-
-
11 m
3 m
0
1,2
2,3
4,69 km

3487 maal bekeken, 62 maal gedownload

nabij Amsterdam, Noord-Holland (Nederland)

Een ontdekkingstocht door het Quartier Latin van Amsterdam " De Pijp".

Naast te lezen kunt U ook iets beluisteren op deze wandelroute. Via de website van Stadsdeel Oud-Zuid http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
kunt u gratis een aantal audiobestanden downloaden voor mp3-speler of i-Pod.
Bewoners, kenners en betrokkenen zijn aan het woord en vertellen net iets meer over dat ene onderwerp.
De audio tracks zijn een aanvulling op de wandeling.
Startpunt van de wandeling Ter ondersteuning kunt U track 1 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de De wandeling begint op de hoek van de Ceintuurbaan en de Amsteldijk. Je kunt daar gemakkelijk met het openbaar vervoer komen. Vanaf station Amsterdam Centraal kunt u alle metrolijnen nemen.U stapt uit bij station Wibautstraat en loopt in noordelijke richting tot aan de Ruyschstraat. Hier slaat u linksaf en steekt de brug over. Aan de overkant van de brug op de Amsteldijk. Vanuit het centrum van Amsterdam kunt u uiteraard de metro nemen of andere tram 4 of 25 en uitstappen bij halte Ceintuurbaan. Vanaf de halte loopt u links de Ceintuurbaan af tot aan het startpunt van de wandelroute op de Amsteldijk. Vanaf het Museumplein neemt u bij het Concertgebouw tram 3 richting Muiderpoortstation, U stap uit bij halte Amsteldijk. Dit is het startpunt van de wandelroute.
Heb je op nr 251-255 wel eens omhoog gekeken? Het huis zou niet gek staan in de Efteling! Twee kabouters zitten tegenover elkaar op een balk. Ze gooien een bal over. Het verhaal gaat dat de kabouters symbool staan voor de twee aannemers. Toen de ene in financiële nood raakte, zou de andere hem hebben geholpen. Elkaar de bal toespelen noem je dat. Andere mensen denken dat het een verwijzing is naar de naam van de opdrachtgever: Van Ballegooyen. Ook een aannemelijk verhaal. Dit opvallende huizenblok werd gebouwd in 1884. Je moet er maar eens voor gaan staan. Dan zie je nog meer details. De bijzondere beige erkers. En de engeltjes. Voor verdere informatie van de omgeving kunt U track 2 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
Het Polderhuis in de Amsterdamse Pijp is een bijzonder arbeiderswoninkje, dat in 1865 werd gebouwd. In die tijd heette dit gebied nog Nieuweramstel, en bestond de omgeving voornamelijk uit gras, tuinderijen en luxe buitens aan de Amstel voor de rijke Amsterdammers. De rest van De Pijp, met zijn typische pijpenladen, werd na de annexatie door Amsterdam in 1894 uit de grond gestampt.
Het raadhuis is door R. Kuipers ontworpen in neorenaissancestijl en werd in 1892 opgeleverd. Boven de deur is het wapen van de voormalige gemeente nog te zien. Neorenaissance is te herkennen aan de klassieke trapgevels gecombineerd met torentjes en erkers die het geheel een historisch karakter geven. Andere bekende voorbeelden van deze bouwstijl in Amsterdam zijn de Stadsschouwburg op het Leidseplein en het Tropenmuseum aan de Mauritskade. Het gebouw heeft uiteindelijk slechts vier jaar als raadhuis gediend. Van 1914 tot 2007 huisde in het voormalig raadhuis en de omringende nieuwbouw het gemeentearchief van Amsterdam. De gemeente gaat de locatie nu geschikt maken voor creatieve bedrijvigheid en culturele activiteiten.
