Nidonk

Moving time  2 uur 11 minuten

Tijd  2 uur 29 minuten

Coördinaten 1698

Geüpload 23 maart 2019

Uitgevoerd maart 2019

-
-
21 m
-12 m
0
2,4
4,9
9,78 km

40 maal bekeken, 2 maal gedownload

nabij Essen-Hoek, Flanders (Belgique)

In 5 eeuwen tijd - ruwweg tussen 1250 en 1750 - werd een massa moer uit de natte grond gehaald in de wijde omgeving ten noorden en oosten van Essen. Essen werd als het ware een zuidelijke toegangspoort tot een gigantisch turfgebied.
Gedroogd werden de blokjes op vlotten of vletten over kleine kanaaltjes vervoerd naar de havens van Bergen op Zoom en vooral Roosendaal. Uiteindelijk zouden ze als brandstof gebruikt worden in de grote steden in Vlaanderen en Nederland. Het landschap in en rond Essen verbergt nog talrijke relicten en op meerdere plaatsen werd een bijzonder informatiepunt opgebouwd rond de turfwinning.
Medewerkers van de Essense toeristische dienst VVV De Tasberg ontwierpen in 2015 een aantal wandel- en fietsroutes rond het thema "turf". Deze track is een actualisatie van wandelpad nr 1 uit die tijd.
Horeca bij vertrek en aankomst, geen horeca onderweg.
Alle info via www.vvvessen.be.
Vertrek- en aankomstplaats van deze wandeling is het gratis parkeerterrein op de hoek van de Moerkantsebaan en de Spillebeekweg te Essen (Hoek). Voor de GPS: 51.4464, 004.4109 Horeca in de onmiddellijke omgeving: Traiteur Taverne Annelies, Moerkantsebaan 295, 2910 Essen Gegevens over openingsuren en menu: www.traiteurannelies.be.
Het loont de moeite om even de Spillebeekweg in te wandelen tot aan huis nummer 5. Daar staat sinds 2015 in de voortuin een breekmolen voor graan uit ongeveer 1880, ooit eigendom van Modest Van Loon, de grootvader van de huidige bewoner. Alle informatie is ter plaatse aanwezig.
De straat- en wijknaam "Wolfsheuvel" heeft waarschijnlijk niets te maken met wolven, hoewel die hier in vroegere eeuwen meermaals gesignaleerd werden, een laatste maal in 1802. "Wolfsheuvel" is waarschijnlijk een verbastering van "worfsheuvel". Worf staat synoniem voor kruipwilg (salix repens). De plant wordt 15cm tot 1m hoog en groeit op zandgronden dicht bij water, wat in dit afwisselend drassig en zandig gebied perfect mogelijk is. De kruipwilg groeit aan - de naam zegt het zelf - doordat de wortels verder kruipen.
Officieel heet dit pad "buurtweg nr 15". Volgens de oude Atlas der Buurtwegen heeft de aardeweg ook een naam: "Botermelkstraat", maar deze Trage Weg die dwars doorheen het voormalige moergebied loopt, kreeg uiteindelijk de naam "Karnemelkstraat", naar het lokale dialect, dat in deze zaak meer naar Nederland neigt dan naar Vlaanderen. Dus geen botermelk maar karnemelk.
Langs deze moervaart werden de turfvletten vanuit het veengebied "de Nol" naar Roosendaal en Bergen op Zoom getrokken. Verder noordwaarts vloeit deze moervaart samen met de Spillebeek. Sinds 2014 wordt gewerkt aan een internationaal project waarbij water uit de Oude Moervaart vanuit het gebied "de Nol" tot diep in het Grenspark geleid wordt om "De Groote Meer" opnieuw van water te voorzien.
We kijken vanuit de Heyweg op de moervelden die ons bekend staan als "Rouwe Moer" en wat verder ook op de zorgboerderij, de school en het klooster. De "rouwe" of ruwe moer was een moergebied bezaaid met begroeiing: zurkel, biezen, lis, buntgras, kreupelhout en grove hei. De moerdelvers hadden bijgevolg heel wat werk om die bovenlaag te verwijderen vooraleer ze de moerlaag bereikten. Een oude pachthoeve van de abdij van Tongerlo markeert deze plek. In 1668 heette ze "Conventshoeve" en na meerdere naamswisselingen kennen we ze nu als "Rommeshoef", een zorgboerderij. In de jaren 1906 - 1908 liet Pater Frans Godts, een Redemptorist, naast de hoeve een klooster bouwen voor herstellende paters van zijn kloosterorde. Later werd aan het klooster een middelbare school toegevoegd - het College van het Eucharistisch Hart - en nog later ook een lagere school.
