Tijd  3 uur 3 minuten

Coördinaten 1222

Geüpload 17 november 2018

Uitgevoerd april 2017

-
-
14 m
2 m
0
2,5
5,0
9,97 km

26 maal bekeken, 1 maal gedownload

nabij Het Zwin, Flanders (Belgique)

22 april 2017
De meeste bossen in 'De Zwinduinen en –polders' zijn niet op natuurlijke wijze ontstaan, maar aangelegd door de mens. Ze werden vooral aangeplant in de jaren 1960. Spontane bebossing kreeg slechts hier en daar een kans. De allereerste aanplantingen van dennen (Pinus sylvester) gebeurden al in 1883 in het westen van het gebied.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
Om het vliegveld in de 'Kleyne Vlakte' en de verdedigingscomplexen in het noorden van 'De Zwinduinen en –polders' te verdedigen, werd in het begin van de jaren 1940 een antitankgracht aangelegd. Dit gebeurde ten westen van het vliegveld en is hier nog steeds zichtbaar. Ook in het weiland wat verderop in de 'Kleyne Vlakte' kan je de sporen van de antitankgracht nog zien. Deze gracht werd door de Duitse ingenieurs aangelegd op een restant van een oude geul uit de 19de eeuw toen het huidige bos-, weide- en duingebied nog een strandvlakte was.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
De mooiste duinvalleivegetaties komen hier voor, op het tracé van een doorbraakgeul van het begin van de 19de eeuw toen het gebied nog uit slikken en schorren bestond.

Onder meer de Duingentiaan (Gentianella amarella), een uniek en zeldzaam bloempje, doet het op deze plaats bijzonder goed.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
De indijking van 'De Zwinduinen en -polders' startte in 1785 met de aanleg van de Hazegraspolderdijk. Hierdoor ontstond de Nieuwe Hazegraspolder. Twee jaar later volgde de indijking van de Zoutepolder door de Zoutepolderdijk. Op de strandvlakte bleven nog drie geulen actief die in de eerste helft van de 19de eeuw geregeld doorbraken. De duinbeek (paardenmarktbeek) en het microreliëf in het weiland aan de overkant van de Graaf Leon Lippensdreef zijn nog restanten van de meest westelijke geul van de drie. Bij zware stormen zetten deze drie geulen de dijken van de Hazegraspolder en de Zoutepolder onder druk. Een storm op 14-15 januari 1808 sloeg een bres in de Hazegraspolderdijk op de plaats waar we nu staan. Het wiel voor ons is een overblijfsel van deze dijkdoorbraak. Om de dijkbreuk te herstellen werd een Kraagdijk opgetrokken. Later werd op deze plaats een fietspad aangelegd en dit verklaart meteen de oorsprong van deze insprong! De westelijke tak van het toenmalige Zwinestuarium (ook gekend als Smokkelgat of Paardenmarktkreek) vormde ook een bedreiging voor de Hazegraspolderdijk en werd vanaf 1827 stapsgewijs afgedamd. In 1849 werd de Smokkeldam aangelegd. De bouw van de Internationale Dijk (1872-1873) was een laatste stap in de bedijkingsgeschiedenis. Vanaf dan stond het gebied niet meer onder invloed van de zee. De echte zeedijk kwam er pas in de periode van 1910 tot 1943.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
Het Vlaams Natuurreservaat 'De Zwinduinen en -polders' kent een waaier aan kustbiotopen. Langs de zeezijde vind je zeereepduinen, meer landinwaarts gaan de duinen over in struweel en duingrasland en tref je een aangeplant bos met loof- en naaldhout. Het zuidelijke deel van het reservaat is een voormalige strandvlakte die nu bestaat uit weiden. Van hieruit heb je uitzicht op al deze verschillende kustbiotopen.

Door overgangen in onder meer de bodem (van zand naar klei) en het grondwater (van zout naar zoet), kent dit natuurgebied een uiterst zeldzame flora en fauna en is daardoor uniek in Vlaanderen!

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
In 'De Zwinduinen en -polders' hebben heel wat mijnenvelden gelegen. In 1944 verspreidden de bezetters landmijnen over het volledige vliegveld waardoor het onbruikbaar werd. Het mijnenveld kreeg de codenaam '114 Odette 712'. Er lagen ongeveer 12. 000 mijnen. De meeste mijnenvelden werden nog tijdens WO II opgeruimd door de geallieerde troepen maar een aantal achtergebleven mijnen zorgde later wel voor dodelijke ongelukken.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
De aanleg van het golfterrein 'Nieuwe Golf' of 'Golf aan de Lekkerbek' had opnieuw een grote invloed op het landschap: het terrein werd geëffend, duindoorn werd gekapt, waterputten werden gegraven en grond en graszoden werden aangevoerd. Toch bleef het bestaande reliëf nog enigszins gerespecteerd. Vanaf de zomer van 1929 kon er worden gegolfd, tussen de schapen weliswaar want het terrein bleef gewoon verder dienst doen als weide. De villa 'Het Bronnetje' ten westen van de 'Groenpleinduinen' werd gebruikt als clubhuis. Hier is de golfbaan nr. 18 te zien. Deze werd na de Tweede Wereldoorlog doorsneden door de aanleg van de Zwinlaan.

