Download
bbuyse
51 30 42

Afstand

30,92 km

Positief hoogteverschil

97 m

Moeilijkheidsgraad

Gemakkelijk

Negatief hoogteverschil

97 m

Max hoogteverschil

97 m

Trailrank

9

Min hoogteverschil

40 m

Route type

Lus

Coördinaten

465

Geüpload

20 augustus 2021

Uitgevoerd

augustus 2021
Wees de eerste die klapt
Delen
-
-
97 m
40 m
30,92 km

2 maal bekeken, 0 maal gedownload

in de buurt Kruis, Flanders (Belgique)

Van Zandkuilstraat 4, 3730 Hoeselt, België

Naar Zandkuilstraat 12, 3730 Hoeselt, België



Routering Knooppuntfietsen

Waypoint

B&B Kerkevelde

Mooi gerenoveerd boerderijtje in Beverst-Bilzen, het ligt werkelijk tussen Vochtig-Haspengouw en de Kempen. Het is een paradijs voor fietsers die in alle rust kunnen genieten van uitgestrekte weilanden en stille sparrenbossen.

Auteur: tovpubliek
Meer informatie
Waypoint

station Bilzen

Er zijn rechtstreekse treinverbindingen naar Luik (1 trein per uur; reistijd: 40min), Leuven (1 trein per uur; reistijd: 58min), Brussel (1 trein per uur; reistijd: 1u26min) en Antwerpen (1 trein per uur; reistijd: 1u21min).
Daarnaast zijn er 2 treinen per uur naar Hasselt (reistijd: 13min), Diepenbeek (reistijd: 6min), Tongeren (reistijd: 9min), Diest (reistijd: 32min) en Aarschot (reistijd: 44min).

Om een route te plannen klik hier. Vul vertrek en bestemming in. Door op het pijltje naast Enkel NMBS te klikken kan je kiezen tussen station of adres.. Vul verder de datum en het tijdstip van je verplaatsing in en klik op de knop Bevestig.

Bus 10 brengt je van het station naar het bedrijventerrein. Voor meer info klik je op de betreffende bushalte.

Voor een fietsroute vanaf het station van Bilzen naar het bedrijventerrein klik hier.

Voor meer informatie en de deur-tot-deur routeplanner kan je bellen naar 02 528 28 28 of surfen naar www.nmbs.be.

Auteur: TRAJECT - Mobility Management
Meer informatie
Waypoint

De Biberist

Zonhoevestraat 3 bus A  3740 Beverst (Bilzen) 
Provincie Limburg 
Toeristische regio Haspengouw 
Website Boekingscentrale CJT
Erkenning door Toerisme Vlaanderen
Type Erkend | Type A 
Brandveiligheidsattest Ja 
Verantwoordelijke bezichtiging Jules Punie Adres Kuilenweg 9  3740 Bilzen Telefoon 089/30.81.61 Gsm 0496/97.22.65 Fax 089/30.81.61 E-mail punie.jules@telenet.be 
Verantwoordelijke reservaties Centrum voor Jeugdtoerisme vzw Adres Bergstraat 16  9820 Merelbeke Telefoon 09/210.57.70 Fax 09/210.57.80 E-mail cjt@cjt.be Website CJT

Auteur: Bouwen aan groen speelweefsel
Meer informatie
Waypoint

Spurkerweg - Fietsen zonder fietspad

Spurkerweg In het deel van Spurkerweg voor de school is er geen fietspad of fietssuggestiestrook. Na honderd meter bereik je een fietssuggestiestrook. Je rijdt dan ook rechts de fietssuggestiestrook op. Pas op voor geparkeerde auto's naast de weg. Leer hoe je veilig geparkeerde auto's voorbijrijdt. Oefeningen -Plaats op de openbare weg -Geparkeerde auto's voorbijrijden Info: plaats op de openbare weg In het deel van de Sprukerweg voor de school is er geen fietspad. Dan rijd je rechts. Hoewel het hier wel mag, rijd je best niet met twee naast elkaar. Zodra de fietssuggestiestrook of het fietspad begint, kies je ervoor om op de fietssuggestiestrook of op het fietspad verder te rijden. De algemene regels zijn: -Op fietspaden mag je met twee naast elkaar rijden, als je andere weggebruikers van het fietspad niet hindert of in gevaar brengt. Moet je andere weggebruikers kruisen of inhalen, of word je ingehaald, dan fiets je achter elkaar. -Fietsers die de rijbaan volgen, mogen binnen de bebouwde kom met twee naast elkaar rijden, behalve wanneer kruisen met een tegenligger niet mogelijk is. Buiten de bebouwde kom moeten fietsers achter elkaar rijden bij het naderen van achteropkomend verkeer. -Op de rijbaan hou je best een beetje reserve langs je rechterkant. Anders loop je het risico van de rijbaan gereden te worden of ga je misschien in de goot rijden met kans op vallen. -Bestuurders mogen nooit stilstaan op een zebrapad, ze stoppen ervoor. Het zebrapad moet vrij blijven voor voetgangers. -Let op voor parkerende auto's. Info: geparkeerde auto's voorbijrijden Als fietser moet je soms plots uitwijken voor hindernissen op het fietspad of op de rijbaan. De meest voorkomende oorzaak is een autoportier dat plots openzwaait of een auto die een parkeerplaats verlaat. Let hiervoor op in de Spurkerweg. Automobilisten mogen nooit zomaar hun portier openzwaaien of hun parkeerplaats verlaten, maar het gebeurt. Als fietser ben je maar beter voorbereid. Jonge fietsers leren dus best anticiperend kijken. Dat wil zeggen: geconcentreerd vooruitkijken om zoveel mogelijk risicosituaties tijdig te kunnen inzien en in te schatten: kijken of er iemand in de auto zit, nagaan of een richtingaanwijzer knippert en luisteren of de motor draait. Op het moment van een onverwachte situatie is een snelle beslissing nodig: hard remmen en tijdig kunnen stoppen, veilig kunnen uitwijken... Plots kunnen uitwijken op een veilige manier, is zeer moeilijk en vraagt veel vaardigheid en ervaring.