De laagte oostwaarts van onze wandelweg, in de buurt van het dunne loofbosje met canadapopulieren, geeft de plaats aan waar vroeger het Moerven lag, waarschijnlijk een moeruitgifte uit 1670. De Oude Moervaart liep er van hieruit recht naartoe. De Spillebeek zorgde voor de afvloei van overtollig water uit dat ven, wat dan weer problematisch was om voldoende water te houden in de Oude Moervaart. Uiteindelijk zou dit één van de redenen worden om vanuit het veengebied "de Nol" een nieuwe vaart te graven richting Roosendaal: de Vertakkingsvaart, die een oostelijke bocht maakt rond Essen in plaats van een westelijke.
Op de hoek van Rouwmoer en Papenmoerstraat staat een modern kapelletje dat toegewijd is aan de Maagd der Armen. De naam "Papenmoer" verwijst naar een stuk moergrond dat eigendom was van de kerkelijke overheid.
Op de moervaarten werd niet de hele tijd door heen en weer gevaren tussen de moervelden en de havens. De vaarten waren onvoldoende breed en het was een hele kunst om het waterpeil in de kanaaltjes voldoende hoog te houden opdat die zwaarbeladen turfvletten niet zouden vastlopen. Orde en regelmaat waren dan ook de sleutelwoorden. Er werd alleen gevaren van april tot oktober. De moervaarten moesten immers ijsvrij zijn en in die eeuwen lag de gemiddelde temperatuur 1 tot 2 graden lager dan wat we nu meten. De winters waren toen langer en kouder. We kennen deze periode (15de - 19de eeuw) nog steeds als "de Kleine IJstijd". Bij het begin van de maand voeren de beladen vletten in konvooi van de moervelden naar de havens. Halfweg de maand kwamen ze weer terug. Leeg, of beladen met mest dat de ontmoerde gronden vruchtbaar moest maken. Waar wegen de moervaarten kruisten werden houten bruggetjes gelegd die twee keer per maand weggenomen en teruggeplaatst werden om de turfkonvooien te laten passeren. Heel uitzonderlijk werden vaste bruggen geconstrueerd, zoals hier aan de Moerkantsebaan. De waterweg liep hier rechtdoor. Het zandweggetje tussen de schuur en de kapel in duidt de juiste plaats aan. De nu geasfalteerde Moerkantsebaan ging er toen als een aardeweg overheen met een houten brug. Trekkers en schepen konden er vrij onderdoor. In 1544 werd deze brug nog verhoogd. Op deze plek ontstond een kleine woonkern met een handvol huizen. Ze kregen de naam "de huizen aan de brug". De kapel van Klaas Van Loon. In 1852 werd deze kapel gebouwd door Klaas Van Loon, als dank voor zijn veilige terugkeer uit de oorlog. Klaas werd in 1778 geboren in een hoeve vlak naast de kapel en de moervaart, nu een privétuin. Als jonge man werd hij opgeroepen om dienst te nemen in het leger van Napoleon. Zeven jaar lang zwierf hij met dat leger door Europa en Klaas nam deel aan diverse veldslagen in Spanje. Al die jaren werd hij thuis dood gewaand. Het verhaal wil dat niemand hem bij zijn thuiskomst nog kende omdat hij er zo slecht uit zag. Alleen de hond kwam kwispelstaartend naar hem toegelopen. Pas nadat hij een litteken van een oude brandwonde had getoond, werd hij geloofd.
