Coördinaten 319

Geüpload 23 juli 2014

Uitgevoerd juli 2014

-
-
2 m
0 m
0
2,0
4,0
8,0 km

1048 maal bekeken, 9 maal gedownload

nabij Empuriabrava, Catalunya (España)

Parkeer de auto op de parkeerplaats, de toegang is gratis, het parkeren niet.

Tussen L'Escala en Rosas ligt een van de belangrijkste moerasgebieden van Catalonië, PN dels Aiguamolls de L'Empordà, bestaande uit meren, rivieren, zoet- en zoutwater lagunes, moerassen, duinen en dijken.

El Cortalet. Bij het informatiecentrum "El Cortalet" tussen Sant Pere Pescador en Castelló d'Empúries beginnen wandel- en fietspaden door het hele natuurpark. Op diverse plaatsen zijn uitkijkposten, waar de watervogels bekeken kunnen worden.

Vogels. Naast de ooievaars verblijven er vele andere vogelsoorten in het park, sommigen permanent, de meeste tijdelijk. Wie geluk heeft treft er flamingo's aan. Op diverse observatoria kunnen de vogels in alle rust gadegeslagen worden.
Vanuit de grote silo die als uitkijktoren is ingericht heb je prachtig uitzicht over een deel van het park. Op het moment dat wij er waren was er iemand van de vogelwacht met een peilontvanger (466Mhz) die mij vertelde dat hij probeerde een aantal purperkoeten te lokaliseren. Normaal zijn er zo'n tiental koeten in het park, maar nu maar twee. Hij kon ze niet vinden, hij dacht dat ze te ver weg zaten
De koereiger is 45 tot 50cm groot. Het is een vrij kleine, compacte, actieve, witte reiger met een korte, vaak ingetrokken nek. Buiten de broedtijd is de vogel egaal wit, met een gele snavel en geelgrijze poten. In de broedtijd kleurt de snavel iets meer naar oranjegeel, de poten zijn dan ook lichter en er zijn oranje veren op de kruin, borst en mantel. De vogel dankt zijn naam aan het feit dat hij vaak in groepjes het vee op de weide vergezelt. Grazend vee jaagt vaak insecten, kikkers, muizen en andere kleine dieren uit hun schuilplaats die de vogel graag eet. Zit ook vaak op de rug van grazende zoogdieren.
Overdekte picknickbanken en BBQ
De nachtegaal (Luscinia megarhynchos) is een zangvogel uit de onderfamilie Saxicolinae, vroeger ingedeeld bij de familie Turdidae (lijsters) maar nu onderdeel van de familie Muscicapidae. De naam is afgeleid van het Germaanse "galan": (galmend) zingen.
De purperkoet (Porphyrio porphyrio) is een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae). De vogel komt in Europa slechts voor in Spanje, Portugal en op Sardinië. In Nederland en België is de soort niet als wild waargenomen. Purperkoeten zijn standvogels. De purperkoet wordt zeer groot, van 38 tot 50 centimeter.[2] Hij heeft een glanzend donkerblauw en paars verenkleed met en grote dikke felrode snavel en lange, felrode poten met lange tenen. Verder heeft hij een felrood schild op het voorhoofd en een witte stuit. Juveniele vogels zijn grijzer, hebben een doffer verenkleed en hebben een grijzere snavel en poten. Purperkoeten zwemmen niet graag, maar ze klimmen in het riet of rennen over de grond. In de vlucht zijn ze te herkennen aan de bungelende poten.
Deze vogel heeft enorm lange, roze poten (bijna de helft van de totale lengte), een zwart-wit verenkleed en een lange, rechte naaldfijne snavel. De mantel en vleugels zijn zwart, de kop en kruin zijn wit (vaak grijs bij mannetje). Juveniel lijkt op adult, maar de bovenzijde is bruiner en de poten vuilroze of grijzig. In de vlucht steken de poten ver buiten de staart uit en contrasteren de zwarte ondervleugels sterk met het witte lichaam. Als hij niet in het water loopt, moet hij diep doorbuigen om voedsel op te pikken.
De vogel is 55 tot 65 cm lang en heeft een spanwijdte van 88 tot 105 cm. De vogel heeft het formaat en enigszins het uiterlijk van een wulp, maar met vrijwel egaal zwart verenkleed. Het is echter geen steltloper. Op korte afstand zijn kop, bovendelen, vleugels en staart glanzend groen. ’s Winters doffer met kop en nek onopvallend wit gestreept; juveniel gelijk maar bruiner en met minder witte streping. Vliegt met brede, afgeronde vleugels, met neergebogen snavel, gestrekte nek en iets afhangende poten; wisselt snelle vleugelslagen af met glijvluchten, als aalscholver.

Commentaar