Auteur: Mobiel 21
Meer informatie
Waypoint

Hasseltsepoort - Rotonde

Sint-Lambertuslaan- Hasseltsepoort Neem de vierde afslag aan de rotonde. Vlak na de afslag van de rotonde kruis je nog een straat: een voorrangbord geeft aan dat je voorrang hebt. Geef ook voorrang aan voetgangers die de straat oversteken via het zebrapad. Oefeningen - Rotonde Info: rotonde Een rotonde is een rond plein dat je met de rijrichting mee moet volgen. Aan de rotonde zie je een omgekeerde driehoek en haaientanden op de rijbaan. De omgekeerde driehoek is een voorrangsbord en betekent dat weggebruikers die uit die straat komen zo nodig moeten stoppen en voorrang moeten verlenen aan weggebruikers op de rotonde. De regel is dat bestuurders op de rotonde voorrang hebben op bestuurders die de rotonde willen oprijden. Bij het oprijden van de rotonde moeten bestuurders geen richtingaanwijzers gebruiken. Om de rotonde te verlaten, moeten de richtingaanwijzers wel gebruikt worden. Zo rijd je als fietser de rotonde op : - Bij het oprijden van een rotonde geef je voorrang aan weggebruikers op de rotonde. Je ziet de haaientanden staan, die duidelijk aangeven dat je moet stoppen en voorrang verlenen. - Is er een fietspad, gebruik dat dan. Is er geen en moet je op de rijbaan fietsen, fiets dan niet uiterst rechts op de rotonde, maar maak jezelf goed zichtbaar. - Automobilisten die willen afslaan, moeten doorgaande fietsers op de rotonde voorrang geven. Omdat dit niet altijd gebeurt, kan je als fietser dan best vertragen en zo nodig je voorrang afgeven in plaats van aangereden te worden! - Geef een teken met je rechterarm als je de rotonde wil verlaten. Op deze rotonde is geen fietspad, dus maak je als fietser gebruik van de rijweg. Wees dubbel op je hoede als je in de buurt van vrachtwagens komt. Naast, voor en achter de vrachtwagen zijn er heel wat gevarenzones waar de chauffeur je niet kan zien, de zogenaamde dode hoek. Hou voldoende afstand achter of voor de vrachtwagen. Rechts van de vrachtwagen is de dodehoekzone het grootst. Dus zeker opletten voor naar rechts afslaande vrachtwagens! Kan jij de chauffeur niet zien, dan kan hij jou ook niet zien! Het is verboden om te fietsen op het voetpad/trottoir. Vind je fietsen op het fietspad echter te gevaarlijk, dan kan je afstappen en met je fiets aan de hand via het trottoir en zebrapad de rotonde te nemen.

Auteur: Mobiel 21
Meer informatie
Waypoint

't Piepeke

Spurkerweg Verlaat de school via de uitgang aan de Spurkerweg. Leer hoe je de school veilig verlaat. Aangekomen aan de Spurkerweg bespreek je met de leerlingen wat de plaats voor de voetgangers op de openbare weg is. Je wandelt rechts de Spurkerweg in. Je ziet aan je rechterkant een bord dat aangeeft dat je een variabele zone 30 nadert. Oefeningen -Tips voor het veilig verlaten van de school Info: tips voor het veilig verlaten van de school -Stop altijd even bij het verlaten van de school en stap nooit zomaar de straat op of over. -Kijk naar de verschillende kanten vanwaar verkeer kan komen. -Als gemachtigde opzichters/leerkrachten toezicht houden of je begeleiden bij het oversteken, wacht dan op hun signaal om over te steken en luister naar hun richtlijnen. -Pas op voor openslaande portieren van stilstaande en geparkeerde auto's. -Pas goed op als je toch tussen geparkeerde voertuigen moet oversteken.

Auteur: Mobiel 21
Meer informatie
Waypoint

Laakstraat - Beperkt eenrichtingsverkeer

Laakstraat Sla links af bij het eerste kruispunt en rijdt verder in de Laakstraat. In dit deel van de Laakstraat geldt beperkt eenrichtingsverkeer. Steek vervolgens de Spurkerweg over en rijd verder in de Laakstraat. Dit deel van de Laakweg is zeer smal en er auto's mogen er in twee richtingen rijden. Let zeer goed op, rijd goed rechts en probeer aan de kant te gaan wanneer er tegenliggers zijn. Oefeningen - Beperkt eenrichtingsverkeer Info: beperkt eenrichtingsverkeer Het deel van de Laakstraat tussen de Spurkerweg en de Broekem is een eenrichtingstraat waar beperkt eenrichtingsvekeer geldt. De rijrichting wordt aangegeven door een blauw vierkant bord met witte pijl. De witte pijl die hierop staat, duidt de verplichte richting aan die men moet volgen. Dit eenrichtingsverkeer geldt enkel voor automobilisten. Fietsers mogen dus in twee richtingen fietsen. Dat is beperkt eenrichtingsverkeer. Deze uitzondering voor fietsers wordt aangegeven door een uitzonderingsbord onder het verbodsbord. Staat er geen uitzonderingsbord (dit niet) onder het verbodsbord, dan mogen fietsers, net zoals automobilisten, slechts in één richting rijden.