Maria Timmermans had zich tijdens de oorlog 1940-1945 voorgenomen om deze kapel te laten bouwen om een goede bescherming te bekomen voor heel haar gezin. Ze heeft deze bescherming ook verkregen: de bijhorende hoeve is tijdens de oorlog gevrijwaard gebleven van beschietingen en wonder boven wonder zijn al haar kinderen veilig terug naar huis gekomen. Eén van hen zat als Belgisch krijgsgevangene op de Rhenus 127, een binnenvaartschip dat bij Willemstad (NL) vergaan is op 30 mei 1940 nadat het op een Duitse mijn was gevaren. De Rhenus 127 was ingezet voor het vervoer van krijgsgevangenen en had op het ogenblik van de aanvaring 1200 mensen aan boord. Officieel kwamen 167 onder hen om het leven, maar het echte aantal lag vermoedelijk rond de 200. Kort na de eerstesteenlegging van deze kapel in 1945 is Maria Timmermans gestorven. De kapel werd in 1946 ingewijd door Pastoor Soons. De deur van de kapel is meestal niet op slot en binnenkijken mag uiteraard. Van de bezoeker wordt wel verwacht dat hij/zij de deur na het bezoek weer netjes sluit.
De naam "Hemelrijk" verwijst niet naar iets bovenaards, maar wel naar een plek (= rijk) op een verhevenheid (= hamel). Het huidige domein Hemelrijk is nog maar een fractie van wat het in de 18de eeuw was. Van 1525 tot ongeveer 1580 werd moer vanuit het moergebied "de Nol" via de Oude Moervaart en het Moerven naar Bergen op Zoom gebracht. Deze vaart verliep moeilijk omdat ze met aquaducten twee beekdalen moest kruisen. Er werd dus uitgekeken naar een nieuwe vaart. Dat werd een "splitvaart" die hier aan het domein Hemelrijk richting Roosendaal ging, in plaats van naar Bergen op Zoom. Een proefvaart in 1582 over het nieuwe kanaaltje mislukte echter omdat men de hoger gelegen waterscheiding tussen het stroomgebied van de Schelde (Spillebeek) en de Maas (Kleine Aa) moest doorsteken. Die waterscheidingslijn loopt dwars doorheen het domein Hemelrijk. Oorlogsomstandigheden in en rond Bergen op Zoom legden de moernijverheid in deze omgeving stil tot 1610. Dan kwam er een verbeterde moervaart naar Roosendaal, met onder andere een 12m lange aquaduct in NIspen om het water van de turfvaart over het water van de Kleine Aa te leiden. Een kunstwerk dat veel onderhoud vroeg. Vanaf ongeveer 1700 werd turf uit "de Nol" nog steeds naar Roosendaal gevoerd, maar dan via een nieuwe vaart, de Vertakkingsvaart, die ten oosten van Essen aansloot op de Roosendaalse Vaart. Nadat de streek ontmoerd was, ging men er landbouw bedrijven. Op Hemelrijk werd in 1666 de Vredeberghoeve gebouwd, met 18ha landbouwgrond errond. In 1798 werd ze verkocht en decennia later afgebroken. Tot 1961 kreeg domein Hemelrijk verschillende eigenaren, waarvan de meesten geen echte band hadden met Essen. In 1961 werd het domein eigendom van de familie De Belder, die het inrichtten als landschappelijk arboretum. Privéterrein weliswaar en dus niet toegankelijk.
Eeuwenlang ligt hier pal bovenop de grens al een weg, resultaat van de vereiste dat men van de ene grenspaal naar de andere moest kunnen kijken zonder dat het zicht gehinderd werd door bomen of struiken. Op Nederlands grondgebied heet de weg "Hollandse Dreef", op Belgisch grondgebied "Brabantse Dreef". Veel stukken "Brabantse Dreef" bleven er bij het begin van deze eeuw niet meer over. Het stukje Trage Weg waarover we nu wandelen werd enkele jaren geleden opnieuw verhard en zo is er nu opnieuw een echte "Brabantse Weg".
De grenspalen tussen Nederland en België werden geplaatst in 1843. Het zijn gietijzeren palen op een bakstenen fundering. In de grond zit eerst een vierkante gemetselde basis met een lengte en breedte van 1m en een dikte van 20cm. Op die basis staat een 1m hoog achtkantig onderstel in gietijzer. De onderste 40cm zitten in een fundering van baksteen ingemetseld, 80cm op 80cm breed. De volgende 20cm zitten nog steeds ondergronds maar zijn niet meer ingemetseld. Dan komt het bovengrondse gedeelte. Eerst nog 40cm achtkantig in gietijzer als onderstuk en dan een kegelvormig gedeelte dat 1,30m hoog is. Een knop van 17cm hoog voltooit het geheel. Deze knop heeft oorspronkelijk de vorm van een gestileerde denappel. Totale lengte dus 2,67m, fundering