-
-
188 m
68 m
0
5,3
11
21,04 km

1 maal bekeken, 1 maal gedownload

nabij 's-Gravenvoeren, Flanders (Belgique)

voeren 20 km terlinden banholt mesch
Een volledig gerenoveerde Bed & Breakfast geopend door de familie Appel. Het gehele complex bestaat uit 11 hotelkamers. Limburgers worden over het algemeen beschouwd als de meest gastvrije mensen van België. In Auberge ’s-Gravenhof legt de gastvrouw je extra in de watten. Met koffie en thee op de kamers, lekkere streekgerechten in de salon en een ontbijtje met verse eitjes en andere lokale oogsten is het heerlijk vertoeven en overnachten in deze prachtige hoeve.

Auteur: tovpubliek
Meer informatie
De Sint-Lambertuskerk is een kerkgebouw in 's-Gravenvoeren in de Belgische gemeente Voeren in Limburg.
Het gebouw is een pseudo-basilica en bestaat uit een voorstaande westtoren, een driebeukig schip met vijf traveeën en een koor met twee rechte traveeën en driezijdige sluiting. Het koor het het schip zijn opgetrokken in classicistische stijl en de toren is opgetrokken in Rheno-mosaanse stijl. De vierkante toren is gebouwd met mergelsteen en heeft drie geledingen die van elkaar gescheiden worden door waterlijsten. In de bovenste geleding heeft men rondbooglisenen aangebracht met daarbinnen op iedere zijde van de toren twee smalle rondboogvormige galmgaten. De toren wordt bekroond door een ingesnoerde naaldspits die gedekt is met leien. Het schip en het koor zijn opgetrokken in baksteen met een kalkstenen plint. Verder zijn de hoekbanden en de omlijstingen van de vensters in kalksteen opgetrokken. In de westelijke travee aan de noordzijde bevindt zich een rondboogportaal met een rechthoekige omlijsting van geblokt kalksteen en met een geprofileerde druiplijst afgelijnd. De sluitsteen hier draagt het jaartal 1786 en boven het portaal heeft men een gesmeed ijzeren kruis geplaatst van het type "Goesens". Het schip en het koor worden gedekt door zadeldaken van leien.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
't Maelhof is gelegen in het hart van de Voerstreek, aan het riviertje 'De Voer' en vlakbij het natuurreservaat. Je verblijft in onze vakwerkschuur die volledig verbouwd werd tot drie stijlvolle vakantiewoningen met uitzicht op het molenrad. Twee verblijven voor 8 personen met elk 3 slaapkamers en 2 badkamers en één verblijf voor 5 personen. Volledig ingerichte keukens met combi-oven, vaatwasmachine, diepvriezer, enz. Terras met eigen tuintje, barbecue en speeltuigen.

Auteur: tovpubliek
Meer informatie
's-Gravenvoeren is een dorp in de Belgische provincie Limburg en een deelgemeente van de faciliteitengemeente Voeren. De deelgemeente heeft een oppervlakte van 13,18 km² en telde 1378 inwoners in 2016.
Het dorp maakte deel uit van het graafschap Dalhem, dat oorspronkelijk zelfs Voeren heette en vanuit 's-Gravenvoeren bestuurd werd, tot de graaf een burcht bouwde in Dalhem, dat daarna ook wel 's-Gravendal genoemd werd .

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
Verscholen tussen de bossen en heuvels van de Belgische Voerstreek is Château Altembrouck een oase van pastorale rust en ruimte, met de monumentale sfeer en stijl die horen bij een 18e eeuws kasteel en landgoed. En dat op slechts enkele minuten van Luik, Hasselt en Maastricht. U kunt overnachten in een bijzonder design hotel, midden in een 250 hectare groot grensoverschrijdend natuurdomein, met de grootste fauna variatie van Vlaanderen. Het uitzicht op bossen, vijvers en landerijen is adembenemend. Herten, reeën, das en everzwijn, u kunt ze spotten vanuit uw luxueuze verblijf in de vleugels van het kasteel. Altembrouck is een van de mooiste te bezoeken historische hotels in de streek. In het restaurant Fogo worden gasten op Altembrouck verrast met gerechten van het eigen land. De slow food filosofie en een eigenzinnige selectie zorgen voor de unieke smaak van onze producten, zoals het exclusieve Japanse Wagyu rund, ons Kurohitsu lam en het verrukkelijke Primavera kalf. Sinds kort en dat is werkelijk uniek, loopt ook het Hongaarse, Mangalica, zeg maar de Wagyu onder de varkens, vrij rond op ons landgoed. Het best bewaarde geheim van Belgie. +32 4268 0336