Diamantslijperij Asscher bouwde in het begin van de 20e eeuw een internationale reputatie op door de Asschercut, een opvallende achthoekige slijpvorm die meteen erg in trek was. In 1907 verhuisde de fabriek van de Nieuwe Achtergracht naar de Tolstraat 127 in de huidige wijk De Pijp. Ontworpen door de architect G. van Arkel (1858-1919), die tevens de ontwerper is van de vroegere Diamantbeurs op het Weesperplein. De diamantslijperij valt op door de vele ramen en de kantelen op het dak waardoor het gebouw wel iets heeft van een kasteel of een middeleeuwse kerk. Op het dakterras hadden de arbeiders een schitterend uitzicht over de stad. Het middeleeuwse karakter van het ontwerp is mogelijk een verwijzing naar de middeleeuwse samenleving waarin ambachten een belangrijke plaats hadden. De Koninklijke Asscher Diamant Maatschappij, opgericht in 1854, had in het begin van de 20e eeuw een internationale reputatie. Kort na de inwijding van het bedrijf in de Tolstraat kregen de broers Abraham en Joseph Asscher van de Engelse koning opdracht de Cullinan 1 en 2 te kloven, de twee grootste diamanten ter wereld. Rondom de Tolstraat, een buurt met straatnamen als Diamant-, Saffier- en Smaragdstraat, woonden de arbeiders van de fabriek. Op het hoogtepunt van de Amsterdamse Diamantindustrie waren hier ruim 750 werknemers in dienst. Tegenwoordig gebruikt diamantslijperij Asscher nog enkele etages van het gebouw, deze zijn niet voor publiek toegankelijk. Voor verdere informatie van de omgeving kunt U track 3 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
Tegenover de diamantslijperij ziet u een totaal ander maar evenzeer bijzonder gebouw: CinéToI [1927). Het ontwerp is van de architecten JA. Brinkman en L.C. van der Vlugt. Het is gebouwd als vergaderzaal van de Theosofische Vereniging: een religieus filosofische beweging die met name rond de eeuwwisseling populair was. De schilder Piet Mondriaan die korte tijd woonde en werkte aan het Sarphatipark, was lid van deze beweging. De huidige naam kreeg het gebouw toen het in 1942 als bioscoop in gebruik werd genomen. Daar kwam later van alles bij: cabaret, revue en opera om maar wat te noemen. Halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw ging het slecht met Cinétol. Mensen huurden liever een video. Even dreigde het gebouw te worden gesloopt. Maar de buurt kwam in actie. “Geen gesol met Cinetol”, werd hun leus. Sinds 1985 doet het dienst als openbare bibliotheek.
Het blok met lage huisjes in de Diamantstraat, Robijnstraat en Lutmastraat is in 1891 gebouwd in opdracht van Gerard Adrianus Heineken, eigenaar van de bierbrouwerij en destijds ook directeur van de Woningmaatschappij. Het ontwerp is van A.L. Gendt die vooral bekend is door het Concertgebouw in Amsterdam. De Engelse cottage vormde de inspiratie voor het ontwerp van de lage huisjes. Heineken kon de grond waarop de woningen staan destijds goedkoop krijgen omdat het nog deel was van de gemeente Nieuwer-Amstel. In de hoogtijdagen van de diamantslijperij woonden er veel werknemers van de fabriek.
Op de kruising Diamantstraat en Smaragdstraat staat een voormalig gemeentelijk badhuis (1926). Voor mannen en vrouwen waren er aparte afdelingen met elk een eigen ingang. In het hart van het gebouw bevonden zich wachtruimtes en in de halve cirkel aan de achterkant waren de stortbaden en een kuipbad. Het bouwen en beheren van badhuizen was een taak die de gemeente vanaf 1910 op zich nam want de meeste huizen hadden in die tijd nog geen eigen badvoorziening. Pas in 1933 werd in de bouwverordening opgenomen dat nieuwbouwwoningen standaard een eigen douche moesten hebben. Overigens was de installatie van een geiser niet verplicht dus het was wel koud douchen! De meeste nieuwbouw douchecellen werden dan ook als extra berging gebruikt. In de jaren 50 van de vorige eeuw kende het gebruik van gemeentelijke badhuizen een hoogtepunt, daarna begon het bezoek te dalen. Halverwege de jaren 70 hadden de badhuizen nog een sociale functie voor met name bejaarden. Na heftige discussies in de gemeenteraad werden de badhuizen in de loop van de jaren 80 gesloten.