Auteur: Mobiel 21
Meer informatie
Waypoint

Laakstraat - Straat oversteken

Oefeningen - Straat oversteken Info: straat oversteken De Spurkerweg kan je best oversteken met de fiets aan de hand. Zodra je de overkant van de straat hebt bereikt, stap je op je fiets. Oversteken doe je zo: - eerst links kijken, - den rechts (om een algemeen beeld van de straat te krijgen), - terug links (om zeker te zijn dat die richting wel veilig is), - weer naar rechts (om zeker te zijn dat ook deze richting veilig is), - oversteken terwijl je naar links kijkt, - voor het midden van de rijbaan naar rechts kijken, - goed doorstappen om snel aan de overkant te zijn, - goed opletten dat je hier geen andere gebruikers van het zebrapad en de stoep hindert, - zodra je de overkant van de straat bereikt hebt, stap je terug op je fiets en fiets je verder aan de rechterkant van de rijweg, - je fietst verder in de Laakstraat

Auteur: Mobiel 21
Meer informatie
Waypoint

Sint-Stefanuskerk

Opvallend kleurrijke kerk uit de 18de eeuw met veel oudere toren. Binnenin zijn de meest waardevolle kunstwerken verzameld in een schatkamertje. De vroeg-gotische doopvont is één van de oudste en meest opmerkelijke stukken in de kerk. Op de hoeken van de kuip staan vier hoofden afgebeeld: een man, een vrouw, een grijsaard en een duivel. Ze staan symbool voor de vier levensstromen in het Aards Paradijs die op hun beurt dan weer de vier evangelisten symboliseren: Geon (Mattheus), Tigris (Marcus), Eufraat (Lucs) en Physon (Johannes). Sint-Stefanus, de patroonheilige van de kerk, is terug te vinden op het schilderij boven het hoofdaltaar (1879). Op het doek is te zien hoe Stefanus, ook wel 'de eerste martelaar' genoemd, wordt gestenigd. Het hoofdaltaar stond vroeger in de Sint-Pauluskathedraal in Luik en werd er door de Hoeselaren met paard en kar opgehaald. De kleurrijke glasramen in het koor vertellen aan de noordkant de LEGENDE VAN SINT-HUBERTUS EN HET HERT. De ramen aan de zuidkant gaan over het leven van Sint-Lambertus. SINT-HUBERTUS EN SINT-LAMBERTUS De Heilige Hubertus van Luik (7de eeuw) bekeerde zich nadat hij tijdens een jachtpartij oog in oog kwam te staan met een hert dat een kruis in zijn gewei had. Een stem zij hem naar Lambertus, de bisschop van Maastricht te gaan. Hubertus ging bij hem in de leer en volgde hem uiteindelijk ook op als bisschop. Sint-Hubertus is een populaire heilige in onze streken. Hij is de patroonheilige van de jacht. In vele gemeenten vindt nog elk jaar een Hubertusviering plaats, dikwijls in open lucht, waarbij dieren gezegend worden. Het hert met het kruis tussen zijn gewei is vandaag trouwens terug te vinden in het logo van het drankje Jägermeister. Open kerk: dagelijks 10u-17u.

Auteur: Stichting Open Kerken
Meer informatie
Waypoint

St.-Mauritiuskerk

De NEOGOTISCHE Sint-Mauritiuskerk heeft een kleurrijk beschilderd interieur. Het vijfhoekige koor stamt nog uit de gotische periode. De grafsteen van de familie van Bocholtz werd ontdekt onder het hoogaltaar en kreeg een nieuwe plaats achteraan in de kerk. Edmond van Bocholtz, landcommandeur van de Duitse orde in Alden Biesen liet in 1659 zijn familieleden onder deze steen bijzetten met de bedoeling deze kerk tot grafkerk van zijn geslacht te maken. De landcommandeur werd zelf echter elders begraven. Hij staat afgebeeld op het schilderij van de knielende H. Dominicus. Deze ontvangt de Rozenkrans uit de handen van O.L. Vrouw en geeft tegelijkertijd een rozenkrans aan de landcommandeur. Op de achtergrond houdt de H. Gregorius van Cappadocië de banier vast van de Duitse Orde. Mauritius, de patroonheilige van de kerk, was erg populair bij de Franken. Hij was een legeraanvoerder onder de Romeinse keizer Maximilianus Hercules. Samen met zijn gezellen onderging hij de marteldood. Zijn beeld staat in de rechterzijbeuk. Hij is gekleed als een Romeinse centurio (officier) in de kleuren van Bilzen (groen en rood). Open Kerk: dagelijks 9u-17u NEOGOTIEK Bouwstijl uit de 19de eeuw geïnspireerd op de middeleeuwse gotiek gekenmerkt door verticale lijnen en spitsbogen. Architectuur, interieur en meubilair vormde vaak één geheel. Heel wat neogotische kerken waren binnenin kleurrijk beschilderd. Deze bonte interieurs zijn vandaag in de meeste neogotische kerken bedekt door een witte pleisterlaag.

