-
-
256 m
179 m
0
2,0
4,0
8,08 km

1736 maal bekeken, 30 maal gedownload

nabij Loripette, Walloon Region (Belgique)

Wandeling BOUSSU-LEZ-WALCOURT (8km)

Het bos langs het stuwmeer op de Eau d’Heure
Het zuidelijke stuk van de provincie Henegouwen wordt, gezien zijn vorm, de Henegouwse Laars genoemd. In het noorden ervan, net op de grens met de provincie Namen, werd een groots complex van stuwdammen aangelegd op onder andere het riviertje de Eau d’Heure. Zo ontstond er een serie stuwmeren, erg grillig van vorm door het golvende reliëf van de bodem. Hierdoor werd een aantal waterhuishoudkundige problemen opgelost, maar men heeft er tevens van geprofiteerd om van die plek een recreatief paradijs te maken, ook voor wandelaars.
Om de vorming van slijkstranden te voorkomen, bouwde men drie voorstuwdammen: Falemprise (226 m), Ri Jaune (252 m) en Féronval (142 m).

DE WANDELING
Van 1 naar 2 (3,3 km)
Je vat post aan de voet van de Belvédère (1). Houd die heuvel aan je 3,3 km, rechterkant het meer dus aan ja linkerkant. Volg de verkeersweg (druk in het hoogseizoen) tot net voorbij het meer. Op die plek verlaat je de verkeersweg naar links: bordje “Accès RAVeL”. Langs een rood-wit hek loop je dus het Bois Mazarin in, een aantrekkelijk loofbos.
Je volgt de betonweg en daar wijk je niet van af totdat hij uitkomt op een grotere asfaltweg, maar dat is nog ongeveer 3 km verderop. Intussen merk je dat het parcours aangegeven is met de drie tekens, vermeld onder “Bewegwijzering”, en passeer je een plek om jetski’s te water te laten, bij een mooi uitzicht over het stuwmeer. Toen het meer nog niet bestond, kronkelde in het diepste deel van het dal de Eau d’Heure, een heel bescheiden zijriviertje van de Samber, van zuid naar noord door een groene weelde.
Ongeveer 400 m voorbij het rood-witte hek verdwijnt de weg licht afdalend het bos in. Het meer is voorlopig niet meer te zien. De eik voert de boventoon in het Bois Mazarin, maar ook gewone esdoorn, haagbeuk, hazelaar en verrassend hoge berken komen er veel voor.

De bodem is vaak overdekt met een dicht web van bramen en vanaf eind februari zijn alle voorjaarsbloejers rijkelijk aanwezig. De eerste lentezon zorgt voor een kleurrijk tapijt van bloem die schuchter hun kopjes bovensteken Bosanemoon, zenegroen, gele dovenetel, sleutel¬bloe¬men, viooltjes wilde hyacint, pinksterbloem en salomonszegel kleuren dan de bermen.
Het speenkruid (Ranunculus lanuginosus) verschijnt als eerste op het appel. Vanaf februari kun je al exemplaren waarnemen. Met zijn gele bloemen bedekt dit kruid grote delen van het bos. Eigenlijk is het niet verwonderlijk dat er zoveel exemplaren verschijnen, het plantje heeft een bijzondere manier van vermeerderen. Broedknolletjes in de “oksels” van de hartvormige blaadjes zorgen voor een onwaarschijnlijk snelle voortplanting. Amper een maand later is het de beurt aan de bosanemonen (Anemone nemerosa)om het bos om te toveren, nu in een Wit tapijt. In ijltempo volgt de slanke sleutelbloem (Primuia eliator) zijn voorgangers op en steektjjn lichtgele bloemen, die in schermen op een lange steel groeien, boven speenkruid en bosanemoon uit. Vervolgens kleuren de wilde hyacinten (Scilla non-scripta) met hun klokvormige bloemen de bodem blauw. Daslook (Alijum ursinum) is wat zeldzamer maar vult op plaatsen waar hij voorkomt het bos met een knoflookachtig geurtje. Eenbes (Paris quadrifolia) heeft vier brede langwerpige bladeren die in een kransje staan. In dat kransje verschijnt een groene gekleurde bloem en na de bloei een giftige blauwe bes. De gevlekte aronskelk (Arum maculatum) verschijnt in al zijn opeenvolgende gedaantes Onze absolute favoriet is en blijft echter de veelbloemige krans salomonszegel (Polygonatum verticillatum) Deze tot 60 centimeter hoge plant heeft overhangende stengels met daaronder hangende Witte bloemen met een groen Puntje. Jaarlijks valt de oude stengel van de wortelstok en laat er een, op een zegel lijkende verdikking achter. Om zichzelf te beschermen tegen hongerige dieren zijn de meeste van die voorjaarsbloeiers of onderdelen ervan in meer of mindere mate giftig. Voorzichtigheid is dus geboden.