Auteur: Altembrouck
Meer informatie
Altenbroek, 's Gravenvoeren: Landgoed Altembrouck Altembrouck ligt midden in de Voerstreek, een gebied tussen Luik, Maastricht en Aken, dat qua landschap eeuwenlang onveranderd is gebleven. Ook al lijkt het dat de tijd hier stil heeft gestaan, de geschiedschrijving is er niet minder boeiend om. Ooit bestond er in de vroege Middeleeuwen een kleine gouw (de Luigau) waarbij de hoofdhof hier in 's-Gravenvoeren lag. Voeren was in die tijd een Karolingisch kroondomein bestuurd (beheerd) door een graaf. In dit voormalig koningsgoed werd in 878 de overeenkomst gesloten aangaande verdeling van Lotharingen tussen de koning van Frankrijk, Lodewijk de Stamelaar en de koning van Duitsland, Lodewijk de Smalle, de respectievelijke zonen van Karel de Kale en zijn broer Lodewijk de Duitser die in 870 de historische ontmoeting in Meerssen hadden. Uit een schenking van Graaf Conrad in 1083 weten we dat de parochie Voeren bestond uit de tegenwoordige kerkdorpen 's-Gravenvoeren, Noorbeek, Mheer en Banholt, Warsage en Aubel, Sint Martenvoeren, Sit Pietersvoeren, St. Jean-Sart en Slenaken. Rond 1100 was graaf Thibald tevens heer van Valkenburg. Bij het kinderloos overlijden van Thibald in 1106 werd de gravenzetel van Voeren naar het naburige Dalhem verplaatst. Om maar aan te geven hoe hecht deze streek ooit in elkaar gevlochten is geweest. Midden in dit historische gebied lag rond 1300 een "Broeke bi Voeren". Etymologisch betekent "broek": gedraineerd en in weilanden herschapen moeras. In de loop der tijden zijn inderdaad een aantal broekgronden door afwateringswerken (zoals het aanleggen van vijvers) in hooilanden en beemden veranderd. De oudst gekende heer van Broek (anno 1314) is een zekere Jan van Voeren, waarschijnlijk nog een verre afstammeling van de graven van Voeren. In zijn tijd was Altembrouck een leengoed van de graven van Dalhem. In 1371 neemt Reinier van de Broekke deel aan de bekende Slag van Baesweiler. Van 1355 tot 1511 is het kasteel in het bezit van het geslacht Melcops. Via verhuwelijking komt het in bezit van de familie Holset die er woont tot 1624. In de 16e eeuw, wanneer "ons" Broek (of Brook zoals Voerenaars het zeggen) verbonden wordt aan de familie van Hoensbroek, evolueert de naam tot "Aldenbroek", het oude Broek in tegenstelling tot het jongere Broek van Hoen. Het wapenschild van Altenbroek en het wapenschild van Hoensbroek hebben trouwens gemeenschappelijke kwartieren. In 1629 werd Altembrouck eigendom van Jan de Berghe, tevens Heer van Noorbeek. In 1714 is ridder de Winckel, heer van Altenbroek én van de heerlijkheid Noorbeek, nog altijd verbonden met Hoensbroek middels zijn functie van adjudant van Antonius van Hoensbroek. De bekendste eigenaar van Altembrouck is wel de familie de Schiervel. Zij komt op het kasteel in 1790 wanneer de advocaat Pierre Joseph de Schiervel trouwt met de erfdochter van de toenmalige eigenaar de Fassin, Marie Claire. Vader de Fassin verlaat dan Altembrouck en geeft kasteel en hoeve aan zijn schoonzoon. Dit gaf aanleiding tot de legende die Carolus Waelbers uitspon in zijn gedicht: "Op Waterloo" De jonge de Schiervel neemt de leiding van de hoeve persoonlijk in handen en toen Napoleon de grenzen met Engeland sloot, introduceerde hij de schapenteelt in het dal van de Noorbeek. Als stamhoofd van de Schiervels op Altembrouck was hij een eminente persoonlijkheid. Van 1812 t/m 1827 was hij burgemeester van 's-Gravenvoeren en vóór 1830 lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal van Nederland. Later wordt hij ridder in de orde van de Belgische Leeuw. Hij overlijdt te Altembrouck op 25 jan. 1831 op 76 jarige leeftijd. Zijn zoon Louis de Schiervel wordt gouverneur van de nieuwe Belgische provicie Limburg en maakte zich onder andere dienstbaar door de aanleg van een nieuwe weg tussen Hasselt en Maastricht. Uit dankbaarheid voor de bewezen diensten liet de gemeenteraad van Hasselt de boulevard tussen Kuringen en Luikerpoort de Schiervellaan noemen. Zijn broer, Henri de Schiervel werd net als zijn vader burgemeester van 's-Gravenvoeren en woonde tot zijn dood op Altembrouck. Hij maakte eerst de onafhankelijkheid van België mee en moest vervolgens accepteren dat het tegenwoordige Nederlands Limburg onder dwang aan Nederland werd afgestaan. Dit was een zware klap voor 's-Gravenvoeren omdat het door de nieuwe Belgisch-Nederlandse grens, die dwars door het landgoed Altembrouck liep werd afgesloten van de dorpen in Nederland, zoals Mheer, Noorbeek en Slenaken, waarmee het voorheen een economische eenheid vormde (die omspande het hele gebied tussen Valkenburg en Dalhem). Henri's zoon Jacques Gustave de Schiervel, verwerft de titel baron van zijn oom Louis, de gouverneur, na zijn huwelijk met de dochter van de bekende Charles Ghislain Vilain XIIII (Vilain quatorze), lid van het Nationaal Congres (de eerste Belgische regering), later minister van Buitenlandse zaken en buitengewoon minister van het Vaticaan. Een dochter uit deze verbintenis, Marie-Philipine Ghislaine Josephine trouwt in 1878 met Arthur de Behault, de grootvader van monsieur Jean en monsieur André, nog bekend bij vele oud Voerenaren. Gustave baron de Schiervel werd bij zijn dood in 1898 bijgezet in de familiegrafkelder naast de parochiekerk van 's-Gravenvoeren. Met zijn heengaan kwam een voorlopig einde aan de permanente bewoning van Altembrouck. De Behaults waren gehuisvest te Gent op kasteel Gend'hof te Buggenhout. De zoon van Arthur de Behault,Adrien, geboren 7 februari 1884 was officier tijdens de oorlog 1914-1918 en huwde met Annette de la Croix, dochter van de eerste minister de la Croix (na 1914-1918). Het was Adrien de Behault die samen met zijn vrouw en drie zonen Altembrouck gebruikte als zomerverblijf. Bij hun overlijden wordt het landgoed verdeeld. Kasteel en park gaan naar zoon Jean, boerderij en landerijen naar zoon André. In 1994 wordt het kasteel door hun erfgenamen verkocht aan de huidige bewoners. Goed een jaar later worden ook boerderij en landgoederen gekocht, waardoor het landgoed uiteindelijk werd herenigd. Na 100 jaar is het kasteel nu weer bruisend van activiteit.

