dominiek

Coördinaten 54

Geüpload 1 december 2013

-
-
72 m
28 m
0
1,9
3,7
7,43 km

1754 maal bekeken, 10 maal gedownload

nabij Hermansheuvel, Flanders (Belgique)

Tekst gebaseerd op de "Historische wandeling Assent" van de Heemkundige kring Bekkevoort en WinAr – Wingense Archeologische Dienst.
De wandeling op Wikiloc vertrekt aan de Elzenhouthoeve terwijl de originele wandeling aanvangt aan het Doornhof.
We geven de originele tekst weer en vangen onze tocht aan nabij het Doornhof. De wandeling vertrekt langs de oostzijde van het ‘Heren Brandt Hevel bos’ zoals het in Ferraris vermeldt staat. De naam van de straat ‘Doornhof’ zou afgeleid zijn van een akkerland omheint met een "doornhaag" doch volgens Frans Claes is de vermelding veel ouder. In het kerkarchief vond hij de naam "Jodenhof reeds terug in documenten uit 1444,
wat zou vermoeden dat er hier een hoeve van een Jood zou geweest zijn. Een andere mogelijkheid is dat het woord ‘Jood’ als scheldnaam gebruikt werd of dat de hoeve aan ‘Jordanus’ toebehoorde - een oude voornaam die men heden den dage nog terugvind in de achternaam Jordens. Vermeldingen zoals Juenhove, (1496) naar Duenhoeve (1532) leiden ons in het plaatselijke dialect verder naar de huidige naam. Tevens bevinden we ons hier op een wegje dat je op Ferraris kan volgen vanaf de kerk van Waanrode vertrekkend, waar het 'Diestsestraat noemt, over de Solberg, Gravenbos hier voorbij richting Mierenberg en Zandstraat en aansluit aan op de weg van Bekkevoort richting Diest.
Vervolgens dalen we de holle weg ten zuiden van het Doornhof af. Van oudsher was het Hageland doorkruist door kleine wegen. Wegens het zandlemige karakter van de bodem werd er zo snel als door het eerst getrokken karrensporen een soort afvoerkanaal gecreëerd waarlangs het water tijdens de regenbuien sneller naar beneden liep. Zodoende werden door het water meegesleurde sedimenten onderaan de heuvel afgezet. Deze vorm van erosie holde de wegen meer en meer uit tot er echte geulen ontstonden die voor kar en lastdier beter begaanbaar werden.
In deze holle wegen ontstaat er een microklimaat waardoor er zeldzame planten en struiken voorkomen. Vermelden we ook nog dat een holle weg ideaal was voor tijdelijke bewoning. Door simpel in de wand een hol uit te graven kon men een kamer maken waar het in de winter warm, en in de zomer koel was. Een vorm van passief wonen dus…
Verder zien we in de wanden van deze holle weg ijzerzandsteen afzettingen dagzomen. Deze ontstonden toen aan het einde van het Mioceen (ca. 6 miljoen jaar geleden) de zee wegtrok uit dit gebied en de glauconietzandbanken boven water kwamen te liggen. Glauconiet is zeer ijzerrijk en dit ijzer oxideerde door het contact met de lucht. Mede door het relatief warme klimaat van het Plioceen (ca. 5,5 miljoen tot 2,4 miljoen jaar geleden) ontstonden bodems met totale verwering van het glauconiet aan de oppervlakte. De uitgeloogde ijzerroest (limoniet) sloeg neer volgens de schuine gelaagdheid van het zand.