Op nummer 415 staat het voormalig woonhuis van Gerard van het Reve. Gerard van het Reve woonde hier met zijn ouders van 1938 tot 1948 en schreef er zijn bekendste boek ‘De Avonden’. Het boek beschrijft de laatste tien dagen van 1946 vanuit de beleving van de 23-jarige kantoorklerk Frits van Egters. Nummer 415 (toen nog nummer 116) stond model voor het huis waarin ‘De Avonden’ zich afspeelt en heet in het boek Schilderskade 66. Ondanks grote waardering voor het talent van de jonge schrijver noemde Godfried Bomans het boek ‘zo naargeestig, zozeer van iedere positiviteit verstoken, zo grauw, zo cynisch en volstrekt negatief’. Simon Vestdijk en andere critici herkenden in het werk de stem van een generatie die verdoofd en zonder geloof de oorlog uit was gekomen. Voor aanvuldende informatie kunt U track 4 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
Het Henriëtte Ronnerplein vormt samen met het gespiegelde Thérèse Schwartzeplein en de P. L. Takstraat het Dageraadcomplex. Het complex is in 1923 gebouwd in opdracht van woningstichting De Dageraad, tegenwoordig woningcorporatie De Alliantie Amsterdam. Het is een van de meest tot de verbeelding sprekende bouwprojecten in de stijl van de Amsterdamse School. Voor de bouw van het complex werden twee spraakmakende architecten gevraagd: M. de Klerk, bekend van ‘Het Schip’, en P. L. Kramer, ontwerper van onder andere vele bruggen in Amsterdam samen met Hildo Krop. Het meest in het oog springende deel van het Henriëtte Ronnerplein is de gevelwand aan de linker- kant van het plein. De gevel is vormgegeven als een rij eengezinswoningen wat het ideaal van een eigen huis voor elke arbeider uitbeeldt. Maar er zijn ook elementen die de verbondenheid tussen de huizen uitdrukken: de horizontale lijnen in het gevelontwerp en de kleine balkonnetjes die de huizen aan elkaar schakelen. Individualiteit en verbon- denheid komen zo terug in het ontwerp. Onder de balkons zijn letters aangebracht die samen de woorden ‘de dageraad’ vormen. In de noordoostelijke hoek is een borstbeeld van Wibaut geplaatst die als wethouder van Volkshuisvesting van de gemeente Amsterdam de bouw mogelijk maakte.
In de P. L. Takstraat is goed zichtbaar dat de ontwerpers hier een ‘Gesamtkunstwerk’ hebben willen maken. De gevels van de woningen, de brievenbussen, de sculpturen, de daklijsten en zelfs de huisnummering zijn volledig geïntegreerd tot een golvend geheel. Details laten zien dat de vaklieden met veel aandacht en liefde voor het vak aan dit bouwproject hebben gewerkt. Kijk eens naar de onderkant van de balkons. Deze zijn bekleed met baksteen; door de verschillende eigenschappen van steen en beton heeft dit veel tijd en zorgvuldigheid gekost. Er is ook ruimte voor symboliek. Als u omhoog kijkt, zijn aan weerszijden op de daklijst in lood gegoten hanen te zien: het symbool van de woningbouwvereniging en van de sociaal-democratie. Zij kondigen de nieuwe dageraad aan, de nieuwe tijd, en verwijzen naar het ontwaakte bewustzijn van de arbeidersklasse. Voor meer informatie kunt U track 5 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
Ir. Jan Willem Cornelis Tellegen (1859 - 1921) is een van de belangrijkste burgemeesters van Amsterdam geweest. Hij heeft veel betekend voor de volkshuisvesting die in die tijd zeer slecht was. In 1901 was hij Directeur van Bouw- en woningtoezicht en in 1915 werd hij burgemeester. Het monument voor Burgemeester Tellegen bestaat uit verschillende delen. Het relief, dat in de gevel van een van de panden op het plein verwerkt is, laat een portret en profil van Burgemeester Tellegen zien met aan weerszijden tekst. (afm. 250 x 900 c 90 cm). Op ongeveer 6 meter hoogte zijn zes gevelstenen aangebracht. De eerste steen laat een man zien met een schop, de laatste is een vrouw met een kind. (60 x 30 cm.) De vier kleinere stenen zijn afbeeldingen van menselijke hoofden. (30 x 30 cm.) Op het plein voor het monument bevinden zich twee halve ronde cirkels waar banken in verwerkt zijn.
