EBD
13 1 20

Moeilijkheidsgraad   Gemakkelijk

Coördinaten 83

Geüpload 20 juli 2010

Uitgevoerd juli 2010

-
-
13 m
3 m
0
1,4
2,9
5,74 km

1968 maal bekeken, 9 maal gedownload

nabij Beetsterzwaag, Friesland (Nederland)

Een mooie wandeling rond en door Beetsterzwaag.Mooie parken, lanen ,tuinen en oude panden. De Lanterfantroute zoals wij hem gelopen hebben.

Bekijk meer external

De Fundatie is nauw verbonden met de door de hoogveenexploitatie steenrijk geworden niet adellijke familie van Teyens. Benedictus van Teyens trouwde op 58-jarige leeftijd met zijn nog geen vijfentwintig jarige huishoudster Froukje Alberts, die zwanger van hem was. Ze kregen drie kinderen, Etta Arnolda, Saco en Oeno. Ze woonden op Fockensstate, een in 1616 door grietman Martinus Fockens gebouwde en nu nog bestaande boerderij aan het westeinde van de Hoofdstraat. Benedictus overleed in 1806 en werd begraven in de Dorpskerk, waar de familie een grafkelder bezat. Froukje, zijn vrouw en kinderen liggen op het kerkhof omdat na 1828 om hygiënische redenen geen bijzettingen meer mochten plaatsvinden in de kerken. Etta volgde kostschool in Leeuwarden en woonde, eenmaal weer terug in Beetsterzwaag in een pand aan de Hoofdstraat, eerst samen met haar broer Saco, die een rechtenstudie had gevolgd en later, toen moeder Froukje overleden was samen met Oeno. Oeno was een geval apart. Hij kakelde met de kippen mee in het kippenhok, droeg meerdere jassen over elkaar heen als het buiten warm was en zat met regenjas en opgestoken paraplu in de kamer als het regende. Buitenshuis werd hij altijd begeleid. Alle drie kinderen zijn ongehuwd gebleven. Ze hadden een huisvriend, huisdokter Joachim Lunsingh Tonckens. Er wordt beweerd dat hij de hand gehad heeft in het onverwachts en vroegtijdig overlijden van Saco die zelfmoord pleegde in 1856 in Fockensstate, waar hij was gaan wonen na de dood van zijn moeder. Maar ook Etta stierf onverwacht, zes jaar na Saco in 1862. ( Volgens de bedienden had zij geroepen naar Tonckens; "Moordenaar, je hebt gif in mijn rijst gedaan!"). Ten slotte stierf ook vroegtijdig "gekke" Oeno in 1866. Hij stikte in zijn pap. Toen het testament werd geopend bleek dokter Tonckens op een aantal legaten na alle bezittingen te hebben geërfd. Ook notaris Andreae wordt ervan verdacht de regie te hebben gehad in het in 1859 door Oeno opgemaakte testament. De geruchten werden versterkt toen Tonckens'dochter trouwde met de zoon van notaris Andreae. Deze zoon liet zich Fockema-Andreae noemen ( de naam van z'n moeder voor Andreae). Dokter Tonckens liet van het geld in 1868 het huis bouwen dat nu Bordena heet (afgeleid van de rivier de Boorn). Tegenwoordig is er de bibliotheek in gevestigd. In 1895 heeft mevrouw Tonckens, na de dood (zelfmoord) van haar man het huis geschonken aan de kerk, die het gebruikte als pastorie. Van de Van Teyens wordt beweerd dat ze een schat bezaten, die na de dood van Oeno door de tuin en in kisten zou zijn versleept naar het huis van dokter Tonckens, een paar huizen verderop (nu Prins Heerlijk of 'Het huis met de vier daken'). Bij de verbouwing van Bordena is er daadwerkelijk gezocht naar de schat, maar het enige wat men vond waren turven in de spouw van de muren. Bij leven heeft Etta Arnolda van Teyens een daad verricht waardoor oude ongetrouwde of alleenstaande dames een verzorgde oude dag konden beleven. Ze stichtte de 'Van Teyens Fundatie', een gasthuis voor dames uit de 'mingegoede' stand, die van onbesproken gedrag moesten zijn, minstens vijftig jaar oud en van protestantse gezindte. Zij kregen gratis kost en inwoning . Er konden zes vrouwen wonen. Het bestuur bestond uit regenten. Op de zolderverdieping is de Regentenkamer nog steeds in tact. De rouwborden van de ouders van Benedictus van Teyens hangen er. De hedendaagse regenten vergaderen er ook nu nog. De dames moesten zich aan allerlei regels houden. Een daarvan is dat de gordijnen moesten hangen in het door de regenten bepaalde model. Tot 2003 hebben hier nog een viertal dames gewoond, mét gordijntjes in het juiste model en zonder betaling van huur. In 2003 is het pand verbouwd tot huisartsenpraktijk. www.vanteyensfundatie.nl