Auteur: Eijsden-Margraten
Meer informatie
Verscholen tussen de bossen en heuvels van de Belgische Voerstreek is Château Altembrouck een oase van pastorale rust en ruimte, met de monumentale sfeer en stijl die horen bij een 18e eeuws kasteel en landgoed. En dat op slechts enkele minuten van Luik, Hasselt en Maastricht. U kunt overnachten in een bijzonder design hotel, midden in een 250 hectare groot grensoverschrijdend natuurdomein, met de grootste fauna variatie van Vlaanderen. Het uitzicht op bossen, vijvers en landerijen is adembenemend. Herten, reeën, das en everzwijn, u kunt ze spotten vanuit uw luxueuze verblijf in de vleugels van het kasteel. Altembrouck is een van de mooiste te bezoeken historische hotels in de streek. In het restaurant Fogo worden gasten op Altembrouck verrast met gerechten van het eigen land. De slow food filosofie en een eigenzinnige selectie zorgen voor de unieke smaak van onze producten, zoals het exclusieve Japanse Wagyu rund, ons Kurohitsu lam en het verrukkelijke Primavera kalf. Sinds kort en dat is werkelijk uniek, loopt ook het Hongaarse, Mangalica, zeg maar de Wagyu onder de varkens, vrij rond op ons landgoed. Het best bewaarde geheim van Belgie. +32 4268 0336

