-
-
70 m
39 m
0
2,8
5,6
11,22 km

51 maal bekeken, 4 maal gedownload

nabij Issegem, Flanders (Belgique)

Natuur en cultuur in Balegem

Wandel- en fietsroute
Balegem is de enige 'gemeente' in Vlaanderen met twee treinstations: Balegem Dorp en Balegem Zuid. Balegem Dorp fungeert nog steeds als volwaardig station, Balegem Zuid is enkel nog een op- en afstapplaats. Beide stations liggen op lijn 122 Melle-Geraardsbergen.
Het vroegere station van Balegem Zuid is een kopie van het station van Scheldewindeke. Nu blijft enkel nog het wachthuisje als fietsenstalling over.
Balegem Zuid werd in open vlakte gebouwd. Maar al snel groeide een levendige woonkern - Walzegem - rond het station, met drie herbergen, twee weegbruggen, een tolhuisje, ... en met handelsactiviteiten gericht op transport per spoor. Bij De Witte werden steenkolen verhandeld en Balegem Zuid fungeerde als overslagstation voor Balegemse steen. De Gazette van Gent kondigde op 1 maart 1867 het eerste transport aan: 5000 ton Balegemse steen met bestemming Nederland.
De spoorlijn 122 behoorde toe aan de private maatschappij 'Compagnie du Chemin de Fer de Braine-le-Comte à Gand'. Ze werd het eerst gebruikt voor goederentransport, op 6 januari 1867. De start van personenvervoer verliep minder vlot. De eerste passagierstrein stopte in Balegem Zuid op 22 januari 1867. In 1921 werd de concessie verkocht aan de Belgische staat.
Op Paasmaandag was er de vermaarde Berle-Jan kermis, genoemd naar Jan die in het tolhuisje (berle) woonde.



Auteur: Oosterzele

Meer informatie
De Leenstraat vormt de grens met de parochie Elene en sluit ter hoogte van de 'Galge' aan op de baan naar Geraardsbergen.
De rechten op het Langeleen in Balegem behoorden toe aan de parochie Elene. Trouwens vandaag nog maken de inwoners van Balegem die langs de steenweg Aalst-Oudenaarde en aan het Hof de Volderstraete wonen, deel uit van de parochie Elene.
De vrijstaande lindeboom op het Langeleen, is de grensboom tussen de parochies Sint-Martinus en Elene. Een 'Grensboom' is doorgaans een monumentale alleenstaande boom (vaak een linde) die een grens markeert.



Auteur: Oosterzele

Meer informatie
De Guillotinemolen is een indrukwekkende stenen graanwindmolen met zetelkap.
De molen werd tijdens de Franse periode in 1798 gebouwd in opdracht van Jean-Baptiste Platteau, brouwer en winkelier in Balegem. Dat jaartal is niet toevallig het jaar van de Boerenkrijg, de opstand van de zuidelijke Nederlanden tegen de Franse aanwezigheid.
De molen deed dienst als graan- en oliemolen en domineerde door zijn omvang de omgeving. Zijn lugubere bijnaam dankt hij aan een ongeval in 1798. Francis De Groote, werd bij het verlaten van de molen getroffen door een van de wentelende wieken.
De molen bleef in werking tot na de Tweede Wereldoorlog en raakte daarna in verval. Op 19 maart 1975 werd het een beschermd monument. In 1988 kocht de gemeente Oosterzele de molen aan. Het landhuis links aan het begin van de Kattenberg is de vroegere woning van de molenaar. De molen is een beschermd monument.
Aan de overkant van de Molenstraat, op de Kattenberg, is keramiek uit de 7e eeuw gevonden. afkomstig van een Merovingische begraafplaats.