Hier kitte het met zandkorrels aaneen en verhardde. De gelaagde limonietzandsteenbanken kenmerken zich als compacte bruin-zwarte platen. De ijzerzandsteenbanken vormden een moeilijk erodeerbare kap in het landschap die de zandbanken tegen verdere verwering beschermde terwijl de sedimenten tussen de banken dieper werden weggevreten. Als gevolg van winderosie in meer recentere periodes verhieven de robuuste Diestiaan zandbanken zich steeds hoger boven de tussenliggende depressies. Deze zandbanken zijn nu in het landschap herkenbaar als geïsoleerde getuigenheuvels en worden vaak aangeduid met het toponiem ‘berg’ of ‘heuvel’ (Hermansheuvel, Osseberg, Delberg, etc.).
De basis van het heuvelachtige Hagelandse landschap was hiermee gelegd. De ijzerzandsteen zou op zijn beurt het uitzicht van de Hagelandse dorpen en steden bepalen.
Aangekomen aan de Struikstraat bemerken we langs de rechterkant een woning (WP 2) waarop een zinken plaatje met de vermelding 'La Belgique' met een kroontje
er boven, is aangebracht. Een dergelijk plaatje kan trouwens ook opgemerkt
worden te Molenbeek-Wersbeek aan de Natte-beempthoeve, waar het, net als hier
om een verzekeringsplaatje blijkt te gaan. Verzekeringsmaatschappij ‘La Belgique S.A. Compagnie d’Assurances’, opgericht te Brussel in 1855 markeerde op deze manier goederen die bij hun in portefeuille zaten. Wanneer het pand afbrandde kon men aan de hand van het plaatje nog zien dat het bij de firma verzekerd was geweest.
Vervolgens nemen we de weg links naar beneden. Rechts van ons zien we een grote lap grond, het Waanveld (WP 4). Dit ‘Wanveld’ word al vermeld in 1473, 'een groot couter te Wanne' , en later als op 't dwanveld, en gelegen naast de hoeve 'de oude wan'. Deze winning vermeld in 1460. De hoeve behoorde toen toe aan Coen Mechelmans, die deze "Winninge met Wanne' dan schenkt aan de Kartuizers (of Satroysen) van Zelem. De hoeve wordt in 1639 vermeld als afgebrand, tot in 1680 als er een nieuwe hoeve met dezelfde naam op het grondgebied van Assent, aan de Struikstraat door de monniken gebouwd word.
De benaming van de hoeve verwijst naar een ‘wan’, een gevlochten mand, die men
gebruikte om granen te zuiveren van kaf en ander vuil. Door de granen omhoog te werpen, in de wind(lat: vannus) werd het vuil er uit geblazen, de zwaardere korrels vielen terug in de wan.
Ongeveer een halve km verder langs de linker kant van dezelfde veldweg stappen we langs de Mispelaar (WP 5).
Mispelbomen kwamen naar onze streken tijdens de Romeinse overheersing. De vruchten worden pas eetbaar wanneer ze in een verrottingsfase zitten. De naam Mispelaer zou ons misschien kunnen later vermoeden dat hier ooit een mispelboom stond of een hele mispelgaard is geweest.
Mispelhout werd volgens de overlevering vooral gebruikt om stevige knotsen van te maken. Misschien werden deze in een latere fase dan uitgehold en vol lood gegoten om zwaarder te worden. Nog later zou men er ijzeren pinnen insteken, die op hun beurt vervangen werden door een bol met uitsteeksels, vastgemaakt aan een ketting. Je herkent het wel...goedendag dus.
In de jaren ’60 van vorige eeuw werden op deze plaats door ‘meester’ Henri Claes uit Webbekom een zeventigtal prehistorische werktuigen aan de oppervlakte gevonden. Na studie door prof. Piet Vermeersch (KULeuven) konden ze aan het zg. Magdaleniaan worden toegewezen, de laatste periode van het Jong-Paleolithicum (35.000-10.000 jaar geleden). Dit is erg bijzonder want op uitzondering van de site langs de Kleine Gete, te Orp-le-Grand (ontdekt door die andere pionier van de Hagelandse archeologie – August Boschmans), werden er tot nu toe geen Jong-Paleolithische resten gevonden in onze streek of elders in Vlaanderen