De Coöperatiehof is geen onderdeel van het Dageraadcomplex maar is wel van de hand van P. L. Kramer. Aan de linkerkant was de openbare leeszaal gevestigd. In de gevelsteen boven de deur is nog te zien welk hoger doel de leeszaal diende. De rij boeken met eronder de sleutel tot de wijsheid en een slang die zich rond de boom van de kennis slingert, beelden de emancipatie en verlichting van de arbeidersbevolking uit. De hoge klok op het dak van de leeszaal symboliseert de intellectuele verheffing van de arbeider.
De Ceintuurbaan dankt zijn naam aan het feit dat het ooit deel zou worden van een ringweg rond de stad en kenmerkt zich door de beeldschone, hangende monumentale platanen. Het had overigens maar weinig gescheeld of deze plek was zo ongeveer het centrum van de stad geweest. Vanaf halverwege de 19e eeuw werden er diverse plannen gemaakt voor de stadsuitbreiding van Amsterdam. In één van die plannen, dat van stadsingenieur J.G. van Niftrik uit 1867, zouden in het noordelijk deel van De Pijp woonblokken komen terwijl het zuidelijk deel, toen nog Nieuwer-Amstel, bestemd was voor een luxe villawijk. Ertussenin, waar nu het Sarphatipark ligt, was het Centraal Station van Amsterdam gepland. Het stadsbestuur was een voorstander maar het Rijk had toch de voorkeur voor een treinstation aan het IJ. Het park dat ervoor in de plaats kwam, is door dezelfde Van Niftrik ontworpen in de 18e eeuwse Engelse landschapsstijl. Deze stijl verwijst naar het spannende en onverwachte van de vrije natuur en is een tegenhanger van de traditionele Franse parken met hun geometrische en symmetrische vormen. Door de zichtlijnen in het park moesten bezoekers van de ene naar de andere plek worden getrokken. Het park werd in 1886 officieel voor het publiek opengesteld. Nu is het park voor de bewoners van De Pijp een oase van rust waar veel mensen bij mooi weer hun ontspanning zoeken. De aanzetter van de oprichting van het Sarphatipark was Samuel Sarphati, een joodse arts die leefde van 1813 tot 1866. Pas in 1885 werd begonnen met de aanleg van het Sarphatipark. Dit was 19 jaar na het overlijden van Sarphati. . Het Sarphatipark ligt lager In tegenstelling tot de straten van de Pijp werd het Sarphatipark niet opgehoogd. Door de lage ligging van het Sarphatipark kunnen de vijvers eenvoudig worden gevuld met water via ondergrondse buizen vanaf de Stadhouderskade. Een waterval zuivert het water. Er werd een gemaal aangelegd bij de Tweede van de Helststraat om het overtollige water weer te lozen. De woningen rond het park stamt uit de 19e eeuw. Deze woningen zijn veel mooier gedecoreerd dan de andere woningen in de Pijp. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het standbeeld van de Joodse Samuel Sarphati verwijderd door de Duitse bezetter en werd het Sarphatipark omgedoopt tot het Bollandpark. Vanzelfsprekend werd dit na de oorlog weer teruggedraaid. Het Sarphatipark is in 2007 grondig opgeknapt en de waterkwaliteit is sterk verbeterd. Voor meer informatie kunt U track 6 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
In het kleine huisje bij de ingang aan de westkant van het park waar u bent binnengekomen, staat het gemaal dat het water van de meertjes en het watervalletje afvoert naar de Boerenwetering. Het is ook een plek waar bewoners van De Pijp planten, stekken en zaden uit hun tuin of geveltuin kunnen ruilen of weggeven.
