-
-
39 m
-3 m
0
9,9
20
39,71 km

7 maal bekeken, 1 maal gedownload

nabij Sint Janskerkhof, Noord-Holland (Nederland)

Gooise wandel4daagse 40km dag 4
In de tuin van het Historisch Centrum Laren - De Lindenhoeve - staat het beeldje "De Zaaier" van Herman Strating. Het beeldje werd in 2001 geplaatst en stelt Hendrik Smit voor, de laatste boer en bewoner van de Lindenhoeve. (Adres: Burgemeester van Nispenstraat 29, het beeldje is ook buiten de openingstijden to zien vanaf de Nieuweweg). In het Historisch Centrum staat de gipsen voorstudie van het oorlogsmonument van Nel Klaassen (verderop in de route)

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Bronzen beelden
De meest gebruikte techniek bij het gieten van brons is de "tire perdue" oftewel verloren was methode. Dit wil zeggen dat de plek van de was wordt ingenomen door het brons. Op het beeld, dat in klei of was wordt gemaakt, worden aanvoer- en ontluchtingskanalen aangebracht. Het model wordt, inclusief kanalen, ingepakt in een vuurvaste mal. Deze wordt samen in een zogenaamde uitstookoven geplaatst. Het verhitten duurt een aantal dagen, waarbij de temperatuur langzaam wordt opgevoerd zodat alle was uit de maIlen wegloopt en uiteindelijk verbrandt. Wat over blijft is een schone, lege mal.
De uitgestookte mal wordt ingegraven in de grond en rondom wordt de aarde goed aangestampt om de druk van het gieten op te vangen. Dan begint het gieten in brons. Brons is een legering met als hoofdbestanddeel koper. Er zijn diverse legeringen mogelijk, zoals bijvoorbeeld messing, waarbij 60 % koper wordt gebruikt. De kleur van een beeld is mede afhankelijk van de legering. Het brons wordt in een smeltkroes gesmolten door het te verwarmen tot ongeveer 1200 graden Celcius. Wanneer het brons de juiste temperatuur heeft, wordt de kroes afgeroomd en wordt het vuil of slak er afgehaald. De volgegoten mal wordt uitgehakt en het beeld verder afgewerkt. Na het ciseleren, dat wil zeggen beitelen, vijlen en schuren kan het beeld worden gepatineerd. Door bijvoorbeeld de inwerking van zuren krijgt het beeld een bepaalde kleur, waarna het wordt opgewreven en kan worden geplaatst.


Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Laren en de kunst
Het groene dorp Laren kreeg aan het einde van de 19de eeuw een reputatie als kunstenaarsdorp. Enthousiast gemaakt door Anton Mauve kwamen kunstschilders naar het ongerepte, arme boeren- en weveversdorp. Behalve schilders werden ook musici, schrijvers en beeldhouwers aangetrokken door de voor hen inspirerende omgeving. De boeren en wevers in het 19de eeuwse Laren waren in het geheel niet vertrouwd met kunst in hun dorp. Het schildersvolkje vormde dan ook een aparte wereld, al zaten de Laarders regelmatig model in al dan niet in het atelier nagebouwde 'binnenhuisjes'. Kunstuitingen in de openbare ruimte waren in de 19de eeuw nog helemaal niet gebruikelijk. Alleen geschilderde uithangborden, zoals die van 'de vergulde postwagen' (de voorloper van hotel Hamdorff, nu verdwenen) en het uithangbord van "t Bonte Paard' waren bij de Laarders gemeengoed. Maar die hingen er dan ook niet voor de kunstzinnige waarde...
De beeldhouwkunst werd aangewend voor de duiding van belangrijke gebouwen, in het bijzonder voor Rooms-katholieke kerken. Het beeld van Johannes de Doper op het Sint Janskerkhof is hiervan een goed voorbeeld. Dit beeld sierde eens de voorgevel van de oude Waterstaatskerk, waardoor voor iedere gelovige in een oogopslag duidelijk was wie de patroonheilige van de kerk en het dorp is.