Af en toe krijg je het meer in doorkijkjes te zien; in het bladloze Seizoen is dat uiteraard een stuk beter. Uiteindelijk stijgt de te volgen weg langs een volgend rood-wit hek 2.

van 2 naar 3 (1km)
Daar bereik je een geasfalteerde dwarsweg, die je rechts moet inslaan, lichtjes bergop door het zuidelijke stuk van het Bois Mazarin, dat begroeid is met de al genoemde boomsoorten. Het bos wordt verderop overspannen door een per definitie lelijke hoogspanningsleiding, maar je krijgt daar ook fraaie essen te zien.
Na 800 m bereik je een verkeersweg, de N589, die Boussu-lez-Walcourt met Cerfontaine verbindt en die moet je kruisen. Je volgt dus de pijl Erpion, een bescheiden dorp, iets ten westen van het bos en het merencomplex. Je passeert de eerstvolgende linkerweg, die Hameau de Badon heet, maar 200 m verderop moet je, net voor het plaatsnaambord van Erpion, de eerste weg rechts inslaan en langs een picknickplek 3, een infobord en wat ooit een hekje is geweest, het bos dieper ingaan. De routetekens uit het eerste stuk van de wandeling zijn hier, op de rode liggende ruit na, voorlopig niet meer te zien.

van 3 naar 4 (0,7km)
700 m diep in de zijweg die je insloeg, bereik je, bij een verharde rechter-zijweg en tussen een versleten en een nieuw roodwit hek, een prachtige, overdekte picknickplek 4, voorzien van barbecuemogelijkheden. Je wandelt hier onder de hoge kronen van sierlijke essen, maar voor¬al de eik is duidelijk aanwezig in het bos.

van 4 naar 5 (1km)
De asfaltweg daalt, wordt smaller en is hier een stuk van het Grote Routepad 12, maar de drie routetekens zijn ook opnieuw aanwezig. Iets verderop passeer je een hek en nog wat verder bereik je, over de deels gekanaliseerde Ruisseau d’Erpion, een dwarsweg die je, bij de drie routetekens en een Grote Routeteken, rechts inslaat. Bij de bosrand verschijnt bewoning en gaat de weg fors de hoogte in. Bij La Ruchette, een taverne-restaurant ( rue des Carrières 4- 6440 Froidchapelle- Tel: 071/63.35.11), buigt de weg links af en ontdek je voor je de woonkern van Boussu-lez-Walcourt, beheerst door de leien torenspits van zijn kalkstenen kerk, en omringd door glooiende velden en toefjes bos.
Bij een hoeve staat een oud kapelletje 5 onder een conifeer en een witte jasmijn en geflan¬keerd door twee buxusstruiken.

van 5 naar 1 (2km)
Bij het kruispunt op die plek moet je haaks rechtsaf (drie routebordjes) en verlaat je dus het Grote Routepad, dat rechtdoor loopt.
300 m verderop wacht alweer een kruispunt, met links een barbecue- en picknickplek en rustbanken. Hier loop je rechtdoor, de Rue des Carrières volgend, om 500 m verder uit te komen op een verkeersweg, de je al bekende N589. Sla die weg rechts in, om ongeveer 100 m verderop linksaf de pijl”‘Relais de Falemprise” te volgen.
Aan ja linkerhand blinkt het meer, gevormd door de voorstuwdam van Féronval. Dergelijke dammen werden gebouwd om de oevers van het hoofdmeer vrij te houden van slijk, aange¬voerd door de riviertjes die de grote plas voeden.
Tot slot blijf je de verkeersweg volgen. Loop wel aan de linkerkant en als het kan achter de vangrails.
Je passeert de plek waar je in het begin van de wandeling het Bois Mazarin binnen bent gegaan, maar dan is het eindpunt van het tochtje, de voet van de Beivédère 1, al heel nabij.
Dichts bijzijnde café/taverne:
Le Crodile Café
route de Plate Taille 99
6550 Boussu-Lez-Walcourt
Tel: 0476/29.89.11
Vertrek aan voet "Belvédère
2,7km - Voorstuwdam van de Ri Jaune
4,5 km - Verbouwde hoeve
6,4 km- Sint-Janskapelletje

Commentaar