inbegrepen. Elke paal draagt twee wapenschilden, een "Vlaamse Leeuw" aan Belgische zijde en een "Nederlandse Leeuw" aan Nederlandse kant. Ze lijken op mekaar maar er zijn wel degelijk verschillen. Op enkele uitzonderingen na dragen alle palen het jaartal "1843". Aan de tegenovergestelde zijde van het jaartal dragen ze een volgnummer. Nummer 1 staat in Vaals (drielandenpunt Limburg) en nummer 369 staat in het Zwin (aan de zee in West-Vlaanderen). Omdat er langs de Maas, waar de landsgrens midden in de rivier ligt, grenspalen geplaatst werden op de twee oevers, staan er op de Belgisch-Nederlandse grens geen 369 maar wel 388 grenspalen. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat je met het blote oog van de ene paal naar de andere zou kunnen kijken, maar omdat het prijskaartje voor de palen zo hoog lag, werden er tussen twee ijzeren grenspalen telkens 3 kleine arduinen tussengrenspalen gezet. Die zijn slechts 120cm hoog plus 5cm voor de schuine kanten. 50cm ervan zit onder de grond. Vlakbij de hoeve met de toepasselijke naam "Grenspaalhoeve" staat grenspaal 242, op 10,05m boven zeeniveau. De mooie denappelknop bovenaan werd ooit eens gestolen en daarna vervangen door een eenvoudiger model.
We kijken neer op een dalend landschap, een vroeger moergebied dat "Nieuw Spilbeeck" of "Vleetmoer" genoemd werd, en wandelen door de "Vleetweg", een straatnaam die in 1970 toegekend werd aan deze verbindingsweg tussen Zandfort en Hollandse Dreef. "Vleet" stond synoniem voor "vlet" of "turfschuit". Maar "vleet" was ook synoniem voor "witte moer", minder diep gelegen moer, die gemakkelijker kon ontgonnen worden, maar ook van mindere kwaliteit was. In 1778 werd nog melding gemaakt van een perceel "vleete" in deze buurt. Het perceel werd echter nooit ontgonnen omdat de rechten hiervoor werden betwist door Bergen op Zoom.
In de verte zien we een kleine woonkern. Het is de "Molenwijk", eertijds ook een straatnaam, nu Bergsebaan. De "Molen van Hoek" waarvan we nu alleen nog de romp bemerken, werd gebouwd in 1830. Na iets meer dan 100 jaar trouwe dienst werd hij in 1931 onttakeld. De romp is blijven staan. Merkwaardig dat rond de molen een troepje huizen ontstond dat voeding gaf aan de wijknaam "Molenwijk". Normaliter probeert men een molen in onbebouwd gebied te houden om zoveel mogelijk wind te vangen vanuit alle mogelijke richtingen.
Meer dan 1000 jaar geleden was deze streek een onherbergzaam gebied met heide en veel moerassen. Rond 1150 schonk Arnold van Brabant het gebied aan de Abdij van Tongerlo. In 1278 stichtten de Wilhelmieten een klooster in Huybergen (nu NL), maar ze bouwden dit al dan niet per ongeluk op gronden van de Abdij van Tongerlo. In latere eeuwen bouwden deze laatsten in de buurt ook 13 hoeven, die ze verpachtten aan boeren, met de bedoeling om de moerassen en natte gronden droog te leggen en vruchtbaar te maken. De eerste bewoners vestigden zich bij voorkeur aan de beken, enerzijds aan de Molenbeek, anderzijds aan de Spillebeek. Langzaam werden het twee woonkernen die in de loop van de volgende eeuwen naar mekaar toegroeiden en de wijk Hoek gingen vormen. In 1859 werd Hoek een zelfstandige parochie in de gemeente Kalmthout. Een jaar later kreeg ze een parochiekerk, die in 1944 ernstig beschadigd werd bij beschietingen tijdens de bevrijdingsdagen en pas vijf jaar later hersteld. Ze is toegewijd aan Sint-Pieter. Tot 1977 behoorde Hoek bij de gemeente Kalmthout. In dat jaar ging het dorp administratief over naar de gemeente Essen. Omdat Hoek echt in een (boven-)hoek van het land ligt, kreeg het dorp in 2018 een kunstwerk met de naam "Grenshoek". Het werd ontworpen en gemaakt door Emiel Uytterhoeven.

Commentaar