De markt op de Albert Cuypstraat is de bekendste markt van Nederland en misschien wel de grootste dagmarkt van Europa. Er staan meer dan 260 kramen en de markt is behalve op zondag elke dag geopend van ’s ochtends vroeg tot zes uur in de middag. In de tijd van de Binnendijksche Buitenveldertsche Polder lag hier de Zaagmolensloot. Deze sloot liep vanaf de Amstel tot aan een klein haventje ter hoogte van wat nu de Frans Halsstraat is. Al vanaf de 17e eeuw stonden hier houtzaagmolens, een beeldbepalend onderdeel van de polder. Tegen het einde van de 19e eeuw moesten de molens wijken voor de nieuwbouwplannen en werd de sloot gedempt. Rond 1900 telde De Pijp zo’n 50.000 inwoners en werd het voor straatventers een aantrekkelijke afzetmarkt. Door de breedte van de Albert Cuypstraat was dat de plek waar ze zich met hun houten karren verzamelden. De eerste lichting Albert Cuyp kooplieden was geboren. In 1905 werd de Albert Cuyp officieel een markt. Eigenlijk is een dagje Amsterdam niet compleet zonder een bezoek aan de Albert Cuyp. Op een drukke zaterdag komen hier meer dan 40.000 mensen. De grote keuze van producten uit binnen- en buitenland is een verklaring voor de populariteit van de markt. Exotische producten zijn hier vaak als eerste te vinden door de aanwezigheid van de vele nationaliteiten in De Pijp. In 2005 vierde de markt haar honderdjarig bestaan waar ook Koningin Beatrix bij aanwezig was. Voor meer informatie kunt U track 7 en 8 van MP3/i-pod bestanden beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
Stichting Paint a Future heeft sinds afgelopen juni een eigen galerie op de Eerste Sweelinckstraat nr 22 in Amsterdam, vlak bij de bekende Albert Cuyp markt. Dit is mogelijk geworden dankzij de genereuze sponsoring door Holland Casino en de ASN bank. In de galerie zijn permanent meer dan honderd kunstwerken te zien en te (huur)koop. Bovendien kon Paint a Future dankzij een fantastisch gebaar van een particuliere sponsor, Anneke. eindelijk de zo langgewenste Artmobiel aanschaffen, een inmiddels kleurig beschilderde elf meter lange bus. Paint a Future lanceert Rent a Future. Vanaf nu is het ook mogelijk voor € 50 per maand een mooi kunstwerk te bezitten en zo tegelijkertijd bij te dragen aan de verwezenlijking van de wensdroom van een kansarm kind en zo aan een betere toekomst. Voor meer informatie kunt U track 9 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
André Hazes werd op 30 juni 1951 geboren in de Gerard Doustraat op nummer 67, midden in De Pijp. Bekend is het verhaal dat hij als klein jongetje gevraagd werd in de kroeg tegenover zijn ouderlijk huis liedjes te komen zingen. Op die plek is nu de Eddy Bar gevestigd. Hazes werd in 1959 door Johnny Kraaijkamp ontdekt toen hij op de Albert Cuyp stond te zingen. Later had hij verschillende baantjes waaronder dat van kelner en stond bekend als de zingende barkeeper. Zijn doorbraak kwam in 1976 met het nummer ‘Eenzame kerst’. In totaal bracht hij meer dan 300 nummers uit op 36 verschillende albums. De zanger verkreeg in Nederland een cult-achtige status door de film ‘Zij gelooft in mij’ uit 2000. Voor meer informatie kunt U track 10 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
De straten in dit deel van De Pijp vormen het oudste deel van de wijk. Dit was de oorspronkelijke buurt YY. Wat meteen opvalt is hoe de Tweede Jacob van Campenstraat in een schuine lijn aansluit op de Gerard Doustraat. Dit komt omdat het eerste stratenplan voor De Pijp uit 1870 letterlijk dwars stond op het bestaande patroon van paden en sloten in de Binnendijksche Buitenveldertsche Polder. De natuurlijke grens van dit gebied vormde de (schuine) Zaagmolensloot, de huidige Albert Cuypstraat. Uit eindelijk heeft de bebouwing in het overige deel van De Pijp wel de bestaande structuur van paden en sloten gevolgd met als gevolg dat de huizen op de hoeken noodgedwongen in een puntvorm zijn gebouwd. In de volksmond worden ze de ‘taartpunten’ genoemd.
De cafés en vele restaurantjes in de straatjes rond het Gerard Douplein zijn drukbezocht. De Pilsvogel op de hoek van het plein vinden we terug in het bekende boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ van Kluun. De hoofdpersoon komt er graag en noemt het ‘een als bruin café vermomde flirttent waar de meisjes uit De Pijp komen’. Het kunstwerk op het plein is ontworpen door Henk Duijn. Hij wilde een juweel neerzetten waarin de verschillende culturen in de wijk zich zouden kunnen herkennen. De ingelegde rozetten van messing en glas reflecteren overdag in de zon. ’s Avonds ontstaat er een tekening van licht door de lichtbronnen die in de opengewerkte bronzen kronen verwerkt zijn. Samen met het kunstwerk op het Van der Helstplein en het lichtornament aan het dak van het Okurahotel vormt dit de aanzet tot een lichtroute door De Pijp.