Auteur: Oosterzele

Meer informatie
De Klepmolen is een kleine stenen graanwindmolen met zetelkap.
De stenen molen werd in 1889 door Denis De Meireleire gebouwd ter vervanging van een uitgebrande houten staakmolen uit 1792. De naam van de molen verwijst naar de vroegere wijknaam De Kleppe. Toen molenaar Jan De Waeghemaeker uit Anzegem in 1791 een aanvraag indiende voor een nieuwe molen werd tevergeefs bezwaar aangetekend door de lokale heer Charles-Ignace Juste de la Tour-Tassis. Hij had immers persoonlijke belangen in de bestaande molens in het dorp: hij was rechthouder van de Watermolen op het dorp en ook eigenaar van de verdwenen Schyvinckmolen in de buurt van de steengroeve.
In 1979 werd de molen een beschermd monument. De gemeente Oosterzele kocht de molen aan in 1980 en liet ze nog hetzelfde jaar herstellen. In 2011-2012 werd de molen opnieuw grondig gerestaureerd.



Auteur: Oosterzele

Meer informatie
Kapelletje van Issegem
De beschermde Mariakapel staat in de schaduw van een majesteuze lindenboom en dateert uit 1637. De datum valt binnen de Tachtigjarige Oorlog toen onze regio bezet werd door Spaanse troepen. Zo ontstond later bij de Vrede van Münster in 1648 een grens die dwars door de Zeventien Provinciën liep en het protestantse noorden van het katholieke zuiden (ruime regio België) scheidde.
De barokke sokkelkapel is ten dele uit Balegemse steen opgetrokken en staat langs de oude heerweg naar Geraardsbergen. Vlakbij was er het voormalige kasteel van de heerlijkheid Issegem dat in 1559 door de Gentse Calvenisten is verwoest. Issegem wordt reeds vermeld in de 11e eeuw en is van oorsprong een Germaanse nederzetting. De naam betekent 'Lieden van Hassi'.

De oude linde
Vermoedelijk is de linde aangepland in het bouwjaar van de kapel waardoor de boom tot een van de vijf oudste van Vlaanderen behoort. Het is een kleinbladige linde, ook winterlinde genoemd. Volgens een legende is de linde nóg ouder. Ze diende als schuilplaats voor een 'uit de galgeput' ontsnapte bandiet. Die belaagde de voorbijgangers die vreesden dat er een spook in de linde zat. Om de boze geest (het kwaad) te bezweren bouwden ze de kapel.
Na de wijding verdween het spook met de noorderzon.
Een linde is een 'goedboom'. Er werden linden geplant bij boerderijen, afspanningen, kerken en kapellen, op de grens tussen parochies. Het gebruik gaat terug tot de Keltische cultuur (4e-6e eeuw). Linden en christelijke tekens (kapel, kruisbeeld) versterkten mekaar en beschermden voorbijgangers tegen het kwaad. Jaarlijks wordt in de maand mei een openluchtmis gevierd aan de kapel.
De linde werd grondig gerestaureerd in 1978 en krijgt jaarlijks het bezoek van een boomchirurg die de oerboom in prima conditie houdt. Zijn stam heeft een
omstrek van 4,6 m. Linde, kapel en omgeving zijn beschermd.



Auteur: Oosterzele

Meer informatie
Welkom in Balegem.
Het is fijn wonen in Balegem. Ook als bezoeker ben je snel thuis in onze molengemeente. Balegem straalt rust uit maar is geen slapend dorpje. Balegem bruist, zeker weten! Balegem heeft vele troeven.
Het paradepaardje is de Balegemse jenever, een authentieke 'druppel' die geestrijk gestookt wordt bij Stokerij Van Damme.
Onze vier molens – drie wind- en één watermolen – zijn bakens in het landschap. De Balegemse steen, een geelgrijze, zachte, kalkhoudende zandsteen, werd gebruikt bij de bouw van kathedralen en stadhuizen over gans Europa.
De duivencultuur teelt welig in het dorp maar ook de 21ste eeuw heeft Balegem gevonden, met een rijk aanbod aan kleinschalige podiumkunsten en een actief jeugd– en verenigingsleven.
Balegem telt unieke landschappen: rond de Klepmolen, de Vosbroek, de Leenstraat, het Frankenbos, het Munkbos, de Brachtse Bossen,... inspirerend, rustgevend en uitzonderlijk bewaard. Een heerlijke mengeling van open en gesloten landschappen waarvan sommigen terug gaan tot de ijstijd.
Tot diep in de 20ste eeuw was Balegem een landbouwersdorp. De boerenstiel floreerde, al waren er ook Balegemnaars die hun boterham ver van huis verdienden. Ze namen de trein in de stations van Balegem-Dorp en Balegem-Zuid en trokken naar de hoogovens en steenkoolmijnen van de Waalse bekkens.
Vandaag zijn er minder landbouwers maar het dorp behoudt zijn landelijk én levendig karakter. Balegem bruist ... geniet ervan!