Auteur: Altembrouck
Meer informatie
De weg van Mheer naar Noorbeek slingert met rode fietsstroken aan beide kanten door het heuvelland. De weg is breed en zit vol toeristen. Reden om een zijweg rechts te nemen, en via de Stallenstraat een flink stuk van de drukkere weg af te snijden. De Stallenstraat loopt gemiddeld met 6,6% omhoog. Via de afdaling van de Mergelsberg bereik je vervolgens Noorbeek.

Auteur: Hago Limburgs Mooiste
Meer informatie
Het kampeerterrein "Camping Grensheuvel" is gelegen in Margraten.

Auteur: MTB-live.com
Meer informatie
Op het terras kunnen bezoekers even tot rust komen tijdens een fietstocht of wandeling. Heerlijk genieten van al het lekkers van De Zeute Aardbei. Proef de wafel met verse aardbeien, koffie met (aardbeien) vlaai of ambachtelijk Italiaans ijs! Daarnaast zijn er ook zelfgemaakte soepen, een tosti of boerenbrood verkrijgbaar.

Auteur: Visit Zuid-Limburg
Meer informatie
Hof van Carsveld Deze hof, aldus genoemd, omdat deze een bezit was van de familie Van den Hove, genoemd Casveldt, was. Joncker Herman van den Hove, gehuwd met Catharina Dammerscheidt, verkocht deze laathof op 28 november 1562 aan Jan van Imstenrade, de kasteelheer van Mheer. Herman van den Hove had, volgens de overdrachtsakte uit 1562, nog twee "brooders" (broers, red.), te weten Joncker Willem en Joncker Wijnand van den Hove. Ook de Hof van Carsveld heeft al zijn sporen gewist.

Auteur: Eijsden-Margraten
Meer informatie
In de Banholtse Dalestraat heeft tegenover de Lourdesgrot jarenlang een put gestaan. Deze put is omstreeks 1958-1959 ingestort en daarna gedempt en afgebroken. Niets meer in het straatbeeld herinnert aan deze put. Gelukkig is een oude ansichtkaart uit 1916 bewaard gebleven en brengt deze oude plaat het verleden weer even tot leven (bovenste foto). Helemaal beneden aan de Dalestraat heeft ook een put gestaan. Ook hiervan rest niets dan een oude foto (onder) uit 1915.

Auteur: Eijsden-Margraten
Meer informatie
Sint Gerlachuskerk, Banholt Banholt behoorde vanoudsher tot de parochie Mheer. Toen de kerk van Mheer herbouwd moest worden in 1872, wensten de inwoners van Banholt dat deze herbouw halverwege de weg Mheer-Banholt zou plaatsvinden. Toen dat niet geschiedde, besloten zij een eigen kerkgebouw te bouwen, bedoeld als een van Mheer onafhankelijke rectoraatskerk. In 1874 werd met de bouw begonnen. Men bakte zelf de lemen brikken, gewonnen op de Banneterheide. Er kwam ook geen architect aan te pas. De bouwkundige Jonkergouw uit Meerssen en aannemer Prevoo uit Margraten bouwden een kerk naar voorbeeld van de kerk van Berneau in België in een vereenvoudigde classicistische stijl. De eerste steen werd gelegd in 1874 door de grootste weldoener van de kerk: Hendrik Bastings. Na hem offerden veel andere dorpsgenoten. Op 28 december 1876 werd de kerk door de toenmalige deken van Gulpen ingezegend. Maar de afscheiding van Mheer ging niet zonder slag of stoot. Bisschop, graaf en pastoor weigerden de kerk van Banholt te bedienen en er ontstond het 'Banholter Schisma', dat officieel duurde tot 1881. Van 1877 tot 1881 werden er geen missen gelezen en moest men zich behelpen met lekenbediening en de hulp van een oud-katholiek priester. In 1881 werd de ruzie bijgelegd en werd Banholt een zelfstandig rectoraat onder de parochie Mheer. In 1922 werd een onopvallend klokkentorentje vervangen door de huidige bakstenen toren naar plannen van Nic. Ramakers. In 1937 werd Banholt een parochie. De achtste rector August Rohs werd de eerste pastoor van Banholt.