Geen traditie
Niet alleen in Laren was men in de 19de eeuw nog onbekend met het verschijnsel van kunst in de openbare ruimte. Nederland had, in tegenstelling tot enkele andere landen, op dit gebied geen echte traditie. Kunst was vooral een zaak voor vorsten, adel en sinds de renaissance ook voor rijke kooplieden. Deze richtten naar Frans en Italiaans voorbeeld tuinen in waar beelden werden opgesteld. De kunstwerken in de openbare ruimte bleven beperkt tot de pleinen in de grote steden, maar in het protestante Nederland was weinig animo voor weelderige fonteinen of imposante gedenkzuilen. Een van de zeldzame vroege voorbeelden van een fontein in een Nederlandse stad is de 17de eeuwse fontein op de vismarkt in Leiden. De steden en dorpen werden daarentegen wel vaak verfraaid met waterpompen en daarvan is in ons land een aantal fraaie voorbeelden bewaard gebleven.

Beelden op pleinen
Het eerste echte Nederlandse standbeeld werd in 1829 geplaatst in Brouwershaven. Het is een beeId ter gedachtenis aan de dichter Cats, de 'dichter des Vaderlands'. Met name standbeelden ter nagedachtenis aan kunstenaars zouden favoriet worden. Aan het einde van de 19de eeuw werden in Amsterdam het Rembrandtplein en het Vondelpark ingericht met de bijbehorende beelden van onze 'ongevaarlijke' vaderlandse helden. Nederland kende geen traditie van de verering van volkshelden en voor de Oranjes was het niet gewenst om zich te profileren met beelden van leden van het eigen nog jonge vorstenhuis. Uitgebreide allegorieën op de eigen stad, waarvan de beelden aan het stadhuis (nu paleis) op de Dam getuigen, waren in de 19de eeuw eveneens vrijwel passé. Wel kwam de verheerlijking van arbeid en industrie op gang, zoals bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in reliëfs en tableaus in stations van Amsterdam en Haarlem.
In de 19de eeuw werden wel gedenktekens opgericht voor zeehelden, zoals bijvoorbeeld het beeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn. Interessant is ook het gedenkteken voor J.C. van Speijck in Egmond. Vanwege geldgebrek werd de vuurtoren gebruikt als onderdeel van het nationale monument. En dat is weer tekenend voor de Nederlandse situatie: de beelden in ons land getuigen van eenvoudige oplossingen, gerealiseerd met weinig middelen en bravoure.

Beeldende kunst op de Brink
Aan de openbare ruimte op het platteland was tot aan het begin van de 20ste eeuw nauwelijks aandacht besteed. Bestrating en verlichting waren een zeldzaamheid, laat staan dat er gedacht werd aan verfraaiing van de openbare ruimte. De inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 bracht daarin enige verandering. Op veel plaatsen in het land werden gedenktekens opgericht ter ere van deze gebeurtenis. De nieuwe stijl van deze monumenten was vaak de Art Nouveau of Jugendstil. De Bussumse Wilhelminafontein is een voorbeeld van een dergelijk gedenkteken.

Voor zover bekend wordt in Laren pas in 1907 het eerste kunstobject in de openbare ruimte onthuld. De pomp op de Brink is een huldeblijk aan Anton Mauve, die het eenvoudige dorp met zijn komst had weten op te stuwen in de vaart der volkeren. Het object was weliswaar een gedenkteken maar had ook een nuttige functie: het zou een bron moeten worden 'waaraan alle Larense kinderen zich konden laven'. De versiering van de vermoedelijk door J.W. Hanrath ontworpen pomp is van de hand van Ed Jacobs, een van de eerste beeldhouwers die in Laren verbleef.