Auteur: Oosterzele

Meer informatie
Heilige Martinus
Dat Balegem is ontstaan als Germaanse nederzetting blijkt uit achtervoegsel 'gem' en ook uit de patroonheilige Martinus. De 'Populaire' heilige – bestrijder van het kwaad – was een grondlegger van het katholieke kloosterleven. Hij werd in 316 in Hongarije als zoon van Romeinse ouders geboren en trok op zijn vijftiende naar het Romeins leger. Bekend is de legende dat Martinus bij de stadspoort van Amiens de helft van zijn mantel schonk aan een bedelaar. Omdat de helft van zijn mantel eigendom was van de keizer van Rome kon hij slechts zijn helft weggegeven. In de arme man herkende Martinus de figuur van Christus en bekeerde zich. Tijdens de voorbereiding op het priesterschap werd hij op zijn negentiende duiveluitdrijver, bestrijder van het kwaad. In 371 werd hij bisschop van Tours.

Kerktoren in het oosten
De Sint-Martinuskerk werd gebouwd, van 1862 tot 1868, door de Gentse architect Edmond de Perre-Montigny, op de plaats van de vroegere kerk. De toren staat in het oosten, wat ongebruikelijk is. De reden ligt voor de hand. Balegem werd in die periode grondig hertekend door de aanleg van de spoorlijn en de baan van Scheldewindeke naar Elene, dwars door het dorp. De nieuwe weg - nu de Balegemstraat/Vrijhem - werd snel de belangrijkste straat van het dorp. De architect vreesde dat het terrein van de oude kerk onvoldoende stabiel was voor een grotere kerk en wou het godshuis aan de overkant van de achterliggende straat optrekken. Met het portaal aan de straatkant en het koor zoals gebruikelijk in het oosten.
Onder druk van de kerkfabriek en na openbaar onderzoek is dat niet gebeurd. De kerk moest op dezelfde plek verrijzen. Al is toen beslist het gebouw 180° te draaien zodat het portaal aan de straatkant ligt.

Roepsteen
De roepsteen is een verhoog van waarop officiële bekendmakingen werden 'afgeroepen', zoals wetten, besluiten en uitvoeringsopdrachten. Wetten zijn pas van kracht als zij ook openbaar gemaakt worden. De Balegemse roepsteen ligt nog steeds voor de kerk.



Auteur: Oosterzele

Meer informatie
Balegemse jenever

Balegemse jenever is kwaliteitsjenever die sinds januari 1865 op ambachtelijke wijze wordt gestookt in de unieke landbouwstokerij Van Damme - Issegem 2.
Uniek, omdat ze de laatste stokerij-boerderij in de Benelux is die zelf het graan voor haar jenever verbouwt.
Het echtpaar Henricus De Backer en Colleta Boxstaele waren de stichters. In 1883 overleed Henricus en zijn dochter Sidonie De Backer die gehuwd was met Gustaaf Van Damme, erfde het eigendom én de stookmicrobe. Hun zoon Henri Van Damme schonk het bedrijf de naam 'Stokerij Van Damme' in 1929. De eerste stookvergunning dateert van 29 december 1864. De stokerij bleef altijd binnen de familiestamboom en wordt vandaag uitgebaat door het echtpaar Ludo en Dominique Lampaert.
De vierkantshoeve en de originele stookinstallatie zijn als erfgoed beschermd in 2009 en ook de jenever zelf draagt de status van Beschermde Geografische Aanduiding. Het paradepaardje, de Balegemse 41°, draagt de kwaliteitsgarantie O'de flander.
Stokerij Van Damme beschikt over een jenevercafé, een jeneverwinkel en een gemeenschapsruimte en herbergt ook een gastenverblijf met 6 moderne kamers.