Auteur: Stichting Open Kerken
Meer informatie
Waypoint

St.-Stefanuskerk

  De geschiedenis van de kerk is goed gedocumenteerd. Na de restauratie in 2008 verscheen een geïllustreerde, goed leesbare bundel die wijst op de oude en recente delen. Deze uitgave is verkrijgbaar in de kerk. De basis van de kerktoren is preromaans en dateert uit de elfde eeuw. In dit gedeelte werden oude baksteen en vijftien soorten natuursteen teruggevonden. Een deel daarvan blijkt recuperatiemateriaal van Romeinse villa’s uit de streek. Op die basis kwam in 1250 een romaans-gotische combinatie in streekeigen mergelsteen. Deze kerk werd in 1766 vervangen door een nieuwe constructie: een classicistische, eenbeukige zaalkerk in baksteen. Enkele jaren later werd de barokke spits in Oostenrijkse stijl toegevoegd. Wegens een groeiende bevolking, werd deze zaalkerk in 1896 met een derde verlengd en in 1932 uitgebreid met twee zijbeuken. In het interieur gaat de aandacht naar het hoogaltaar (1689) afkomstig uit de Luikse Sint-Pauluskathedraal. De twee witmarmeren medaillons met afbeeldingen van de apostelen Petrus en Paulus werden gemaakt door de beroemde beeldhouwer Jean Delcour. Het 18de eeuwse koorgestoelte komt uit de Sint-Jan-Evangelistkerk van Luik. De Kruisafneming in het koor is afkomstig van het atelier van Rubens. De Steniging van Sint-Stefanus aan de rechterkant van het koor werd in 1713 gemaakt door Jean Detrixhe. De twee zijaltaren, de twee biechtstoelen en de communiebank (thans verwerkt in het altaar en de lezenaar) zijn allen van de hand van de 18de eeuwse Duitse meester-schrijnwerker Carl Weyskopf. De eikenhouten reliekenkast dateert uit de 17de eeuw. De vroeggotische doopvont (ca. 1250) telt vier karaktervolle koppen. De vis afgebeeld op het deksel is één van de oudste christelijke symbolen. De gekroonde adelaar op het tabernakel verwijst naar de grootste weldoener van de kerk, de adellijke familie de Brouckmans. Hun domein (nu een school) vindt u naast de kerk.

Auteur: Wizpr.guide
Meer informatie
Waypoint

Beverst

Beverst is een plaats en voormalige Belgische gemeente in het zuiden van de provincie Limburg . De deelgemeente bestaat uit het gehucht Schoonbeek ten noorden van de Demer en de plaatsen Beverst, Laar en Holt ten zuiden van de Demer. Beverst werd in 1977 gefuseerd met de stad Bilzen en telde 5047 inwoners in 2008.
De herkomst van de naam Beverst is niet geheel duidelijk. De naam dook voor het eerst op in 1314 en zou herleid kunnen worden tot het oudgermaans bebrussa, wat rivier met bevers betekent. Overigens houden andere auteurs het op een Keltische naamsoorsprong.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
Waypoint

Sint-Gertrudiskerk

Er bestond al sinds de 8e eeuw een quarta capella, onderhorig aan de parochie van Hoeselt, die in de 8e eeuw van die van Tongeren werd afgescheiden. De kapel was gewijd aan Gertrudis van Nijvel. Het tiendrecht was in handen van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Hoei. In 1801 kwam de kapel onder Munsterbilzen, in 1805 onder Bilzen, en in 1839 werd Beverst een zelfstandige parochie.
De huidige kerk werd gebouwd in 1896, en architect was Hyacinth Martens. Het is een neogotische bakstenen kerk waarvan de toren een ingesnoerde naaldspits heeft en geflankeerd wordt door een lager, veelhoekig, traptorentje.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
Waypoint

Waterkasteel van Schoonbeek

Het Waterkasteel van Schoonbeek ligt in Schoonbeek, een gehucht van Beverst. Sinds de fusie van de gemeenten in 1977 is Beverst een deelgemeente van Bilzen.

Het in U-vorm gebouwde renaissancekasteel heeft een grote tuin. Naast het kasteel ligt een vijver die uitmondt in een gracht, waarover een ophaalbrug naar de toegangspoort leidt.


Auteur: Wikipedia
Meer informatie
Waypoint

Fossiele slakken

Hier aan de Jeugdkapel zie je soms met wat geluk stukken fossiele oesterschelpen of slakken uit de zanden van Grimmertingen liggen. Ze werden door beesten uit hun gangen gewerkt. Onze bodem is namelijk opgebouwd uit verschillende lagen. De zanden van Grimmertingen is zo'n laag. Deze zandlaag werd hier in de buurt op verschillende plaatsen afgezet op het einde van het Eoceen, 34 miljoen jaar geleden, net voor de klimaatsafkoeling van het begin van het Oligoceen. Door de uitsluiting van de holle weg in deze lagen kan je zo makkelijk fossielen vinden. Er zijn op deze plaats ongeveer 300 soorten fossiele weekdieren aangetroffen. In de Demervallei zelf vind je die oude fossielen niet. De bodem is er vaak venig en dus jong. De Demer heeft er ook geen sedimenten uit oudere lagen afgezet. Er kunnen wel resten van zoetwaterslakken aangetroffen worden die nu in de omgeving niet meer voorkomen, omdat het gebied gedeeltelijk is ontwaterd via allerlei slootjes.

Auteur: Limburgs Landschap vzw
Meer informatie
Waypoint

Populierenbossen

Na de tweede wereldoorlog met de industrialisering en intensifiëring van de landbouw werd het manueel maaien en hooien van de beemden in de Demervallei te moeilijk. De beemden verruigden en werden zoals in vele valleien, om toch nog iets op te brengen, beplant met canadapopulieren. De bloemenrijke ruigtes en graslanden veranderden zo al snel in brandnetels en bramen.

