Peeters Bo
5 11 43

Coördinaten 1754

Geüpload 31 augustus 2016

Uitgevoerd augustus 2016

-
-
135 m
31 m
0
13
27
53,77 km

26 maal bekeken, 0 maal gedownload

nabij Berendries, Flanders (Belgique)

Fietsroute langs de taalgrens in de buurt van Halle. Deze fietsroute volgt volledig het knooppuntennetwerk.
De Malakofftoren werd uitgeroepen als Hals paradijsplekje door het Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei. De Malakofftoren is een nagebouwde middeleeuws ogende wachttoren uit 1854, nu ingebed in een natuurdomein met bos en bloemrijke graslanden. Vandaag kijk je vanaf de kantelen uit over een landschap dat onder stedelijke druk staat. Niettemin kan je nog volop van het groen proeven en word je er ondermeer overdonderd door een oase van rust en natuur.
Zicht op de fietsersburg en het prachtie jaagpad langs het kanaal Brussel-Charleroi.
De neogotische Sint-Veronuskerk van het einde van de 19e eeuw heeft een gotische koor dat beschermd is sinds 1947. Verder bevat de kerk een grafmonument uit de 16e eeuw van de Heilige Veronus van Lembeek (gestorven in 863).
Brouwerij Boon, ook bekend als Brasserie de Saint Roch, is een Belgische brouwerij met een capaciteit van circa 10.000 hl per jaar. Ze werd opgericht als brouwerij-stokerij omstreeks 1680 door J. B. Claes en is gelegen in het Vlaams-Brabantse dorp Lembeek, deelgemeente van de stad Halle. Het bedrijf, waar voor het eerst in 1860 door ene Louis Paul Kriek werd gebrouwen, kwam in handen van de familie Boon toen de huidige bedrijfsleider Frank Boon de gebouwen kocht in 1978. Er is dan ook geen link met de Vlaamse auteur Louis Paul Boon, die van 1930 tot 1940 voor Brouwerij Zeeberg te Aalst werkte.
Wist je dat de biersoort lambiek afgeleid is van de gemeentenaam Lembeek. Lambiek is dan ook een typisch streekbier uit de Zennevallei en het Pajottenland. Lambiek is het oudste van de nog bestaande bieren en wellicht rond 1300 ontstaan. Lambiek kan puur van het vat gedronken worden, maar de meeste lambiek dient als grondstof voor geuze, kriekenlambiek of faro.
Wist je dat hier in Hondzocht de geallieerde troepen die op weg waren naar de slag van Waterloo hun kampen hadden? Ze stonden onder het bevel van prins Frederik van Oranje. De jonge prins zelf bleef op 18 juni 1815 in Hondzocht in één van de grote prachthoeven langs de steenweg in Hondzocht. Er wordt vermoed dat het de nog steeds bestaande Hoeve Yserbyt was die dienst deed als hoofdkwartier.
Pepingen is een landelijke gemeente in het Pajottenland. De dorpskern wordt gekenmerkt door de beeldbepalende bebouwing in de onmiddellijke omgeving van de Sint-Martinuskerk. Een drietal imposante 19de-eeuwse hoevegebouwen vormen samen met de kerk een interessante configuratie, volgens een bijna vierkantig patroon. Deze zijn het Godsgasthuis Van Der Stokken en een tweetal (voormalige) hoeves aan de westzijde van de parochiekerk Sint-Martinus. De landelijke omgeving ten zuiden van het Godsgasthuis Van der Stokken en de straatwand tegenover de kerk, gekenmerkt door een vrij gaaf bewaarde, homogene 19de-eeuwse architectuur zijn ook waardevolle elementen binnen de dorpskern. Van de landelijke omgeving van het Godsgasthuis Van der Stokken rest echter nog enkel een klein stukje vlak naast de hoeve. De Ninoofsesteenweg snijdt de gemeente in twee delen.
DIt is de voormalige abdijhoeve 'Cantimpré' die samen met de kerk van Bellingen één van de prachtigste plaatjes van het Pajottenland bieden.