aangetroffen. Het merendeel van de voorwerpen op Mispelaar gevonden zijn gemaakt uit Wommersom kwartsiet, genoemd naar het gelijknamige dorpje bij Tienen. De steenontsluitingen in de buurt van dit ogenschijnlijk onbelangrijk gehucht voorzagen echter 10.000 jaar geleden het overgrote deel van de lage landen en Noord Frankrijk van grondstof voor werktuigproductie.
Op de grens met Waanrode, waar de Leemkuilstraat (de vroegere Wolfstraat) en
Gravenbosstraat samenkomen, staat een kapelletje, ter ere van de HH Famlie (WP 6). Frans Janssens, die ook de kapel aan de Steenberg liet bouwen liet deze kapel hier oprichten. Frans, ongehuwd, was geboren te Bekkevoort op 31 januari 1839, en zijn ouders waren rijke landbouwers. In 1865 werd hij lid van de kerkfabriek en bleef dit tot aan zijn dood in 1900. De Wolfsstraat was een onderdeel van de oude weg St.-Truiden-Zoutleeuw-Mechelen, en word zo vermeld vanaf ca 1594. Ze wordt zo genoemd omdat de Wolfshoeve langs deze weg
stond, deze wordt al vermeld in 1321 in een cijnsrol als ‘Manus Lupus tennet’ (hoeve in eigendom van Wolfs). Nog even terzijde vermelden dat de laatste wolf in Bekkevoort in 1768 geschoten is. In het kaartenboek van Averbode (1650-1680) wordt de straat met de benaming Heilig gat bedacht. Of dit een verwijzing is naar de monniken die hier op regelmatige passeerden op weg naar Mechelen, blijft giswerk.
Bij het kruispunt van de Leemkuilstraat met de Zellikse baan maken we een kleine zijsprong naar links. Volgen we de weg een 350 tal meter komen we aan een aarden padje uit (WP 8). Dit leidt naar de tumulus van Bekkevoort, de zg; Alverenberg. In maart 1905 werd deze heuvel onderzocht, hij had een diameter van 32 meter
en was 5.5 m hoog en was afwisselend opgebouwd uit lagen klei en zand, die een
regelmatige dikte hadden van ca. 4 cm. In het centrum van de tumulus was een OW geörienteerde brandstapel, in de vorm van een regelmatig parallellogram van 9 m op 3 m en nog 0,35 m dik.
De heuvel die wegens zijn afmetingen als voor-Romeins beschouwd werd, is in 1962 geslecht door de eigenaar.
Keren we op onze stappen terug, zien we de kapel van Onze Lieve Vrouw van Lourdes – Klein Kempen staan op de kruising van de Zelliksebaan met de Leemkuilstraat. Ook dit bidhuisje was gebouwd door Frans Janssens, wiens ouderlijk huis hier in de omgeving stond. Een beetje verder, langs de rechterkant zien we vijvers liggen waaraan de straat leemkuilstraat
haar naam dankt (WP 9). Deze (5+1) gaten in de grond zijn alles wat nog overblijft van de leemextractie die als grondstof diende voor de vroegere baksteenproductie in nabijgelegen veldovens.
De idyllische hoeve Elzenhout laten we aan onze linker kant liggen en we stappen rechtdoor de flanken van de Hermansheuvel op.
Hoewel er ook archeologische vondsten uit vroegere periodes (Oud- en Midden Paleolithicum) gedaan werden, is de site in de wetenschappelijke literatuur vooral erg gekend voor zijn nederzetting uit de Jonge Steentijd (ca 6000 jaar geleden), want hij bevat namelijk één van de drie gekende midden-neolithische enclosure sites uit Vlaanderen. Het bestaan van dergelijke sites kenmerkt het nederzettingssysteem van de vroegste landbouwers (de zg. Michelsbergcultuur) in grote delen van het Noordwest-Europese leemgebied.

Commentaar