Monumenten voor volk en vaderland
De meeste kunstwerken in Laren zijn geplaatst met een speciale reden. Zo zijn er gedenkbanken ter herinnering aan personen, beelden geplaatst naar aanleiding van jubilea en beeldentuinen ontstaan vanwege de persoonlijke belangstelling van verzamelaars. Beeldende kunst werd een middel om gebeurtenissen onder de aandacht te brengen van het volk. Ze werden geplaatst ter herinnering 'en passante' of als plek om jaarlijks te gedenken. Zoals in veel gemeenten kreeg Laren ook een monument ter herinnering aan de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog. Dit gedenkteken kreeg na een lange discussie een plek op de Brink.
De voorstudie voor dit beeld, uit de nalatenschap van de kunstenares Nel Klaassen, is sinds de Open Monumentendag 2002 in bruikleen bij de Stichting Historische Kring Laren en staat opgesteld in het Historisch Centrum.
Veel kunstwerken in Laren zijn geplaatst bij de afronding van grote bouwprojecten, al dan niet vanwege wettelijke regelingen. Zo is er kunst bij het zwembad, de bibliotheek, op het terrein van het Sint Jansziekenhuis en bij de Rabobank.

Thematiek en materiaal
De beelden in Laren hebben vaak een thema, passend bij het dorp of de functie van een gebouw. De thematiek op de Mauvepomp, dansgroep ' de Klepperman van Elleven' en de schaapherder mag duidelijk zijn. De firma Blokker bracht door de plaatsing van een beeldje van winkelende dames een 'ode aan de klant'. De fluitist aan de wand bij het Rosa Spierhuis verwijst naar de muzen die nog immer in het gebouw aanwezig zijn...

De meeste beelden in het dorp hebben een figuratief karakter. Slechts enkele zijn abstract, zoals de kubus bij de bibliotheek en de werken van de Laarder Pepe Gregoire. De Laarder lijkt een voorkeur te hebben voor figuratieve kunst, maar waarom? Philotaxis van Sjoerd Buisman en De Brug van Herman Bartelds zijn minstens zo intrigerend! Bovendien komt in deze kunstwerken het materiaalgebruik opvallend naar voren.
Veel beelden zijn gemaakt van brons. Gedenkbanken, de pomp en plaquettes zijn vaak gemaakt van natuursteen. Hout en glas komen we echter niet tegen. De meeste beelden zijn bovendien vrijstaand.

Uitbreiding van de collectie?
Waar en wanneer worden in de toekomst nog nieuwe beelden geplaatst? Dat is en blijft gelukkig een verrassing. Wel is zeker dat door de komst van nieuwe galeries in het dorp de aandacht voor beeldende kunst sterk toeneemt. Ondernemingen plaatsen nieuwe beelden bij hun bedrijven, maar ook particulieren laten zich niet onbetuigd. Een kunstcommissie waakt bovendien over de kwaliteit van de nieuwe aankopen van de gemeente. De kunst in de openbare ruimte in Laren is uiterst gevarieerd: juist dat maakt deze fietstocht tot een ware ontdekkingsreis! We hopen dat u nog meer van Laren zal genieten, want eigenlijk is het dorp een grote beeldentuin....

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Voor een moment zet u de fiets in de stalling, want u loopt over het gele wandelpad parallel aan de toegangsweg links om het gebouw heen waar u aankomt bij een heuvel waar 16 beelden staan van Mieke Pontier. Het werk heet "Een stoet van beelden" en bestaat uit 16 beelden van keramiek die onder meer een oude man, een erfgooier, een non en de poffertjesman voorstellen. Met deze beeldengroep is Laren naar de Stichtse Hof gekomen.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Beluister de audiotour: https://523.myt.li/tours/101125684/stops/832870848/index.html