Auteur: Limburgs Landschap vzw
Meer informatie
Waypoint

't Siebelke

Dit gezellige, rustieke bier- en fietscafé ligt in het groene hart van Haspengouw. Je kan hier terecht voor een lekkere lunch of frisse pint, binnen of op het mooie terras. Elke maand staat er een ander bier in de kijker.

Auteur: Limburg Fietsparadijs
Meer informatie
Waypoint

Jongenbos

Het Jongenbos ligt ten noordoosten van het centrum van Vliermaalroot, in het noordelijk gedeelte van Vochtig-Haspengouw. Tot 1865 maakte het deel uit van de gemeente Vliermaal. Het suffix -root zou wijzen op het aanvankelijk bosrijke karakter van de destijds noordelijke uithoek van Vliermaal. Loonse lenen in die omgeving waren onder andere het Jongenbosch (reeds vermeld in de 14de eeuw) en het Wermerbosch. Aan de overkant van de Winterbeek - in Diepenbeek - ligt een smalle strook die eveneens tot het goed Jongenbos behoorde. Het reliëf van de omgeving is nagenoeg vlak.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
Waypoint

Vakwerkhoeve met losse bestanddelen Merlemont

Hoeve Merlemont is een complex van losstaande gebouwen in vakwerkbouw. De site werd reeds vermeld ten tijde van de vrijheren, de huidige gebouwen hebben een 16de- of 17de-eeuwse kern. Het complex is gelegen aan een gekasseid binnenerf, temidden van een landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Historiek Het 'Hof van Merel', gelegen nabij de Merelberg, bestond reeds ten tijde van de eerste vrijheren. In 1448 was er een leenverheffing door Hendrik van Bastenaken. Daarvoor was het in bezit van Jan van Montjouwen, die het geërfd had van Jenne van Roisfort, vrouwe van Diepenbeek en echtgenote van ridder Jan van Schoonvoort, burggraaf van Manjouwen en Heer van Diepenbeek van 1412 tot 1433. Tijdens de 16de eeuw was de hoeve in bezit van Willem, voogd van Liers, en in 1552 van zijn dochter, Joanna van Merlemont. Deze liet het na aan haar dochter Catharina Courtejoie. Later kwam de hoeve in eigendom van de graven van Loon. In 1731 werd het complex verkocht aan de landcommandeur van Alden Biesen. Het hof werd al aangeduid op de kabinetskaart van de Ferraris (circa 1771-77), onder de benaming “Cense Merlemont”, als een omgracht, semi-gesloten hoevecomplex. In de Atlas van de Buurtwegen (circa 1840-1844) verschijnt de hoeve, daar vermeld als “Ferme Merlemont”, min of meer in haar huidige constellatie. De losstaande bestanddelen kunnen geïdentificeerd worden met een woonhuis en stallingen in L-vorm ten zuiden, een dwarsschuur met stallingen en haaks stalletje ten noorden en een bakhuis ten westen van het erf. Rond de hoevecomponenten was een omgrachting ingetekend. De wijdere context van het hoevecomplex was onbebouwd. Ten laatste in 1940 vonden enkele aanpassingen plaats aan de bestaande noordelijke en zuidelijke volumes en verscheen ten noorden tegen het bakhuis een langgerekte stalvleugel ten westen van het erf. Ten oosten van het hoevecomplex werd nog een aanhorigheid (bergplaats) ingetekend. Terwijl de omgrachting in 1940 onveranderd weergegeven werd ten opzichte van de weergave in de Atlas van de Buurtwegen, registreerde de mutatieschets van 1975 enkel nog een poel rondom de zuidwestelijke hoek van het erf. Deze situatie werd onveranderd weergegeven op het kadasterplan op moment van bescherming. Beschrijving De hoeve met losstaande bestanddelen is gelegen aan het einde van een oprijlaan (huidige Merlemontstraat) en bestaat uit een L-vormige zuidvleugel (diep woonhuis en stallingen), een noordvleugel (dwarsschuur met stallingen) met haaks stalletje en een westvleugel (stallingen) met aanleunend bakhuis. De losstaande gebouwen zijn opgetrokken uit stijl- en regelwerk met gepikte stijlen en tussenstijlschoren onder zadeldaken met Vlaamse pannen en bevinden zich rondom een rechthoekig, gekasseid erf. De oorspronkelijke lemen vullingen werden recentelijk versteend en witgepleisterd. De L-vormige zuidvleugel met het diepe woonhuis en stallingen telt negen en één travee. In het haakse gedeelte (ten oosten) bevindt zich de onderkelderde opkamer op een opgehoogde plint. Bij de verstening van de vakken werden de muuropeningen lichtjes gewijzigd. De erfzijdegevel omvat van links naar rechts - voor zover waarneembaar - een venster in de topgevel van het haakse gedeelte (deze had eertijds een pannen beschieting), een venster- en een deuropening in de bakstenen uitbouw (keuken), een (woonhuis)deur, een klein venstertje, een (stal)deur, een stalpoort en een zolderluik. De iets hoger gelegen deuren zijn toegankelijk via een trapje. De linkerzijgevel (oostgevel van het haakse gedeelte) telt drie vensters, waarvan twee hoger gelegen vensters in de opkamer. Het meest rechts gelegen venster in de opkamer had eertijds een ijzeren roedeverdeling en was beluikt. De achtergevel telt drie kleine vensters, twee grote (eertijds beluikte en voorzien van een ijzeren roedeverdeling) vensters in het woonhuis, een stalvenstertje en een (stal)deur. De voormalige, pannen beschieting van de rechtertopgevel is bijna volledig verdwenen, waardoor deze gevel momenteel onbeschermd is. Het zadeldak met Vlaamse pannen is (ten tijde van de inventarisatie) aan herstelling toe en bevat nog zichtbare uitstekende nagels in de nok. De noordvleugel bestaat uit de dwarsschuur met stallingen van vier traveeën. Het zadeldak werd enkele jaren voor de bescherming geteisterd door brand, waarna de schuur in onbruik en verval geraakte. Een vroege datering (1782) in de dakpannen is verdwenen. Het gebouw is opgetrokken uit stijl- en regelwerk met versteende lemen vullingen. Op de rechterzijgevel werden enkele stijlen in zwarte verf aangebracht op de versteende vullingen. De pannen beschieting tegen de top van de linkerzijgevel is verdwenen. De gevelordonnantie van de voorgevel is aangepast, waarbij de schuurpoort gedicht werd, en telt enkele kleine raampjes, een zolderluik en een deuropening. Tegen de linkerzijgevel en achtergevel staan onbelangrijke, (bak)stenen aanbouwsels onder lessenaarsdaken. Tegen de achtergevel bevindt zich verder over een deel van de lengte een vervallen, (bak)stenen aanbouwsel onder een mank zadeldak. Haaks tegen de laatste travee van de voorgevel staat een grotendeels versteend stalletje onder een lessenaarsdak. In de bovenste helft van de rechterzijgevel zijn de oorspronkelijke lemen vullingen nog zichtbaar. De later toegevoegde westvleugel (ten laatste 1940) met eertijds langgerekte stallingen en een wagenhuis onder een zadeldak met Vlaamse pannen werd recentelijk volledig nieuw opgemaakt in een soort imitatievakwerk. Het houtwerk alsook de vullingen werden volledig vernieuwd en witgepleisterd, waarbij de muuropeningen gewijzigd werden en onder meer dakvensters aangebracht werden. Het aanleunende bakhuis verkeert in een zeer bouwvallige en overwoekerde toestand. Interieur De oorspronkelijke indeling van het diepe woonhuis is behouden, waarbij de keuken in een latere aanbouw gelegen is. De inkomhal geeft links toegang tot de ruime woonkamer, waarin een oude, gebeeldhouwde schouwmantel met 16de-eeuwse wangen staat. Deze schouw, die naar verluidt de datering "154." zou dragen, stond volgens de eigenaars vroeger in de ernaast gelegen slaapkamer. De schouwbalk is verdwenen. Het schrijnwerk van de twee grote vensters in de achtergevel van de woonkamer was oorspronkelijk gebiljoend. De oorspronkelijke ankerbalken met geprofileerde sloef zijn behouden, terwijl de korbelen weggezaagd en de kinderbalken vernieuwd werden. Uit de toognagelgaten in de ankerbalk tussen de woonkamer en de berging, kan afgeleid worden dat deze scheidingsmuur oorspronkelijk een vakwerkwand was. In de opkamer zijn de oorspronkelijke ankerbalken met geprofileerde sloef, alsook de korbelen bewaard. De kinderbalken werden vernieuwd. In de slaapkamer is eveneens een oorspronkelijke ankerbalk met geprofileerde sloef bewaard, terwijl in de berging nog troggewelven zichtbaar zijn. De scheidingsmuur met het stalgedeelte werd opgemetst. Een trap in de ruimte vóór de stal geeft toegang tot de erboven gelegen hooizolder. De inwendige houtstructuur van de dwarsschuur-stallingen, waaronder de ankerbalkgebinten en het hooiplatform, is intact bewaard, maar wordt gestut door metalen buizen omwille van de vervallen toestand. Omgevend erf Het rechthoekige binnenerf van de hoeve is deels gekasseid en bevat nog de restanten van de vroegere mestvaalt alsook een waterput. Rondom de zuidwestelijke hoek van het erf is nog een restant van de oorspronkelijke omgrachting bewaard, die eertijds het hoevecomplex volledig omringde. Thans is het merendeel van de omgrachting opgevuld. Onmiddellijk ten zuiden van de zuidvleugel (woonhuis en stallingen) ligt een moestuin en staan enkele hoogstamfruitbomen.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
Waypoint