Auteur: Eijsden-Margraten
Meer informatie
Banholt is een dorp in de Nederlandse gemeente Eijsden-Margraten, in het zuiden van de provincie Limburg. Het dorp heeft 1004 inwoners. Bij Banholt hoort ook de buurtschap Terhorst.
Het dorp is gesitueerd op het Plateau van Margraten op een hoogte van ongeveer 180 meter. Nabij het dorp ligt de Banholterheide, ook wel Eiland van Banholt genoemd, omdat het ooit tussen twee Maasarmen lag. De rivier nam de zachte aarde rondom mee, maar kreeg geen greep op het hardere gesteente, dat als 'eiland' achterbleef. Duizenden jaren geleden werd er vuursteen gedolven. Het gebied functioneerde in de jaren 1930 als kiezelgroeve en werd later als vuilnisstortplaats gebruikt. In 2013 is het gebied opgeknapt en is er een informatiebord geplaatst. Ook zal de oorspronkelijk begroeiing worden hersteld.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
Molenweg 14, Banholt: Windmolen van Banholt De Windmolen van Banholt stond op het hoogste punt van de huidige gemeente Eijsden Margraten, bij het Eiland van Banholt, en torende hoog boven het landschap uit, op een ideale plek om veel wind te vangen. In 1847 kocht radenmaken Mathijs Mandervelt van de gemeente Mheer een stuk grond op de Banholterheide, met als doel er een windmolen op te bouwen. Mandervelt verhuurde de windmolen naar alle waarschijnlijkheid aan molenaar Honjet of Hounjet. De molen van Banholt was een lage houten achtkant op een achtkante gemetselde onderbouw van baksteen, een binnenkruier, die het maalwerk van een standaard molen had. Op een avond dat molenaar Honjet aan het was, had hij gezelschap van ene Cornelis Rademakers, die hem vaker hielp bij het malen van graan en koren. Tijdens het gesprek raakte de kaar boven de maalstenen leeg. Honjet droeg snel een zak naar boven (de molen had geen luiwerk) om de zak in het kaar leeg te schenken. Zijn halsdoek werd daarbij door het steenronsel gegrepen, waardoor molenaar Honjet werd onthoofd. Hoe luguber ook, een ongeval dat op molens geen uitzondering was. Rademaker legde met licht de stenen op elkaar en zette met de prems de molen stil en waarschuwde de familie in het dorp. De molen was net afgebouwd, of eigenaar Mandervelt verkocht de molen aan de Maastrichtse koopman Hubert Coffin. Na diens overlijden vond op 24 augustus 1866 werd de Banholtse molen uiteindelijk na deling van de nalatenschap toegewezen aan zijn zoon Jan Hubert Coffin uit Maastricht. In 1867 kwam de molen in het bezit van de zus van Coffin, kloosterzuster M.E.H.A. Coffin, alias moeder Hubertina. Zij verkocht de molen in 1873 aan Pieter Honjet, de zoon van de verongelukte molenaar. Met een knecht in dienst zette hij het maalbedrijf van zijn vader voort. De molen brandde in 1877 af. Honjet liet de molen geheel in steen herbouwen, waarbij de molen de later bekende vorm kreeg. In het opgaande metselwerk was een scheiding zichtbaar, die was aangezet juist boven de toog van de twee grote toegangspoorten. De bouw werd in 1877 voltooid. Honjet had nog niet alle kooppenningen aan moeder Hubertina betaald, waardoor hij de molen openbaar moest verkopen. De hoogste bieder was J.J. Coffin, koopman te Maastricht, die namens zij zus, moeder Hubertina, de molen terugkocht van Honjet. Een jaar later verkocht zij de molen weer aan Jan Joseph Honjet, schoenmaker te Banholt. In 1880 kwam de molen door koop in bezit van molenaar Willem van Houdt, afkomstig uit Klein Genhout (nabij Beek, red.). Waarschijnlijk was hij al reeds de pachter van de Banholtse molen. In zijn huis opende hij tevens een café. Voor het zeven van bloem uit tarwemeel, plaatste hij in de windmolen een bloembuil: een houten machine die in Zuid-Limburgse windmolen nauwelijks voorkwam. De molen bleef in het bezit van de familie Van Houdt. In de jaren twintig van de twintigste eeuw verslapte de interesse van de molenaar in het malen van granen, mede door de concurrentie door de motormaalderij van Frans (Fraswig) Custers in de Dalestraat. De windmolen van Banholt werd stilgezet en verviel geheel. De romp werd in 1936 en vervolgens in 1959 gedecimeerd en tenslotte ter hoogte van de maalzolder met een kap afgedekt om verder als stal of schuur te dienen. Foto boven: de herbouwde, bakstenen windmolen van Banholt in volle glorie Foto beneden: de gedecimeerde molen, die nu als opslagruimte dienst doet