Rond het St. Janskerkhof in Laren lopen kilometers lange kaarsrechte wegen recht op het kerkhof af. Dit zijn zogenaamde doodwegen en dit pad is er één van. Langs deze paden werden de overledenen vroeger naar het kerkhof gebracht vanuit omliggende dorpen. Uit de hoeveelheid doodwegen die nu nog terug te vinden zijn blijkt dat de St. Janskerk voorheen een belangrijke plaats is geweest voor alle bewoners van het Gooi. Het feit dat er nog zoveel van deze wegen bewaard zijn,is bijzonder én uniek in Nederland.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
De Erfgooiers hadden gemeenschappelijke weidegronden; de meenten. Deze lagen in de lager gelegen delen van het Gooi waar de waterstand hoog genoeg was. Elke Erfgooier kreeg het recht om een bepaald aantal koeien op deze meenten te laten grazen; het zogenaamd schaarrecht. De koeien werden gebrandmerkt zodat de eigenaar van de koe te zien was.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Ravelijn Oud Molen-Katten is als enige ravelijn niet gerestaureerd. Het is nu dicht begroeid en zodoende een waar vogelparadijs. U ziet achter het ravelijn laag gelegen weilanden liggen. Dit was het zogenaamde inundatiegebied, dat onder water gezet konden worden bij oorlogsdreiging. Zo kon de vijand tegengehouden worden in zijn opmars naar het westen. Een gebied van wel 80 kilometer lang en een paar kilometer breed, van Muiden tot de Biesbosch, kon onder water gezet worden. Deze verdedigingslinie heet de Hollandse Waterlinie. Naarden nam hier als vestingstad een belangrijke plek in. Toen er vliegtuigen werden ingezet bij oorlogsvoering werd de Waterlinie overbodig; De vliegtuigen vlogen gewoon over de onder water gezette gebieden heen. Vandaar ook dat in 1926 de vesting werd opgeheven. Bij het VVV kantoor en in het Vestingmuseum vindt u alle informatie over de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Aan de overkant van het water ligt het Arsenaal, in 1688 gebouwd als opslagplaats voor wapens. De vroegere functie van het gebouw is terug te vinden in de grote gevelsteen boven de hoofdingang met een militaire voorstelling van allerlei soorten wapens en wapenuitrusting. Het pand is in 1954 volledig uitgebrand en kort daarna hersteld. Tot 1987 bleef het in militair gebruik. Tegenwoordig is dit het domein van een groot designcentrum van ontwerper en binnenhuisarchitect Jan de Bouvrie. Een ideale stek om een paar uur door te brengen, rond te dwalen door de fraaie showrooms of culinair verwend te worden in een van de restaurants.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
De Sint-Vituskerk of de Grote Kerk is jaarlijks op Goede Vrijdag het decor van een fameuze, de hele dag durende uitvoering van de Mattheuspassie van Johann Sebastian Bach, georganiseerd door de Nederlandse Bachvereniging, traditioneel bezocht door onder meer leden van de regering. Elk zomerseizoen zijn er orgelconcerten in de kerk, meestal op de twee orgels (Bätz-Witte en het kleine van Flentrop). Op 22 oktober 2005 trouwden hier prins Floris en Aimée Söhngen.

Auteur: Dromos
Meer informatie
Onder u loopt een luistergang. In de gang kon men horen wat er buiten gebeurde door luistergang-pijpen. U ziet ze rechts uit het gras omhoog steken. Recht voor u ligt de 'bedekte weg', die tussen de binnen- en buitengracht helemaal om de vesting heen loopt. De wal ernaast bood bescherming; 'bedekt' betekent dan ook 'gedekt tegen de vijand'. De bomen langs het pad zijn lindebomen. Deze zijn hier geplant vanwege hun zachte hout, waarin kogels smoorden. Bij hard hout zouden kogels afketsen. Het hout kon ook gebruikt worden om op te stoken in tijden van belegering. Het ravelijn Promers-Turfpoort voor u is in de 17de eeuwse staat teruggebracht en is dus onbegroeid. Bomen belemmerden immers het zicht op de vijand. De glooiingen links onder het gras vormen de bovenkant van bastion Promers. Kijk eens hoe ver dit doorloopt!