Vakwerkhoeve met losse bestanddelen Voswinning

De hoeve met losstaande bestanddelen, genaamd Voswinning, is gelegen in de Crijtringstraat, ten zuiden van de autosnelweg Antwerpen-Maastricht. Het complex omvat een woonhuis, stal en dwarsschuur en werd in de jaren 1990 gerestaureerd. Historiek Naar verluidt zou de hoeve op de Crijtringstraat reeds in 1670 bestaan hebben. In 1756 was een zekere Bormans Arnold als grootgrondbezitter eigenaar van de hoeve. Het hoevecomplex werd waarschijnlijk rond 1850 eigendom van de familie Vos, landbouwer te Hasselt. In de volksmond werd de hoeve sindsdien 'Vos Winning' genoemd. De hoeve werd al aangeduid op de Ferrariskaart (1771-1777) als een gesloten complex met oostelijke aanhorigheid, gelegen in het gehucht Kreyt (huidig Crijt). Zowel op het primitief kadasterplan, als in de Atlas van de Buurtwegen werd het complex ingetekend als een hoeve met losstaande bestanddelen. Deze lagen gegroepeerd rondom een rechthoekig erf en bestonden ten noorden uit een langwerpig woonhuis, ten oosten uit een (dwars)schuur met bredere aanbouw, ten zuidoosten uit een bakhuis en ten westen uit een stal met schuin ernaast gelegen aanhorigheid. Ten laatste in 1851 en in 1855 verdwenen respectievelijk de aanbouw tegen de (dwars)schuur en de schuin tegenover de stal gelegen aanhorigheid. De opeenvolgende mutatieschetsen van 1870, 1879 en 1952 registreerden geen volumetrische wijzigingen aan de hoevecomponenten. Dit is pas het geval met de mutatieschets van 1993, die een aanbouw tegen de stal en een 'steegje' tussen het woonhuis en de (dwars)schuur documenteerde. Tevens werd het bakhuis, dat reeds in de jaren 1970 in slechte toestand verkeerde en verdween, niet meer ingetekend. Deze situatie werd onveranderd weergegeven op het kadasterplan op het moment van bescherming. Beschrijving Het hoevecomplex met losse bestanddelen is geschikt rondom een rechthoekig erf en bestaat uit een woonhuis ten noorden, een vrij hoge stal ten westen, en een (dwars)schuur ten oosten. Deze laatste twee componenten worden door een recente muur in imitatievakwerk met elkaar verbonden. De hoeve werd door de huidige eigenaars na een aantal jaren van leegstand gerestaureerd in de jaren 1990. Ook voordien ondergingen de hoevecomponenten reeds meerdere restauraties, waarbij onder meer de oorspronkelijke lemen vullingen grotendeels vervangen werden door gecementeerde bakstenen vullingen, wandplaatschoren en regels ingevoegd werden in de voorgevel van het woonhuis, de muuropeningen lichtjes gewijzigd werden, en de achtergevel van het woonhuis opgemetst en versteend werd. Het woonhuis ten noorden van het erf is haaks ten opzichte van de Crijtringstraat gelegen en telt zeven traveeën op een bakstenen stoel onder een mank zadeldak (Vlaamse pannen) met uitstekende daklijstbalken. In de laatste twee traveeën bevindt zich een onderkelderd hooghuis (graanspijker?) onder een hoger zadeldak met Vlaamse pannen op een verhoogde bakstenen stoel. In de oostgevel (rechterzijgevel) van het hooghuis is de oorspronkelijke sokkel uit mergelsteen bewaard, alsook in de kelder. Ook de sokkel van de linkerzijgevel (straatzijde) van het woonhuis bestond oorspronkelijk - naar verluidt - uit mergelsteen, maar werd vroeger reeds vervangen door een bakstenen stoel. De vakwerkstructuur van de erfzijdegevel omvat negen gepikte stijlen, wandplaatschoren in de eerste, tweede, vierde en vijfde travee, en verschillende regels. De wandplaatschoren en regels maken geen deel uit van de oorspronkelijke constructie maar werden later toegevoegd. De muuropeningen bestaan van links naai rechts uit drie beluikte vensters, een deuropening en een hoger gelegen, beluikt venster in de opkamer. De vensters werden tijdens de restauratie van de jaren 1990 voorzien van nieuwe ramen en luiken, waarbij de bestaande muuropeningen behouden bleven. De linkerzijgevels van het woon- en hooghuis hebben een pannen beschieting. De achtergevel van het woonhuis is versteend. De vrij hoge stal ten westen van het erf is parallel met de Crijtringstraat gelegen en telt drie traveeën onder een vernieuwd zadeldak. De oorspronkelijke lemen vullingen werden omwille van hun vervallen toestand door de huidige eigenaars vervangen door gecementeerde bakstenen vullingen. Hierbij werd de bestaande vakwerkstructuur behouden, waar regels ingevoegd werden. De muuropeningen werden aangepast in overeenstemming met de nieuwe functie als gastenverblijf en het dak kreeg een gedeeltelijke verlenging over het gecreëerde terrasje zonder erfgoedwaarde. Beide zijgevels werden voorzien van een pannen beschieting. De (dwars)schuur ten oosten van het erf omvat vier traveeën onder een zadeldak met Vlaamse pannen. De oorspronkelijke lemen vullingen zijn grotendeels versteend en gecementeerd. De erfzijdegevel telt voor zover waarneembaar zes gepikte stijlen. De muuropeningen bestaan uit een schuurpoort met langs weerszijden een (stal)deurtje, en een vensteropening tussen regels. Vóór dit venster, dat vernieuwd en beluikt werd, bevindt zich een recente veranda zonder erfgoedwaarde. De achtergevel telt twee kleine, beluikte venstertjes en een lage deuropening. Beide zijgevels hebben een pannen beschieting. De (dwars)schuur wordt door een recent muurtje in imitatievakwerk met de (voormalige) stal verbonden. Interieur De schikking van het woonhuis op het moment van bescherming bestaat uit een inkomhal, die rechts toegang geeft tot de opkamer in het voormalige hooghuis (graanspijker?) en links tot de woonkamer in het vermoedelijk oorspronkelijke woongedeelte. Het luikje van de opkamer bleef behouden met toegang naar de kelder, terwijl de toegang naar de hoger gelegen opkamer recentelijk dichtgemaakt werd. In plaats daarvan is de opkamer (huidige keuken) toegankelijk via een trapje dat in het versteende gedeelte tegen de achtergevel geïnstalleerd werd. In de linkertopgevel van het hooghuis bleef een restant van het oorspronkelijke vitswerk bewaard. In het woongedeelte zelf is de centrale schouw behouden met een nieuwe haard. De oorspronkelijke indeling in enkele grotere vertrekken langs de zuidzijde en een reeks kleinere vertrekken langs de noordzijde werd reeds tijdens vroegere restauratiewerkzaamheden doorbroken. Zowel in het hooghuis als het woongedeelte werden de oorspronkelijke ankerbalken behouden. De troggewelven zijn niet authentiek. In de stal is de interne hoofdstructuur grotendeels behouden. Overeenkomstig met de nieuwe functie als gastenverblijf, werden enkele aanpassingen aangebracht, zoals bijvoorbeeld de installatie van een haard. In de schuur werden de oorspronkelijke ankerbalkgebinten behouden. De kepers werden vernieuwd en het dak zelf werd wind- en waterdicht gemaakt. De achtergevel werd recentelijk binnenin opgemetst ter versteviging. Het oorspronkelijke leemwerk werd in de mate van het mogelijke bewaard en eventueel verstevigd met plaatwerk.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
Waypoint

