easytime

Coördinaten 123

Geüpload 20 februari 2016

Uitgevoerd februari 2016

-
-
25 m
18 m
0
1,3
2,5
5,07 km

678 maal bekeken, 9 maal gedownload

nabij Roeselare, Flanders (Belgique)

Wandelroute in Roeselare, aangeboden door erfgoed vlaanderen.


Religie, lokale nijverheid en handel, schalkse koopmansgeest en
de Vlaamse ontvoogdingsstrijd zijn thema’s die het erfgoed in
het straatbeeld van Roeselare bepalen. Het wat rommelig urbanisme van Roeselare bezit niettemin een charme die een bezoek aan het nijvere provinciestadje vaak verrassend maakt.


Voor meer informatie, lees "Langs Vlaamse Wegen – Roeselare, uitgave Stichting Monumenten- en Landschapszorg vzw i.s.m. stadsbestuur Roeselare en VTB-VAB, 1995"
Aan de zuidkant van de Grote Markt zie je het stadhuis. Het oudste gedeelte, dat dateert van de periode 1769 en 1771, werd ontworpen door architect Hendrik Bultinck uit Brugge in Lodewijk XV-stijl. Het galante torentje werd ontworpen door de Roeselarenaar Jacob Caytan. Op het fronton in de puntgevel prijkt het wapenschild van de mecenas Karel Theodor van Neuburg, heer van Roeselare. Het gebouw werd ernstig beschadigd op het einde van WO I. Om het plaatsgebrek op te lossen trok stadsarchitect René Doom in 1924-1925 het ‘nieuwe stadhuis’ op waarbij hij zich inspireerde op de vroegere stadshal.
Aan de voet van de belforttoren werd in 1925 een halfverheven Sint-Michielsbeeld geplaatst dat de heropbouw van de stad symboliseert.
Links van het stadhuis op de hoek van de Grote Markt zien we de gevel van het klooster van de grauwe zusters. Achter deze gevel bevond zich oorspronkelijk het gasthof De Gouden Leeuw, dat in 1683 door de grauwzusters-franciscanessen werd aangekocht. De religieuzen namen er twee jaar later hun intrek en vormden het pand om tot een klooster. Diverse oorspronkelijke elementen bleven bewaard, zoals de gesculpteerde trap van het gasthof die in het klooster werd geïntegreerd. Midden in de laatgotische gevel zien we een nis met een Onze-Lieve-Vrouwebeeldje.
Aan het nummer 26 zie je de fraaie gevel van de apotheek met zijn art-nouveaukenmerken.
Om de hoek van het belfort staat een merkwaardig kunstwerk dat de ‘persvrijheid’ voorstelt.
Het bisdom Gent kocht dit domein van de paters-heremieten van Sint-Augustinus en opende er in 1806 een bisschoppelijk kleinseminarie. De gebouwen werden op het einde van de 19de eeuw uitgebreid met onder meer het neogotische gebouw op de hoek met de Paterstraat.
Nadat paters-heremieten van Sint-Augustinus uit Gent zich hier in 1642 gevestigd hadden, bouwden ze een barok kapel, een klooster en een Latijnse school. Na de moeilijkheden tijdens de Franse Revolutie besliste de augustijnenorde om de vestiging in Roeselare te sluiten en werd door het bisdom Gent het kleinseminarie hier opgericht. Hier werkten leraars zoals dichter Guido Gezelle en missionaris Constant Lievens. Het kleinseminarie was in 1875 het toneel van de studentenopstand de ‘Groote Stooringe’, die was ontstaan uit de blauwvoeterij, een religieus geïnspireerde taalbeweging die vooral door geestelijken werd gedragen. De ‘Groote Stooringe’ ontstond in de poëzieklas van Albrecht Rodenbach met priester Hugo Verriest als leraar.
Op de hoek van de Botermarkt staat het beeldje van Peegie van beeldhouwer Jef Claerhout. Het is het symbool van de Roeselaarse rondtrekkende nieuwmarkters. Peegie tracht zijn laatste doosje schoensmeer te verkopen. Wanneer je de achterzijde van het beeld goed bekijkt, zal je de bekende commerciële aanleg van de Roeselarenaars beter begrijpen.
Het voormalige brandweerarsenaal uit 1902-1903, nu het Nationaal Wielermuseum op het Polenplein. is het meest opvallende gebouw het voormalige brandweerarsenaal uit 1902-1903. Het pand vertoont eclececlectische kenmerken met elementen uit de gotiek en de renaissance, typisch voor de Vlaamse stijl. Bovenop de puntgevel prijkt een gietijzeren beeld van Sint-Michiels. In de zaal waar het wielermuseum is ingericht, bevindt zich een indrukwekkende Vlaamse schouw.