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Vanaf de bouw in 1680 waren de Utrechtse Poort en de Amsterdamse Poort, die inmiddels is verdwenen, de enige toegang tot de vesting Naarden. De oorspronkelijke Utrechtse poort is in 1877 vervangen door het huidige gebouw. Het gebouw bevat verschillende lokalen die vooral dienden als militaire wachtruimte. In de rechtervleugel was ook het cachot ondergebracht. Nu dient het als bezoekerscentrum en VVV Naarden.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
U ziet rechts, in de bocht van de weg, Bastion Oranje, een van de zes bastions van Naarden. Dit zijn vijfhoekige uitbouwen van de verdedigingswal die op schootsafstand van elkaar liggen. Zij werden op initiatief van stadhouder Willem III gebouwd na de herovering van Naarden op de Fransen in 1673. De Fransen hadden Naarden zo gemakkelijk kunnen innemen, dat een betere verdediging kennelijk hard nodig was. Adriaan Dortsman maakte het ontwerp voor de nieuwe verdedigingswerken. Het plein naast de Utrechtse Poort is naar hem vernoemd. Hij ontwierp een dubbele gordel van wallen en grachten, toen al heel bijzonder en tegenwoordig zelfs uniek in de wereld. Eind 19de eeuw werd de vesting Naarden uitgebreid. Ook dit bastion Oranje is toen uitgebreid met een kazerne en opslag voor wapens en munitie.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Rijke kooplieden uit Amsterdam bouwden in de 17e en 18e eeuw grote buitenplaatsen in het Gooi. Vanaf het einde van de 19e eeuw bezochten veel dagjesmensen het Gooi. Met de komst van het toerisme ontwikkelde de boerderij van de oude buitenplaats Oud Valkeveen zich vanaf ca. 1880 tot een uitspanning, nu nog steeds te bezoeken als Speelpark Oud Valkeveen.


Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Om het gebied rond de vesting Naarden bij oorlogsdreiging onderwater te kunnen zetten is een groot gebied afgegraven. Rondom Naarden liggen nog veel zanderijsloten voor de afvoer van het zand met schuiten. Door het verlagen van het grondoppervlak kwam het peil van het grondwater hoger te liggen waardoor het gebied als grasland geschikt werd. Al eeuwen ligt hier dan ook een mooi weidegebied.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
De Eukenberg is een opgeworpen heuvel in het Gooi in de Nederlandse provincie Noord-Holland. De heuvel ligt in de gemeente Gooise Meren op de Naarder Eng in het bosgebiedje ten noordwesten van Huizen. Oorspronkelijk hoorde dit gebied tot Huizen. De heuvel is 14,3 meter hoog. Op de top bevindt zich een uitzichtpunt van waar men uitkijkt over het Gooimeer. De overgang naar dit meer kenmerkt zich door een abrupt verval in het maaiveld: de klifkust.
Andere heuvels in het gebied zijn de Woensberg, Tafelberg, Trapjesberg, Sijsjesberg, Aalberg en de Leeuwen- of Venusberg.

Auteur: Wikipedia
Meer informatie
De Eukenberg is een opgeworpen heuvel van 14,3 meter hoog. In het Gooi liggen meerdere van deze heuvels die al in de 10e eeuw worden vermeld. Waar deze heuvels voor hebben gediend en wanneer deze zijn opgeworpen is niet bekend. Enkele heuvels, zoals de Tafelberg, zijn al vanaf de 18e eeuw bekende uitzichtpunten.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Het dorp Huizen ontwikkelde zich al voor 1700 tot een vissersplaats. Ongeveer 200 jaar geleden waren er circa 150 vissers en meer dan 200 visventers te vinden. Vóór de aanleg van de haven lagen alle botters voor de kust. Pas in 1853 werd de haven gegraven en konden de schepen veilig in de haven worden afgemeerd en de vis eenvoudig worden uitgeladen. De haven is recentelijk verder uitgebreid met houten huizen in de stijl van weleer waarin o.a. een hotel en meerdere restaurants gevestigd zijn.


Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
In de tijd van het Huizer melkmeisje was Huizen nog een arm boerendorp. De losse zandgronden waren moeilijk te bewerken en de veeteelt kwam ook niet snel van de grond. Door de nabijheid van de heide viel er in zware tijden met de verkoop van honing nog wel wat bij te verdienen. Verscheidene Huizer boeren hadden in de tijd van het Huizer melkmeisje een aantal bijenkorven achter het huis. Deze betekenden dat je het zwaar had. Dit was voor het Huizer melkmeisje reden om een extra kannetje melk op de stoep te zetten. De bijenkorven op de gevel van de negentiende eeuwse boerderij aan de Meentweg verwijzen nog naar deze oude bijverdienste. Een bijenkorf staat ook symbool voor nijvere arbeid voor de hardwerkende Huizer.

Auteur: Oneindig Noord-Holland
Meer informatie
De oude bebouwing verwijst deels naar de tijd dat er veel boeren in Huizen woonden en deels naar de visserij. Het oude dorp bestaat grotendeels uit solitair gelegen oude gebouwen. In het christelijke dorp is nog lang een eigen streekdracht gedragen.
In 1967 werd Huizen aangewezen als groeikern waarna grote nieuwbouwwijken rond het oude dorp verrezen. In het museum Het Schoutenhuis, tevens VVV locatie, is de geschiedenis van het historische Huizen terug te vinden.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Op deze heuvel werd een observatiepost opgesteld voor de meting van de snelheid van het geluid door de Nederlandse wetenschapper Gerrit Moll. De gebeurde in de zomer van 1823. Er werd een kanon opsteld, samen met een telescoop, en een aantal meetinstrumenten om te zien wat de beinvloedende factoren waren (hygrometer, thermometer, barometer en windijzer). De meting gebeurde uiteindelijk op 27-28 juni 1823. Het resultaat was de meest nauwkeurige bepaling van de snelheid van het geluid in de wereld (332 m/sec).

Auteur: Dromos
Meer informatie
Het aanvankelijke boerendorp met weefnijverheid werd na de komst van de stoomtram in 1892 ook een vestigingsplaats voor forensen en kunstenaars. De kunstenaars kozen vaak het omliggende landschap en het boereninterieur als onderwerp. De kunstwerken werden tot in de Verenigde Staten verkocht. In Singer Laren zijn veel werken van deze kunstenaars te zien. De bekende namen zijn Albert Neuhuys, Anton Mauve, Josef Israëlse en de gebroeders Dooyewaard. De stoomtram verdween in 1944 uit het Larense straatbeeld.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Het gebouw van de Singer was een van de grote naoorlogse projecten van architect Wouter Hamdorff. Het omvat het Singer Museum en de Concertzaal. Het werd gebouwd in 1953-1956.

In 2007 kwam de SInger in het nieuws wegens een kunstroof. In de nacht van 16 op 17 januari 2007 werden uit de museumtuin zeven bronzen beelden gestolen, waaronder een afgietsel van De Denker van Rodin.