Van korrel tot borrel

De rogge wordt aangevoerd naar de maalderij waar het gemalen wordt voor de stookbeurt van de volgende dag.
Het gemalen graan wordt langzaam in warm water gegoten.Hierbij voegt men dan het mout.
Het mengsel wordt voortdurend geroerd. Vervolgens wordt de vloeistof naar een gistingskuip overgebracht.
De gevormde suiker in de vloeistof wordt daar omgezet tot alcohol en koolzuurgas.
Deze gegiste vloeistof wordt gedistilleerd in een stookkolom en daarna gezuiverd.
Distilleren is de kunst om op het juiste moment te bepalen waarop de "kop en de staart" (= de eerste alcohol en de eindalcohol)
van het "hart" (= de goede alcohol) mag gescheiden worden. Daarna wordt de graanjenever gerijpt in eiken houten vaten.
De jenever wordt via kleine vaten versneden en dan machinaal gebotteld tot het eindproduct.
Het originele productieproces van Gustaaf Van Damme wordt nog steeds nauwlettend gevolgd.
Omdat op het etiket sinds jaar en dag het jaartal 1862 wordt vermeld, vierde Stokerij Van Damme eind 2012 haar 150 jarig bestaan.



Auteur: Oosterzele

Meer informatie
Het opmerkelijkste bouwwerk op de Molenbeek is de watermolen.
De oorspronkelijke molen met houten rad is van het bovenslagrad type. Dat betekent dat het water bovenaan het rad wordt aangevoerd. De oudste vermelding van de molen gaat terug tot 1446. Tot einde de 18e eeuw was de korenwatermolen een heerlijkheid. De eigenaars waren rechten verschuldigd aan de heer van Balegem. De families die op de molen werkzaam waren, heetten De Mulder en Eeckhout. De molen bleef in werking tot begin jaren 50 van de vorige eeuw. Het molenhuis werd ontmanteld en fungeert nu als privaat woonhuis. Het vroegere molenaarshuis stond op de andere hoek.
Tijdens het Monumentenjaar 1975 werd het in verval verkerende houten rad door het huidige metalen rad vervangen.
Enkel het gerestaureerde waterrad, de houten goot die het water naar het rad leidt en de trap in Balegemse steen zijn bewaard gebleven.



Auteur: Oosterzele

Meer informatie
Balegemse steen, of Lediaanse steen (Zand van Lede), wordt aangetroffen in de geografische Formatie van Lede, onder de vorm van een drietal horizontale, doorlopende banken met een dikte van een halve meter. De steen is ontstaan in het Midden-Eoceen, ruim 40 miljoen jaren geleden, toen onze regio zee was.
De zandsteen vertoont een bleke, lichtgrijze kleur met een zweempje groen. Het is compact materiaal waarin veel fossielen voorkomen. De steen is opgebouwd uit fijnkorrelig kwartszand, kalkfossielen en groene (ijzer) glauconietkorreltjes, aaneengekit met calcietcement.
Op de zeebodem van de ondiepe Lediaanzee leefden veel schelpdieren. Na het terugtrekken van de zee (40 miljoen jaar geleden) werd het kalk van de schelpen in het grondwater opgelost en verspreid tussen de zandkorrels waar het als cement kon kristalliseren. Zodra alle poriën waren gevuld werd het zand een vast gesteente waarin de afdruk van diverse levende wezens als fossielen achterbleef.



Auteur: Oosterzele

Meer informatie

Commentaar