-
-
96 m
48 m
0
2,1
4,2
8,43 km

1322 maal bekeken, 3 maal gedownload

nabij Bollenberg, Flanders (Belgique)

Herendaal-Consciencewandeling.
Vertrek aan de Herendaalhoeve in Lubbeek. Deze hoeve wordt de eerste keer vermeld in een Oorkonde uit 1266, opgeschreven door "Henricus de Libbeka" (Hendrik van Lubbeek), monnik van de abdij van Park in Leuven(Norbertijner Witheren).
In deze oorkonde wordt gezegd dat "Willem haren bets sone, van Herendale" (= Willem, zoon van heer Bet, van Herendaal) al het goed dat hij aldaar van de abdij van Park in cijns of pacht hield, aan deze abdij teruggaf. De schepenen van Lubbeek bezegelden dit.
Herendale, volgens de tekst "in de procghie van libbeke" gelegen, is de plaats van het huidige Herendaalhof. Deze hoeve werd volgens Van Even in 1289 gebouwd door abt Willem van Libbeke, samen met een zomerhuis voor de monniken en een kapel; tot 1796 bleef dit "hof" aan de abdij van Park toebehoren. De schepenen van Lubbeek ("scepenen van libbeka") waren in 1266: "Reinere van bollenberga ende Reinere van den bergall; de Bollenberg is thans nog een toponiem te Lubbeek.
Van bij het begin werd de hoeve, bij gebrek aan lekenbroeders, in pacht gegeven. De toenmalige abt, afkomstig van Lubbeek, liet achter de hoeve een buitengoed oprichten, met grote ontvangstzaal en kapel.
Witheren van Park waren in Lubbeek ook parochiepriester. De abdij inde er de tienden en genoot er de kerkelijke inkomsten.
In de 16de-17de eeuw had de Herendaalhoeve, de onbeschermde eigendom van een belangrijke instelling, het vaak zwaar te verduren: brand, onlusten, oorlog, verval door leegstand. De Parkabt werd de investeringen beu en liet zijn herenwoning grotendeels afbreken.
Tijdens de Negenjarige Oorlog (Europees conflict)brandden Franse soldaten van Lodewijk XIV in 1693 de hoeve plat. De heropbouw duurde tot 1698 en bepaalde grotendeels het huidige uitzicht van het hof.
In 1727 viel een gedeelte van de oude schuur in en werd een nieuwe, de nu nog bestaande, opgebouwd.
Ondertussen stonden onze gewesten evenwel onder Frans bewind en op 1 februari 1797 werd de abdij van Park gesloten. Op 6 juni 1798 werd de Herendaalhoeve als 'domaine national' verkocht aan Simon Buron, gewezen provisor van de Parkabdij. Hij droeg het goed later over aan de in een associatie verenigde resterende Parkheren, die het bedrijf als vanouds verpachtten.
In 1849 verkocht de Parkabdij, die in 1836 was heropgericht en het niet makkelijk had, Herendaal aan baron Dieudonné uit Korbeek-Lo. Nadien werd baron de Troostenberg de eigenaar en hij verkocht de hoeve in 1890 aan de toenmalige pachter Petrus Josephus Theys-Scheys. Ook vandaag is deze familie nog eigenaar en uitbater van de hoeve.
In het woonhuis en de aanpalende stallingen herinnert het opschrift AVE MARIA ANNO 1698 aan de voltooiing van de heropbouwwerken na de vernielingen door de Fransen. Aan de monumentale driebeukige langschuur (28 m lang en 12 m breed) verwijst het opschrift ANNO 1727 naar het bouwjaar.
De hooggelegen weide waar de hoeve aan paalt, heet om een goede reden Tiggelenberg, naar het woord Tegula, het platte gedeelte van de monumentale dakpannen van een Romeinse villa. Er ligt namelijk een Romeins bouwwerk op de zuidoostelijke helling van de Tiggelberg.
Vanaf de Herendaalhoeve vertrekken we naar links, richting Pellenberg. Aan het kruispunt nemen we de Herendaalstraat naar rechts, steken de Lubbeekstraat over en duiken de eerste holle weg van de dag in. IJzerzandstenen banken markeren links en rechts de talluds van de holle weg en we draaien naar rechts rond een grote hellende weide rechts en een klein dal links. Beneden gaan we op de Ledigheidweg naar rechts totdat we enkele honderden meters verderop rechts de tweede holle weg van de dag inslaan. Dit is de Oude baan van Aarschot naar Geldenaken volgens het kaartboek van de Abdij van Park (1665). We volgen de zeer oude weg omhoog langs ijzerzandsteenbanken. De weg liep oorspronkelijk richting Herendaalhoeve , vandaar naar Drogenhof (café Bonanza in Boutersem en vandaar naar het verdwenen Jagershof aan de Tiensesteenweg verder richting Jodoigne.

Commentaar