Auteur: Eijsden-Margraten
Meer informatie
Het rijksbeschermd gezicht Sint-Geertruid, Moerslag en Bruisterbosch is een van rijkswege beschermd dorpsgezicht in de Nederlands-Limburgse gemeente Eijsden-Margraten. Het beschermde gebied omvat een deel van de dorpskern van Sint Geertruid, het vlak bij Sint Geertruid gelegen gehucht Moerslag en het iets verderweg gelegen gehucht Bruisterbosch.
Het rijksbeschermd gezicht Sint-Geertruid, Moerslag en Bruisterbosch is gelegen op een zuidelijke uitloper van het Plateau van Margraten, in het westelijke deel van het Zuid-Limburgse Heuvelland. Ofschoon Zuid-Limburg reeds in de Romeinse tijd grotendeels bewoond en ontgonnen was, zijn na deze periode grote delen weer ontvolkt en opnieuw bebost geraakt. Hoewel in de rivierdalen al vanaf de Vroege Middeleeuwen nederzettingen aanwijsbaar zijn, werden de hogergelegen plateaus en de hellingen pas in de periode 1100-1300 opnieuw ontgonnen. Het beschermingsbelang van het onderhavige gebied is gelegen in de nog in belangrijke mate bewaard gebleven historische bebouwing en de bijzondere nederzettingsstructuur, die samenhangt met de geografische gesteldheid en de historisch-maatschappelijke ontwikkeling in dit deel van Nederland.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
Zjwingelput Herkenter De zwingelput van Herkenrade staat op het pleintje aan de wegkruising van de Langsteeg met het buurtschap Herkenrade. Het nieuw gebouwde puthuisje staat niet op de plek van de oorspronkelijke put van Herkenrade. De originele put bevond zich een tiental meters verderop. De put dateerde van ver voor 1850 en is in 1946 gedempt. Deze put moet ongeveer 60 meter diep zijn geweest. Na een afwezigheid uit het straatbeeld van ruim 50 jaar, is het puthuisje in 1996 door de inwoners van Herkenrade, aan de hand van oude foto´s op de huidige plek in volle glorie hersteld. Op de nieuw gemetselde borstwering staat een houten overkapping, gedekt met dakpannen. Het putwiel en de putkatrol zijn aanwezig. In de put van de Herkenter ontbreekt zelfs de putemmer niet! Aan de linkerzijde van het puthuisje is een hardstenen `krub` (kribbe; wateruitloop) waar het water in emmers werd opgevangen. De oude foto geeft een prachtig kijkje terug in de tijd. De foto is genomen omstreeks 1930.