Vakwerkhoeve

Semi-gesloten vakwerkhoeve uit de tweede helft van de 19de eeuw. Historiek De langgestrekte hoeve verschijnt in 1896 op de mutatieschetsen. Volgens overlevering zou de hoeve dateren van circa 1874-1875. Ten laatste in 1915 is de hoeve verlengd met circa twee meter en is er een kleine bijbouw (bakhuis?) gezet, een eindje van de hoeve verwijderd. Deze bijbouw bleek in 1937 verbouwd of vervangen. Ook verscheen er een lange en smalle aanbouw dwars tegen de hoeve, een klein losstaand gebouw tegen de straat, en een groter losstaand gebouw parallel met de hoeve. Deze drie losstaande gebouwen waren in 1956 met elkaar verbonden. Beschrijving Het aan de straat gelegen complex wordt omringd door weiland en bestaat uit een woonhuis ten noorden van het erf en dienstgebouwen ten zuidwesten. Een waterput ligt aan de erfzijde van het westelijk dienstgebouw. Het woonhuis telt acht traveeën (met zeven zichtbare ankerbalkgebinten), waarvan de eerste travee versteend is en de overige in stijl- en regelwerk met lemen vullingen. De woning is één bouwlaag hoog, onder zadeldak (Vlaamse pannen). De muuropeningen zijn oorspronkelijk. De voorgevel bevat van links naar rechts een klein getoogd venster (in bakstenen travee), twee beluikte houten kozijnen en twee deuren, waarnaast het haaks aangebouwde volume. De achtergevel bevat twee kleine rechthoekige vensters, een klein bolkozijn en een klein getoogd venster (in bakstenen travee). De aanbouw, dwars tegen de hoeve, is opgetrokken in betonblokken. De L-vormige dienstgebouwen, waaronder stallen, zijn deels in vakwerk, met lemen en bakstenen vullingen, onder een zadeldak met Vlaamse pannen. PAUWELS D. & SCHLUSMANS F. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kanton Borgloon, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14N4, Turnhout, 432.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
Waypoint

Langgestrekte hoeve

Langgestrekte hoeve uit de tweede helft van de 19de eeuw, met ordonnantie: woonhuis-stal. Zes traveeën onder zadeldak (Vlaamse en mechanische pannen). Bepleisterd en witgekalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen op een gepikte plint; de rechter travee is versteend, evenals de rechter zijgevel. Ankerbalkgebint met zes gebintstijlen. Het woonhuis is voorzien van twee beluikte vensters en een deur, waarboven een zolderluik, de stal van twee deuren; gebruikelijke indeling met de schouw tussen de twee vertrekken, die naast elkaar links van de gang liggen.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
Waypoint

Sint-Jan Baptistkerk

De oude kerk, een neoclassicistische zaalkerk uit de eerste helft van de 19de eeuw, werd bij de vergroting in 1950 gebruikt als transept voor de nieuwe kerk, naar ontwerp van architect Deré.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
Waypoint

Hoeve

Hoeve met losstaande bestanddelen, gegroepeerd rondom een rechthoekig erf, uit de 19de eeuw. Woonhuis van drie traveeën onder zadeldak (nok loodrecht op de straat, Vlaamse pannen) en twee aangebouwde traveeën onder lessenaarsdak tegen de linkerzijgevel. Stijl- en regelwerk met witgekalkte lemen vullingen, het aangebouwde gedeelte en de rechterzijgevel zijn versteend. Gepikte plint op lage bakstenen stoel. Gepikte stijlen (zeven) en tussenstijlschoor in de tweede travee tegen de tweede ankerbalk. In de voorgevel drie kleine, beluikte vensters en een rechthoekige deur. Een groter, beluikt venster in de achtergevel. Pannen beschieting der rechterzijgevel.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie
Waypoint

Onze-Lieve-Vrouwekapel

Rechthoekige kapel van twee traveeën, onder zadeldak (kunstleien), met klokkeruitertje boven de voorgevel. Het huidige uitzicht is het resultaat van een verbreding uit de tweede helft van de 19de eeuw, de kern is ouder. Het laat-gotische portaal dateert uit de tweede helft van de 16de eeuw en de kapel staat reeds aangeduid op de Ferrariskaart (1771-1777). Oorspronkelijk was de kapel smaller; sporen van de oorspronkelijke, steile dakhelling bleven behouden.

Auteur: Onroerend erfgoed Vlaanderen
Meer informatie

Opmerkingen