Tussen de hoge beuken schuin oversteken richting boerderijtje.
Bethlehem.
Kunstwerk Jan Looman.
TIP Beetsterzwaag in Notariskoepel
Lycklamahuis. In het Lycklamahuis is de trouwzaal gevestigd. De ingang bevindt zich aan de achterzijde. Het huis werd in 1836 bewoond door Jan Anne Lycklama a Nijeholt en zijn vrouw Ypkjen Hillegonda van Eysinga, een kleindochter van Rijnhard van Lynden, die het geërfd had. Het huis is in 1824 gebouwd. Het bestond alleen uit de begane grond. In 1859 werd het dak omhoog gebracht en het balkon aangelegd. Bijzonder is dat de overhuiving van het balkon ook van gietijzer is (straatzijde). Rechts van het gebouw staat het tuinmanshuis. In de muur is de gevelsteen aangebracht die afkomstig is van Nieuw-Fockens, het huis dat in de voortuin van Lyndenstein stond en in 1822 werd afgebroken nadat Huize Lyndenstein klaar was. Hier staat een zeldzame witgemarmerde eik. Het is een gemuteerde vorm en z'n nakomelingen hebben deze eigenschap niet. Als we het toegangshek doorlopen zien we rechts tegen de muur een oude moerbei met hartvormig blad. Deze soort komt uit Oost-Azië. De zijderups wordt op deze bomen gekweekt. Doorlopend komen we bij een boom met een groen vogelhuisje. Het is een moerascypres, een naaldboom. Deze boom is in 1840 geplant en is dus ruim160 jaar oud. Hij komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten. We lopen naar rechts. Daar staat een enorme boom, ook geplant in 1840. Het is een plataan. Deze bomen kunnen goed tegen luchtvervuiling. Deze boom is vaak gekandelaard, d.w.z. er zijn vaak takken afgezaagd. (kandelaren = zo snoeien dat er slechts een klein gedeelte, van één tot twee voet lengte overblijft, dat opnieuw uitschiet. Het echtpaar Jan Anne en Ypkjen kreeg zes kinderen,waarvan er drie jong stierven. De oudste zoon, Tinco (geb. 1837) vestigde in het Eysingahuis (Hoofdstraat 46) een museum van Oosterse voorwerpen en verhuisde met zijn museum in 1872 naar Cannes (Frankrijk) waar het museum nu nog bestaat. Tinco en zijn vrouw liggen begraven op de Rooms-Katholieke begraafplaats in Wolvega. Ze hadden geen kinderen. De tweede zoon , Augustinus (geb.1842) erfde in 1867 het landgoed Lauswolt en liet in dat jaar een groot huis bouwen, dat we nu kennen als Hotel Lauswolt. De enige dochter, Eritia Ena Romelis Lycklama a Nijeholt (geb.1845) bleef ongetrouwd wonen in het Lycklamahuis, zij het alleen in de zomer. De winter bracht ze door in Den Haag. Als ze terug kwam stalde ze cadeautjes uit die de kinderen uit het dorp mochten meenemen. Na haar dood erfde haar broer Augustinus het huis. De kinderen van Augustinus en zijn vrouw Anna Adriana zijn over het algemeen niet zo gelukkig geweest. De oudste dochter verkwistte haar hele vermogen , haar broer pleegde zelfmoord met 40.000 gulden op zak en de jongste, Clara Tjallinga, stierf al op 25-jarige leeftijd. Op haar graf in Oud-Beets staat een levensgrote engel. De hele erfenis ging in 1917 naar de twee dochters van de verkwistende Ypkjen Hillegonda. Ze heetten Anna Adriana en Clara Tjallinga Grundtmann. Anna trouwde in 1930 met jonkheer Joan de Jonge van Zwijnsbergen. Ze waren kinderloos. Na de dood van de jonkheer in 1971 kocht de gemeente het hele complex. Het gemeentehuis is er nu in gevestigd. Zie voor "Het personeel op het Lycklamahuis " blz 15 van het boekje van Jelle Terluin "De adel van Beetsterzwaag".
Bijgebouwen Lyndensteyn