Auteur: Eijsden-Margraten
Meer informatie
Sint Geertruid is een plaats in het zuiden van Nederlands Limburg. Vanaf 1828 tot 1982 was het een onderdeel van de gelijknamige zelfstandige gemeente. Sinds de gemeentelijke herindeling van 1 januari 1982 maakte het deel uit van de gemeente Margraten. Vanaf 1 januari 2011 is het een onderdeel van de gemeente Eijsden-Margraten.
Het dorp Sint Geertruid is in de 11e eeuw gesticht vanuit de toenmalige heerlijkheid Breust . Daarom werd Sint Geertruid ook wel Breust op den Berg genoemd. De plaats is vernoemd naar de heilige Gertrudis van Nijvel. Het dorp heeft, samen met zijn buurtschappen en gehuchten circa 1420 inwoners.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
Hof van Libeek. Huis of Hof van Libeek heeft een hele lange geschiedenis, waarschijnlijk al van voor 1200. Het oudste gedeelte van de kelder van het woonhuis stamt namelijk uit de periode tussen 1200 en 1300. Niet duidelijk is wat het hoofdgebouw uit die tijd heeft verwoest. Waren het de Brabantse troepen? Was het ander gespuis? Was het een noodlottig ongeval, zoals brand of blikseminslag? De geschiedenis geeft hieromtrent haar geheimen niet prijs. Tussen 1300 en 1500 werd aan de zuidzijde een nieuwe kelder uitgegraven en werden andere verdiepingen opgetrokken. De hof was destijds in het bezit van de adellijke familie Van Liebeek. Archiefonderzoek laat zien dat Libeek destijds een aanzienlijk goed was, dat tevens volstrekt onafhankelijk was. In het archief van het Kapittel van Sint Maarten (Luik) komt de Franse benaming voor op 14 januari 1325, toen Renars van Arenteel en Reniers van Visé gronden van Libeek ("Les rerred de Libay) in pacht kregen. Huis Libeek is niet alleen aangeduid als "huis", maar ook als "hof" (1484) en als "kasteel" (1477). Rond 1500 start een nieuwe fase van de geschiedenis van Libeek, als het huis in handen komt van de Heren van Holsit. Zij hebben de noordvleugel van woongedeelte bijgebouwd. In de mergelstenenwanden van de zolder wordt geschiedenis mooi tastbaar, want meesterleidekker Jan Brant grifte daar in de muur: "Jan Brant dat edel blot – dat weinich heet ende vel verdot – Anno 1610 den 29 Julet". De inscriptie is keurig voor zijn meesterteken. In 1627 overleed de laatste Holsit van Libeek en daarmee tevens de laatste adellijke bewoner van het huis. In 1779 schreef een historicus: "Op Eisdensche bodem ligt Liebeek, een riddermatig Huis, dat thans niet veel meer lijkt dan een pachthof, behoorende aan de Grave van Neufchateau." Het nog immer bestaande op de zolder gesitueerde duivenverblijf met hardstenen vloer moet uit die tijd dateren. Volgens het pachtcontract moest de pachter tweehonderd duiven houden, welke dienden tot jachtbuit van de verpachter. Een overblijfsel van het "Ius Columbarii": het recht van duivenslag. Hieruit mag worden geconcludeerd dat de toestand van Libeek grondig was veranderd. De "Borch" (burcht, annex kasteel), sedert 1627 niet meer tot adellijke heren bewoond, is verworden tot een woonhuis, waarin een pachter of halfwin woonde. Anno nu zijn de grachten grotendeels opgevuld en zijn aan de westzijde van het hoofdgebouw boerderijgebouwen opgetrokken. (bron: Heemkundevereniging Sint Geertruid).

Auteur: Eijsden-Margraten
Meer informatie
De boerenboomgaard was het traditionele type boomgaard in Zuid-Limburg. Dit waren aanplantingen van fruitbomen in percelen vlakbij de boerderij waarop ook vee geweid werd. De dieren zorgen voor een natuurlijke bemesting van het gras onder de bomen. De boomgaarden waren niet monotoon, maar juist heel divers en de verschillende soorten bomen stonden ook vrij ver van elkaar. De opbrengst was laag en de productie was volledig bestemd voor de lokale markt. In de tweede helft van de 19e eeuw ontstonden weideboomgaarden. Niet langer lagen de boomgaarden rondom de dorpen, maar nu werden uitgestrekte, afgelegen percelen met fruitbomen beplant. Rond 1880 begon het onderhoud van de boomgaarden meer aandacht te krijgen. Oude, dode bomen werden met wortel en al gerooid en maakten plaats voor jonge exemplaren. Door de bemesting met kunstmest verbeterde de opbrengst en er kwamen ook allerlei chemische bestrijdingsmiddelen op. Na 1960 begon de teruggang van de hoogstamboomgaarden, dit had te maken met diverse factoren. Het plukken van het fruit in de hoogstamboomgaarden was arbeidsintensief en bracht dus hoge plukkosten met zich. Bovendien was het het aanbod aan fruitsoorten beperkt en was de omvang van de meeste boomgaarden te gering om tot een rendabele exploitatie te komen. Grootschalige laagstamboomgaarden kwamen steeds meer in de mode. Deze lagen ook niet meer in de nabijheid van de dorpen, maar op de plateau´s en op flauwe hellingen met dikke lössbodems, waar de bomen dieper konden wortelen.