De Onze-Lieve-Vrouwkerk van Bellingen en de voormalige abdijhoeve 'Cantimpré'
Panorama op Bellingen
Ten zuiden van de kerk van Heikruis is een kleine parking met meestal wel een vrije plaats waar je de wagen kan parkeren.
De dorpskom van Heikruis ligt op de waterscheidingskam van het Zuun- en het Laubecqbekken (twee zijrivieren van de Zenne), meteen ook het hoogste punt (+91m) van Groot-Pepingen. Van de oorspronkelijke dries of driehoekig dorpsplein bij het T-krijspunt van de Neerstraat en de Heikruiseplaats is niets bewaard gebleven. Thans is Heikruis een straatdorp met het Ursulinenklooster (met aanhorigheden zoals een kloosterhoeve) en de natuurstenen kerk Sint-Bernardus aan de ene zijde van de straat en de pastorie, het cultureel centrum en enkele woningen aan de overkant
In 1024 richtte ene Hado er een kruis op (Latijn: Hadonis crucem). De naam Heikruis heeft dus niets te maken met heide maar is een vervorming van Hado. Met dat kruis wilde Hado bescherming afsmeken over de vooruitgeschoven post van de versterkte villa Lettelingen.
Een strook weiland in de de buurt Eekhout geeft het beekalluvium aan van de Mortagnebeek. In de winter zijn deze vochtige gronden zeer duidelijk te herkennen in het landschap.
Bogaarden en het landschap in de omgeving ervan zijn gedurende twee eeuwen nagenoeg ongewijzigd gebleven. De woningspreiding, wegeninfrastructuur en het bodemgebruik bleven onveranderd, met uitzondering van een deel van de hooilanden waar canadapopulieren werden aangeplant. De boerderijen van waaruit in de 18de eeuw het gebied werd uitgebaat bestaan nog en zijn nog in bedrijf. Het hof Ter Kammen met een imposant rococowoonhuis was eertijds een brouwerij van de abdij van Cantimpré. Het is een gesloten hoeve met gewitte bakstenen gebouwen omheen een geplaveide binnenplaats. Vermelden we verder in de omgeving het Hof te Plutsingen, het Hof van Sergeantens, het Hof Tasseneirs en de Kamsmolen bij Heikruis. De omgeving van de Sint-Theodarduskerk heeft een sfeervolle aankleding met onder meer een aantal fraaie neoclassicistische gevels uit de 19de eeuw. De Romaanse kerktoren dateert vermoedelijk uit de 11de eeuw en werd opgetrokken uit groenachtige breuksteen, ontgonnen in de omgeving. Hij is in alle richtingen als een baken in het landschap herkenbaar.
De Sint-Theobalduskerk in Bogaarden heeft een toren die veel ouder is dan de kerk zelf en wellicht één van de oudste van het Pajottenland. Volgens erfgoedexperten dateert het bouwwerk uit de 11de of 12de eeuw, de kerk zelf werd later gebouwd. En wellicht heeft de kerktoren ook ooit gefunctioneerd als versterkte uitkijkpost. De Romaanse toren is opgetrokken uit groenachtige breuksteen van de streek, opklimmend tot de 11de eeuw(?), doch met een bakstenen geleding verhoogd begin 19de eeuw en bekroond met een ingesnoerde naald.
Bellingen is een landelijk dorp zonder echte kern maar met een aantal Brabantse vierkantshoeves aan de Roskambeek. Het centrum omvat een 19de-eeuwse pastorij, de laatgotische kerk, enkele imposante vierkantshoeves en de overblijfselen van de Onze-Lieve-Vrouwpriorij. Deze priorij werd in 1182 gesticht als afhankelijkheid van de augustijnerabdij van Cantimpré (Kamerijk). Ze kende een snelle bloei dank zij de steun van de heren van Edingen. Na de verwoesting van de abdij van Cantimpré werd Bellingen een tijdlang verheven tot abdij maar werd in 1796 opgeheven. Heel wat gebouwen getuigen nog van de welstand ten