Tijdens WO II werden de graszoden van de golfbanen gebruikt om stellingen te camoufleren en in de golfbanen het dichtst bij de zee werden mijnenvelden aangelegd.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
Bij de aanleg van het vliegveld in de 'Kleyne Vlakte' in het begin van de jaren 1930 werden de duinen die hier lagen volledig geëffend voor de bouw van de landingsbanen. Op 1 februari 1953 liep de 'Kleyne Vlakte' ongeveer een halve meter onder water door de beruchte overstromingsramp. Ten noorden van de Koninklijke villa was de 'Internationale Dijk' immers wat lager gelegen omdat het Belgische leger op die plaats munitie naar zee voerde om te laten ontploffen. Om de 'Internationale Dijk' te herstellen werd hier zand gewonnen en ontstonden 2 putten.

Na het opdoeken van het vliegveld, werden hier in de jaren 1960 zeedennen aangeplant en de putten werden gebruikt voor de jacht. In het kader van het natuurherstelproject 'ZENO' werd in 2008-2010 de oorspronkelijke duinvegetatie terug hersteld door deze streekvreemde zeedennen deels te kappen, de putten uit te diepen en de oevers af te schuinen.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
De Paardenmarktbeek is een restant van een zijtak van de geul in de oude Zwinmonding. Ze ontspringt nabij de Zwinlaan, in het westen van het natuurreservaat. Deze beek kent nog een natuurlijk verloop, want ze volgt voor een deel een doorbraakgeul uit de 19de eeuw.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
In 1929-1930 werd een paardenrenbaan aangelegd in 'De Zwinduinen en -polders'. De Paardenmarktbeek werd hierbij deels gebetonneerd om te dienen als hindernis. Voor de bouw van de paardenrenbaan werden de gronden genivelleerd, betonnen afsluitingen opgetrokken en kijkheuvels aangelegd. Tot de jaren 1960 werden er jaarlijks internationale jumpings georganiseerd. De bekendste deelnemer was Prins Bernard van Nederland. In september 2007 werden de vervallen restanten van de paardenrenbaan verwijderd in kader van het natuurherstelproject 'LIFE-ZENO'. De populieren en wilgen rondom het voormalige jumpingterrein werden verwijderd of geknot want door bladval en schaduw hadden ze een negatieve invloed op de vegetatie. De loop van de voormalige Paardenmarktbeek werd weer zichtbaar gemaakt in het landschap. Ter hoogte van de meidoorn midden in het grasland lag de betonnen springbak. Achteraan is de voormalige kijkheuvel nog te zien.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie
hier iets gedronken, Tocht samen met Brian Wesley Tjessa en Rita
De hier aanwezige wilgen zijn allemaal cultuurwilgen, meerbepaald typische wilgen voor het maken van manden. Bekijk de foto's van links naar rechts, van boven naar onder: Foto 1: Salix x mollissima variëteit undulata, 'Lerenband' genoemd door de mandenvlechters. Dit is een kruising van een amandelwilg met een katwilg; Foto 2: Salix x dasyclados, de 'Duitse dot'. Door de mandenvlechters 'Kletters' genoemd. Een kruising van katwilg, boswilg en grauwe wilg; Foto 3: Salix viminalis, Katwilg volgens de ora en 'Wiedauw' volgens de mandenvlechters. Dit is een zeer oude mandenmakerswilg, vermoedelijk door de Romeinen geïmporteerd, wellicht uit Siberië; Foto 4: Salix fragilis variëteit Russeliana, een vrouwelijke cultuurkloon van de kraakwilg. Door de mandenvlechters 'Oud rood' genoemd; Foto 5: Salix x rubens variëteit Basfordiana. Een kruisingsproduct van een schietwilgvariëteit (uit de Balkan) en een kraakwilgvariëteit (uit de lage landen). Door de mandenvlechters 'Gele wijmen' genoemd; Foto 6: Salix purpurea variëteit purpurea, 'Bittere wilg'. Door de mandenvlechters: 'Leentjes' of 'Lintjes' genoemd. In de jaren 1930 werd dit wilgengriend geëxploiteerd. De wissen werden gesneden en gebruikt om manden te vlechten. Lokaal wordt een griend ook wel 'Wiedauwbusch' genoemd. In de jaren 1950 en 1960 werd dit griend ook gebruikt als mantel-zoom-aanplant voor de jachtbosjes.

Auteur: Agentschap voor Natuur en Bos

Meer informatie

Commentaar