Amsterdam breidt zich steeds verder uit. De Zuidas is een aantrekkelijke vestigingsplaats voor grote bedrijven en Amsterdam-Noord ontwikkelt zich als nieuw creatief centrum. Een groeiende stad vraagt om goede verbindingen. De Noord/Zuidlijn moet de steeds toenemende autodruk in het centrum van de stad verminderen en de verschillende delen van Amsterdam goed met elkaar verbinden. Dit past ook in de ambitie van het stadsbestuur om Amsterdam tot een echte metropool te ontwikkelen. In 2013 is het mogelijk met de Noord/Zuidlijn binnen een kwartier van noord naar zuid te reizen. In De Pijp loopt de lijn onder de Ferdinand Bolstraat met een halte ter hoogte van de Ceintuurbaan. Bij de Albert Cuypmarkt komt straks ook een uitgang. Uiteindelijk is de verwachting dat dagelijks 200.000 mensen gebruik gaan maken van de nieuwe metrolijn. De Pijp wordt daardoor vanuit het centrum zeer goed bereikbaar, iets waar de kooplieden op de Albert Cuyp niet rouwig om zullen zijn. Voor meer informatie kunt U track 11 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
In en rond de Frans Halsstraat zitten veel leuke eettentjes en kleine veelal creatieve bedrijfjes. Vroeger waren hier voornamelijk de nachtclubs. De Kuil in de Quellijnstraat was destijds een zeer druk bezochte zaak. Vanaf 1895 zong Eduard Jacobs in De Kuil liedjes die de louche praktijken in de nieuwe buurt aan de kaak stelden. Met name de prostitutie moest het ontgelden. Jacobs wordt daarmee wel gezien als de eerste Nederlandse cabaretier. Hij had in Parijs Aristide Bruant horen zingen in Le Chat Noir en ging hetzelfde doen in Amsterdam. Jacobs, de ‘minstreel van de mesthoop’, bracht rauwe en sarcastische teksten en was razend populair. Hij schreef liedjes met titels als ‘Gestrafte huwelijkstrouw’, ‘De Loreleij van Buurt YY’ en ‘In buurt YY’. Mede door zijn liedjes en omdat hij veel mensen daarin bij naam noemde, weten we nu iets meer over wat er zich achter sommige gevels in De Pijp allemaal heeft afgespeeld. Voor meer informatie kunt U track 12 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de
De wandelroute eindigt op het Marie Heinekenplein bij de voormalige brouwerij. Daarvandaan kunt u ge- makkelijk met de tram weer naar het centrum of naar het Centraal Station.
We eindigen de wandeltocht bij één van de meest toonaangevende bedrijven die De Pijp heeft gekend: de Heinekenbrouwerij. Op het huidige Marie Heinekenplein werd op 22 januari 1868 het eerste Heinekenbiertje gebrouwen. De eigenaar Gerard Adrianus Heineken kocht in 1864 bierbrouwerij ‘De Hooiberg’ en verhuisde deze naar het poldergebied ten zuiden van het centrum. De brouwerij breidde in de loop der jaren steeds meer uit en in 1930 moest zelfs het middenstuk van de Jacob van Campenstraat wijken. Daarom heeft De Pijp nu een Eerste en een Tweede Jacob van Campenstraat. Voor mensen met een gevoelige neus was wonen in De Pijp in die tijd geen pretje. Afhankelijk van de windrichting hing er een indringende moutlucht van de brouwerij of konden de bewoners van buurt YY genieten van vetstank van een nabijgelegen kaarsenfabriek. In 1988 verhuisde de brouwerij naar Zoeterwoude en Den Bosch. Het oudste deel van de brouwerij om de hoek op de Stadhouderskade is nu ingericht als bedrijfsmuseum (Heineken Experience) waar de geschiedenis van het bedrijf en van het bier wordt laten zien. Marie Heineken was een nicht van de oprichter van de brouwerij en in haar tijd een beroemd schilderes van stillevens. In de zomer is het plein gevuld met terrassen en worden er evenementen georganiseerd. Voor meer informatie kunt U track 13 van MP3/i-pod bestand beluisteren. http://www.oudzuid.amsterdam.nl/kunst_en_cultuur/stadswandeling_de

Commentaar