De Sint-Alfonsusstraat heeft aan beide zijden prachtige gevelpartijen die getuigen van de rijkdom van de Roeselaarse burgerij. Het pand aan de nummers 7 en 9 dateert uit 1913.
De kerk en het klooster van de paters-redemptoristen, die zich in 1868 in Roeselare vestigden. De huidige paterskerk werd in 1874 ingewijd door de Brugse bisschop Faict. De kerk verzamelt een aantal stijlen. De muurschilderingen binnenin uit 1956 zijn van Arno Brys en waren revolutionair voor hun tijd. Het retraitehuis met kapel in neogotische stijl naast het klooster dateert van 1911-1912.
M. Delaerestraat met de geuzentempel uit 1879. Onder impuls van industrieel H. Tant ontstond in 1874 een protestantse gemeenschap waartoe ook de familie van Abraham Hans behoorde. In 1939 werd er verbouwd en kreeg de voorgevel een bescheiden torentje.
De Coninckplein met het standbeeld van Albrecht Rodenbach en de neoromaanse Sint-Amandskerk. Het standbeeld werd in 1909 ingehuldigd door een massa Vlaamsgezinden. Het beeld is van de Roeselaarse beeldhouwer Jules Lagae die de jonge Rodenbach uitbeeldt met een blauwvoet, het symbool van de blauwvoeterij.
Op het plein staat de imposante Sint-Amandskerk, ingewijd in 1872. De sobere neoromaanse stijl van het schip contrasteert met de sierlijke toren, bekroond met een opengewerkt klokkentorentje in eclectische stijl met vooral romaanse en renaissance-elementen.
Huis Wyckhuyse is genoemd naar de textielfabrikanten die van 1911 tot 1978 eigenaar waren. Oorspronkelijk was dit een bakstenen gebouw (1873-1874) in een sobere neoclassicistische stijl. De familie Wyckhuyse liet het grondig verbouwen met een gevel in witte hardsteen, versierd met rococo-elementen en muurzuilen met Korinthische kapitelen. Opmerkelijk is het ijzersmeedwerk aan de voorgevel van de internationaal bekende kunstsmid Lodewijk van Boeckel (1857-1944).
In de buurt van de Kleine Bassinstraat treffen we sporen aan van het industriële verleden van Roeselare. De aanleg van een aantal grote waterreservoirs vanaf 1860 maakte van de aanpalende gronden gegeerde industrieterreinen. Op het einde van de 19de eeuw vond hier een verregaande urbanisatie plaats met statige herenhuizen, sobere burgerwoningen, schamele arbeidershuisjes die geprangd zaten tussen spinnerijen, garenkokerijen, blauwververijen, steenbakkerijen, brouwerijen en ateliers van huidenvetters of cichorei-asten. Hier en daar vind je er nog overblijfselen van.
Aan de Ronde Kom zitten nu hengelaars, maar indertijd diende het reservoir voor de watervoorziening van de fabrieken.
Gasthuisstraat met het ‘Moederhuis’ uit het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw en de oude stallingen van de boerderij van het Godshuis-Hospitaal.
Op het nummer 212 van de Noordstraat ken je het imposante Huis Hostens bewonderen uit 1909 met een gevel in Italiaans getinte barok. Let vooral op de gebeeldhouwde figuurtjes in de nissen boven de vensters van de eerste verdieping.
De Stedelijke begraafplaats is een lommerrijke begraafplaats met prachtige dreven en zeldzame bomen, indrukwekkende grafmonumenten, een militair gedeelte en een campo santo met onder meer praalgraven van de Vlaamse voorvechter Albrecht Rodenbach en de letterkundigen Roger Fieuw en Willem Denys.
De kerk en klooster van de Arme Klaren. Het gezellige neogotische kerkje werd gebouwd tussen 1870 en 1873. Bij de ingang lezen we het gedicht ‘Het klooster’ van Rodenbach. In het toegangspoortje van het klooster prijkt het beeld van Onze-Lieve-Vrouw-ter-Engelen.
De Sint-Michielskerk voert ons terug naar 1066. Na een brand in 1488 werd de kerk vanaf 1497 heropgebouwd in laatgotische stijl. Een renovatie die begon in 1610 resulteerde in een driebeukige kerk met een slanke gotische torenspits. In 1735 waaide de spitse torennaald om en werd hij vervangen door een klokvormige bekroning. De kerk bezit enkele waardevolle kunstwerken, waaronder een barokke preekstoel uit de 17de eeuw.

Commentaar