Auteur: Dromos
Meer informatie
U vervolgt de Naarderstraat en gaat even verder, na bloemenwinkel Walter en Roland, rechtsaf de Cornelis Bakkerlaan in. Aan het einde gaat u weer rechts en aan de rechterzijde bij de appartementen van de Wevershoek staat een kunstwerk van een weefgetouw met wever. Marc van Baars stapte in 1978 met het idee om een kunstwerk te maken naar de projectmaatschappij die de Wevershoek bouwde. Het werk werd in 1979 geplaatst en herinnert aan de tapijtfabriek van de firma Willard die hier vroeger stond.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Schuin tegenover de bank staat in het plantsoen een bronzen beeld van een conducteur van de Gooische Stoomtram met fluit. In 1981 schreef de Historische Kring een wedstrijd uit voor een kunstwerk ter herinnering aan de honderdste verjaardag van de Gooische Stoomtram. Het beeld staat op een sokkel van Beiers graniet. Deze sokkel heeft dienst gedaan als voetstuk van een lichtzuil die in 1931 door het personeel aan de directie werd aangeboden ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de tram. Dit beeld van Joop Steenbeek werd op 24 augustus 1985 onthuld door vier nog in leven zijnde conducteurs van de Gooische Stoomtram.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie
Korte levensloop van Wouter Hamdorff (1890-1965)
Wouter Christiaan Hamdorff werd op 12 september 1890 in Laren geboren. Zijn vader Chris had een stalhouderij en hield zich onder meer bezig met het maken van rijtuigen. Op jonge leeftijd hielp Wouter zijn vader al in de zaak. De jongen was ook dikwijls te vinden in het hotel van zijn oom Jan Hamdorff. Daar, en in het beroemde 'Kroegje', verrichtte hij allerhande klusjes.
Rond de eeuwwisseling was het 'Kroegje' een ontmoetingsplaats voor vele kunstenaars. In het kielzog van de beroemde Haagse Schoolschilder Jozef Israëls waren vele kunstenaars naar het ongerepte Laren gekomen. Onder hen waren onder andere Anton Mauve, Albert Neuhuys en Wally Moes. Zo kwam Wouter al op jonge leeftijd in aanraking met een artistiek milieu. Zijn eerste opdrachten kreeg hij dan ook van de kunstenaars die hij bij zijn oom had leren kennen. Hij ontwierp voor hen atelierwoningen in de stijl van de Gooise boerderijen en daglonershuisjes.
Nadat Wouter een tijd bij een aannemer in Bussum had gewerkt, begon hij op veertienjarige leeftijd op de ambachtsschool in Utrecht. Na school kwam als timmerman terecht bij de architect H.C. Elzinga. Bij hem maakte hij kennis met de grondbeginselen van de bouwkunst en leerde hij aquarelleren. Het was in die tijd in Nederland de gewoonte dat een architect de kneepjes van het vak leerde door onderaan de ladder te beginnen en zo alle verschillende stadia van de bouw te doorlopen. Het werd van groot belang geacht dat een architect ook bekwaam was in het edele handwerk. Rond zijn twintigste verwierf Hamdorff de functie van opzichter over de bouw van een kerk in Wezep. Daarna was hij als timmerman/opzichter betrokken bij de bouw van een enkele villa's. Ondertussen volgde hij een opleiding aan de avondschool. Het precieze jaartal is niet bekend, maar rond 1915 kwam Wouter Hamdorff terug naar Laren. Hij kreeg een baan als tekenaar bij de architect Willem Marinus Dudok, die op dat moment directeur Publieke Werken in Hilversum was. Na de Eerste Wereldoorlog vestigde Wouter Hamdorff zich in 1918 als zelfstandig architect in Laren.
In 1916 was Wouter getrouwd met Jo van der Bergh. Zij kregen twee kinderen, Jaap en Els. Nadat hij in 1919/1920 het landhuis de 'Herdershoeve' had gebouwd, was hij in staat een eigen huis met atelier te bouwen aan de Zevenenderdrift. In deze tijd nam ook de hoeveelheid opdrachten explosief toe. In 1947 kwam zijn vrouw Jo te overlijden. Hamdorff hertrouwde later met Wil Visser.
Wouter Hamdorff was een geziene figuur in het Gooi. Hij hield er een bourgondische levensstijl op na. Onder de in Laren gevestigde kunstenaars had hij vrienden, zoals David Schulman en Frans Langeveld. Hamdorff speelde altviool en met een groep vrienden werd er regelmatig muziek gemaakt. Een andere hobby lag meer op het terrein van de techniek: hij hield van stoommachines, auto's en motorfietsen. Hij bezat een Harley Davidson waarmee hij vaak te zien was in het dorp.
Vanaf 1960 maakt een ziekte het hem niet langer mogelijk zijn beroep uit te oefenen. Op 28 september 1965 overleed hij op vijfenzeventigjarige leeftijd. Wouter Hamdorff ligt begraven op de Algemene Begraafplaats in Laren.

Auteur: VVV Gooi & Vecht
Meer informatie

Commentaar