overtuin Lyndensteyn. Informatie op bord in de tuin. De buitenplaats Lyndensteyn in Beetsterzwaag van Frans Godard Baron van Lyndensteyn bestond uit een tuin bij het huis en een overtuin. De eerste werd omstreeks 1825 en de laatste in 1832 ontworpen door de beende tuinarchitekt Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851). Hij ontwierp veel tuinen en parken in Friesland zoals die van Nieuw Fockens in Beetsterzwaag van het nog bestaande park van Oranjestein in Oranjewoud en de nieuwe aanleg in Wolvega. Roodbaard was een representant van de zgn landschapsstijl die omstreeks 1800 in Nederland in de mode was. Omstreeks 1832 veranderde hij de in formele stijl aangelegde overtuin volgens deze nieuwe stijl,waarbij hij enkele lindebomen uit de oude aanleg handhaafde. Het midden van het terrein hield hij open terwijl de tuin geheel door bomen werd omzoomd. In het open gedeelte realiseerde hij een nieuwe vijverpartij met de voor zijn werk karakteristieke golvende contour,waarlangs kronkelende paden lopen. De vijver voorzag hij van een zij-arm waarover een kettingbrug werd gehangen. Dat vormde een belangrijk element in het ontwerp waarheen veel uitzichtlijnen lopen. Vanaf de brug kan men naar het huis kijken maar ook genieten van de weerspiegeling van Lyndensteyn en van de rijke beplanting in het water. In 1991 brande het oude theehuis de zgn "'Turkse tent'" achter in de aanleg af. Neptunis Beeld. Dit beeld is in begin 18e eeuw gemaakt door de Amsterdamse Beeldhouwer Ignatus Van Logteren.
Huize Lyndensteyn. Dit gebouw werd in 1821-1822 gebouwd voor de grietman(burgemeester) van Opsterland, Frans Godard baron van lynden (1781-1864) en zijn vrouw Cornelia Johanna Maria van Borcharen(1789-1864).De architect was Abraham Bruinsma uit Leeuwarden.Deze architect gaf het huis een Neo-classistisch aanzien met een door kolommen opvallende ingangspartij en een betonnen fronton.Bij een latere verbouwing (1915) is het dak boven de kroonlijst opgehoogd. Reinhard baron van lynden(1827-1891), zoon van Frans G van Lynden, bewoonde het huis als tweede woning met zijn vrouw Maria Catharina van Palland(1834-1903) en hun dochter Freule Cornelia (1860-1880). De familie verbleef verder in Den Haag. Cornelia was zeer begaan met het lot van arme ziekelijke kinderen. Op 20 jarige leeftijd overleed ze. Zij is de neemgeefster van de Cornelia stichting.Deze stichting kreeg de beschikking over het van Lyndenbezit en stichte in 1915 in Lyndensteyn een kinderziekenhuis.Verbouw van het huis was noodzakelijk.Uit deze tijd dateren ook de ernaast gelegen bijgebouwen.Deze zijn in Neogotische stijl opgetrokken Door toename van het aantal kinderen in de loop der jaren werd het complex erachter steeds verder uitgebreid.Tot 1985 hield het de functe van kinderrevalidatiecentrum.Na 1985 is hier de klinische en poliklinische revalidatie voor volwassenen aan toegevoegd.Om aan de eisen van de huidige gezondheidszorg te kunnen voldoen is na afbraak van alle "bijbouwsels" in 2004 het nieuwe Revalidatie centrum Friesland verrezen. Naast het huis staat een klokkenstoel en tegen de bijgebouwen twee borstbeelden op Rococo Piëdestal. Tegenover lyndensteyn de Overtuin.
Fockens State De boerdeij is genoemd naar de familie Fockens die in 1616 de grond kocht. Martinus Fockens (grietman van Opsterland) liet hier een groot huis bouwen. Ook zijn zoon(Saco) en kleinzoon (Martinus)(beide grietmannen van Opsterland) hebben hier gewoond. De familiewapens van Martinus Fockesn en Anna Kinnema werden op een steen gebeiteld in hun in 1665 gebouwde huis Nieuw Fockens.(nu is dat de voortuin van Lyndensteyn) Bij de afbraak van nieuw Fockens in 1821 is deze steen bewaard gebleven en is nu ingemetseld in de tuinmanswoning van het Lyclamahuis.(hoofdstraat 78) In 1879 werd het grote voorhuis afgebroken en word er volgens ontwerp van Luitje de Goede een kleiner voorhuis opgebouwd. Achter in de tuin staat een bijzonder huisje met hoefijzervormige deuropeningen. Dit is de oude ezelsstal.
Ned Herv Kerk.
Bewogen Raster
Lyfs.

Commentaar