Auteur: Biker
Meer informatie
Beleef HEI15 d.m.v. de gerenoveerde boerderij waarin het landelijke karakter met de hedendaagse architectuur gecombineerd wordt. Hierdoor ervaren gasten een design groepsaccommodatie voor 16 personen. De architectuur verwijst naar de authenticiteit en vertrouwdheid van een landelijke boerenschuur of stal, maar dan met de moderniteit en duurzaamheid van vandaag. Door het gebruik van pure materialen en combinaties wordt er rust en een mooie beleving voor de hele groep gecreëerd.


Auteur: Visit Zuid-Limburg
Meer informatie
Op de Mescherhei is een landmark gerealiseerd in de vorm van een moderne uitkijktoren die op vele verschillende manieren refereert aan de rijke historie van de plek. Er is informatie te vinden over het huidige landschap(gebruik) en dat uit het verre verleden. Dit gebeurt op een strategische plek waar in de omgeving veel waardevolle archeologische vondsten zijn gedaan, die in sommige gevallen uniek voor Nederland zijn te noemen en die gelegen is op de grens van de voormalige twee gemeenten Eijsden en Margraten. De plek die in de prehistorie al door rendierjagers gebruikt werd als uitzichtpunt krijgt zijn functie terug om de mens (opnieuw) bewust te maken van het landschap waarin hij zich begeeft. Door een toren van 9 meter hoogte neer te zetten wordt de beleving van het weidse panorama extra benadrukt en ontstaat de mogelijkheid om op unieke wijze informatie kenbaar te maken aan een breed publiek. Daarnaast is er in samenwerking met lokale ondernemers een belevingsboomgaard gerealiseerd met fruitbomen van oude rassen en informatie hierover.

Auteur: Visit Zuid-Limburg
Meer informatie
De Heiweg is een heuvel en straatnaam in het Heuvelland gelegen tussen Mesch en Moerslag , aan de rand van het plateau van Margraten in het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg. De Schelberg komt uit op de Heiweg.

Het steilste deel van de klim is direct aan de voet. Halverwege is er nog een gedeelte met een stijgingspercentage van rond de 7%.


Auteur: Wikipedia
Meer informatie
Sint Pancratiuskerk, Kerkplein 1 Mesch De Sint Pancratiuskerk is een bezoekje meer dan waard. De oudste delen, het schip met de eerste drie ramen, dateren waarschijnlijk uit de 9de of 10de eeuw. Hiervan getuigt het voor Nederland unieke opus spicatum, het visgraatband (zie foto), in de buitenmuur. De fraaie Sint Pancratiuskerk, gelegen aan het Pelgrimspad en het Pieterpad is een van Nederlands' oudste stenen gebouwen en de oudste kerk van Limburg. Sint Pancratius is een van de drie ijsheiligen. De anderen twee zijn Sint Servaas en Sint Bonifatius. Met augustuskermis was het gebruikelijk om de relikwieën van Sint Pancratius te vereren. Hij werd vooral aangeroepen voor hulp bij kinderziektes, maar ook bij jicht, reumatiek en eczeem.

Auteur: Eijsden-Margraten
Meer informatie
Op dinsdag 4 augustus 1914 stonden vele inwoners van het Zuid-Limburgse dorp Mesch in spanning te kijken op de Mescherberg. In de verte trokken Duitse militaire colonnes voorbij. De weg waarover zij reden, ligt precies op de grens tussen Nederland en België. Zouden de Duitsers niet toch door Nederlands Limburg trekken? Dan zou Nederland ook in oorlog komen.

Auteur: Dromos
Meer informatie

Commentaar