd hard nodig voor de landbouw, om voedstel te produceren voor de bevolking in de snel groeiende steden. Uit winstbejag kochten in 1652 Amsterdamse kooplieden deze moerassige, waardeloze grond en bouwden deze molen hier om het land droog te malen. De grond werd zo weer geschikt als landbouwgrond en werd met winst verkocht. De molen was eigendom van het Waterschap. Dit gold voor vrijwel alle poldermolens, omdat zij immers onmisbaar waren voor het waterbeheer, waarvoor het Waterschap verantwoordelijk was. In 1930 kwam het beheer in handen van Gemeente waterleidingen Amsterdam, tegelijk met de achterliggende 'Drinkwaterleidingplas'. Deze levert 1/3 van het Amsterdamse drinkwater.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie
Waypoint

Molen De Hoop

Een molen kan alleen draaien bij voldoende wind. Maar... van wie is de wind? Tot 1798 behoorde de wind aan de landheer. Het windrecht was een heerlijk recht, net zoals b.v. visrecht of tolrecht. Molenaars moesten dan ook windgeld betalen in ruil voor een onbelemmerde windvang. De landheer zorgde dan dat er geen bebouwing of begroeiing te dicht bij de molen kwam.
De omgeving waarin een molen goed kan functioneren heet een molenbiotoop. Tegenwoordig is vastgelegd dat een molen een vrije zone van 375 meter om zich geen moet hebben. Hier wordt niet altijd rekening mee gehouden. Stadsuitbreiding of het niet snoeien van bomen bedreigen vaak de windvang. Bij molen de Hoop neemt een grote beukenboom veel wind weg. Desondanks draait de molen iedere zaterdag. In de oude machinekamer is een theeschenkerij met winkeltje. Bovenin de molen heeft u een schitterend uitzicht over de Vecht en de Loosdrechtse plassen.

Auteur: iTRovator / RBT Gooi & Vecht

Meer informatie

Commentaar