tijde van het bestaan van de priorij. In de omgeving liggen ook de hoeve Roskam en het Klooster Terloo. Het dorpsgezicht is er de laatste 150 jaar nagenoeg niet gewijzigd. De 17de-eeuwse gotische Onze-Lieve-Vrouwkerk vormt met de voormalige abdijhoeve een indrukwekkend geheel in het landschap. De meeste van de huidige hoevegebouwen stammen uit de 19de eeuw. Een omheiningsmuur uit natuur- en baksteen verbindt de hoeve met de kerk. Ten zuiden van Bellingen ligt op een helling het Moeliebos (Mouilliebos) en het Daleveld. Het Moeliebos is een typisch voorbeeld van de bron- en beekbegeleidende bosjes in de leemstreek, het bestaat uit een diep ingesneden, asymmetrisch, bebost beekdal omgeven door glooiende weiden. Deze alluviale bosjes zijn tevens zeer soortenrijk. Het zijn delen van het diep ingesneden leemplateau ten zuidwesten van Halle. De westflank van het valleitje, het Daleveld, bestaat uit zwak of matig gleyige leemgronden, die weinig doorlatend zijn.
De IJzerwegstraat is een prachtig jaagpad dat terecht veel gebruikt wordt door fietsers en wandelaars.
Deze leisteengroeve, gekend als de steengroeve van Rodenem, is één van de eerste plaatsen (als je van het noorden komt) waar je primaire gesteenten aan het oppevlakte ziet. Deze rots dateert uit het cambrium en is een relict van een oude steengroeve van de wijk Rodenem. De steen werd verwerkt in heel wat gebouwen in de regio, zoals in de kerk van Lembeek, de Malakovtoren, het vroegere kasteel en de bruggen over het kanaal. De rots werd onderzocht door geologen. Het gaat om een oud massief dat 500miljoen jaar geleden werd gevormd. Er werden zelfs fossielen gevonden die zowat 520miljoen jaar oud zijn. De oudste geologische beschrijving van deze groeve dateert uit 1847. De groeve bestond reeds in 1730, maar over de eerste exploitatie is weinig concreets geweten.
De stad Halle is gelegen in de Zennevallei aan de rand van het Pajottenland. De stad is goed gekend als bedevaartsoord . Al meer dan 7 eeuwen is de Mariadevotie hier zeer populair. In de gotische Sint-Martinuskerk kan je Maria me de kanonballen gaan bekijken en meer vernemen over de legende.
Bibliotheek van Halle, gelegen aan een prachtig parkje.
Klein stadsparkje langs de Zenne
Dit is het standbeeld van Adrien François Servais. Hij werd geboren in Halle op 6 juni 1807 en overleed ook hier op 26 november 1866. Hij was een Belgisch cellist en componist, door zijn tijdgenoten wel eens "de Paganini van de cello" genoemd. Hij is sinds 2007 ereburger van de stad Halle. Zijn eerste muzieklessen, alsook de liefde voor muziek, kreeg hij van zijn vader die koorzanger en violist was in de Sint-Martinuskerk hier 50 m vandaan. In 1837 was hij voor het eerst in Nederland. Tijdens een hofconcert in Den Haag werd hij zozeer bewonderd door de prinses van Oranje Anna Paulowna, dat zij hem wenste te introduceren bij haar broer, tsaar Nicolaas I. Servais vertrok in 1839 op concertreis naar Rusland, waar hij onder meer optrad voor de tsaar. Rond 1840 werd hij de eigenaar van een kostbare stradivariuscello, wellicht door toedoen van prinses Youssoupov te Sint-Petersburg.
Op het Cardijnplein zie je het standbeeld van Jozef Cardijn. Cardijn was afkomstig uit een middenstandsfamilie uit Halle. Hij was een Belgisch priester die later tot kardinaal werd verheven vanwege zijn verdienste als stichter en bezieler van de jeugdbeweging Katholieke Arbeiders Jeugd (KAJ), bijgenaamd De Kajotters.

Commentaar