dominiek
  • Foto van ELIKSEM Koningsmolenwandeling 13 mei 2010
  • Foto van ELIKSEM Koningsmolenwandeling 13 mei 2010
  • Foto van ELIKSEM Koningsmolenwandeling 13 mei 2010
  • Foto van ELIKSEM Koningsmolenwandeling 13 mei 2010
  • Foto van ELIKSEM Koningsmolenwandeling 13 mei 2010
  • Foto van ELIKSEM Koningsmolenwandeling 13 mei 2010

Moeilijkheidsgraad   Middelmatig

Tijd  één uur 58 minuten

Coördinaten 747

Geüpload 5 december 2010

Uitgevoerd mei 2010

-
-
76 m
38 m
0
2,5
5,1
10,13 km

2532 maal bekeken, 30 maal gedownload

nabij Eliksem, Flanders (Belgique)

Eliksem-Koningsmolenwandeling.
Je gaat van de molen naar het station van Eliksem, daarna door een Romeinse weg, de zogenaamde "Longa", vandaag een holle weg, naar Ardevoorde.
De Longa is een gedeelte van een oude Romeinse weg, een diverticulum van de heirbaan Tienen-Tongeren, die Tienen wellicht met Landen verbond en daarna verder liep naar Tongeren over Montenaken enz.... Deze holle weg is een van de mooiste en diepste van Vlaanderen, ook al heeft hij de laatste dertig jaar erg te lijden gehad van moderne landbouwinvloeden, sluikstorten en een gebrekkig beheer. Een gedeelte van de merkwaardige flora is verloren gegaan o.a. ruig klokje, donderkruid, voorjaarsmorielje. Toch blijft dit geklasseerd monument op de wandelaar een speciale charme uitoefenen door zijn grootte, zijn microklimaat, de galerij-achtige begroeiing en vooral de rust die hij uitstraalt.
De naam Ardevoorde komt van Har en voorde, oversteekplaats over een rivier. Ar is een zeer oude naam die verwijst naar "Water". Dit bestanddeel zit ook in plaatsnamen zoals Archenne, Waver, Wever, Aarschot, maar ook Orp-Jauche... (har-dorp).
Van Ardevoorde gaat het naar het gehucht Laar, doorheen bucolische landschappen.
Laar werd reeds bewoond in voorhistorische tijden, meer bepaald de steentijd. Het bewijs hiervoor is geleverd onder vorm van uit silex vervaardigde werktuigen. Ook Romeinse en Frankische sporen werden hier teruggevonden.
De huidige dorpskern, waar we doorwandelen, is van vroeg middeleeuwse oorsprong (laar = Middelnederlands voor woeste, onbebouwde grond, open plek in het woud).
We wandelen doorheen de Heuvelhofstraat langs de kerk (bouwjaar 1774) en de Tiendenschuur (1781). Deze omgeving werd geklasseerd als beschermd monument. Naast de schuur staat het beeld van pastoor Loriers die overleed in 1794 ten gevolge van verwondingen opgelopen bij mishandeling tijdens een veldslag.
Juist vòòr de kapel van de drie zusters - Bertilia, Eutropia en Genoveva -
nemen we de verkavelingsweg links en wandelen langs de Waarbeek terug naar de Deisbeek. De kapel van de drie gezusters is zeer interessant.
De heiligen Bertilia (van Mareuil), Eutropia (van Reims), en Genoveva (van Parijs) worden voorzover bekend alleen in de Nederlandse provincie Limburg in België en in het Duitse Rijnland ten westen van Keulen gezamenlijk vereerd onder de naam Drie Gezusters, Drie H. Maagden of Drei Jung-frauen.
Zij waren geen familie van elkaar, stammen uit verschillende tijdperken en zouden weliswaar leden zijn van dezelfde kloosterorde, waarvan Bertilia overste zou zijn geweest.
Er is dus duidelijk sprake van een bewuste Christelijke samenvoeging van drie heiligen die niet uit dezelfde periode stammen tot een drie-eenheid.
We weten dat eeuwen voor de kerstening van onze streken de Kelten in onze streken de cultus kenden van de zogenaamde moedergodinnen of moiren. De
Kelten geloofden in vele goden en aanbaden ook elementen uit de natuur. De 3
moiren stonden aan de bron van alle leven, zij sponnen de levensdraad. Zij
waakten over het wel en wee van de mensen. Vooral werden ze aanzien als
behoeders van moeder en kind.
Bij de Romeinen heetten de moedergodinnen – die wellicht van Indo-europese oorsprong zijn en daarom zowel bij Kelten als Romeinen werden vereerd - Matres of Matronae.
Vaak werden ze, altijd drie in aantal, zittend voorgesteld met een
korf vruchten in de hand, als zinnebeeld van de vruchtbaarheid. Dit Romeinse
gebruik kende ongetwijfeld ook veel bijval onder de bevolking van onze streken
De oorsprong van de gezamenlijke verering van de drie gezusters zou kunnen verwijzen naar de voorchristelijke cultus der drie moedergodinnen zoals de Romeinen maar ook de Kelten die kenden. Een aantal schrijvers meent dan ook dat sprake is van een kerstening van de cultus rond de Keltische, Germaanse of Romeinse drie Matrones of Moedergodinnen. Misschien biedt daarnaast de kerkelijke kalender aanknopingspunten: Bertilia en Genoveva delen dezelfde feestdag (3 januari), de feestdag van Eutropia (14 december) valt kort ervoor en Eutropia en Genoveva delen elementen in hun vitae. In bedevaartplaatsen wordt hun feest overigens vaak in mei of juni gevierd.
Zij dragen ieder een lang blauw kleed en een bruine mantel. Bertilia's mantel bedekt ook het hoofd. Zij leest in een boek dat in haar rechterhand rust, terwijl zij in de linkerhand een spinrok houdt. Eutropia, met zwarte hoofddoek, drukt de rechterhand tegen haar borst, in de linker houdt zij een boek en een zwaard.
Sommige schrijvers menen dan ook dat de missionarissen bij de kerstening van onze streken deze heidense gebruiken een christelijke wending hebben gegeven. Er werd toegepast wat paus Gregorius de Grote voorschreef toen hij Augustinus voor de bekering van Engeland uitzond: "Ik ben van gevoelen dat men de tempels der afgoden niet moet verwoesten, alleen de afgodsbeelden moet men vernietigen. Men zal de muren der tempels met wijwater besprenkelen om ze te zuiveren, ... Opdat het volk, ziende dat men zijn tempels eerbiedigt, gaarne zijn dwalingen zal afleggen."
M.a.w. : neem de vorm over van de cultus maar geef er een andere inhoud aan. Een wijdverspreide en beproefde wijze van kerstenen.
Men vindt de christelijke versie van de aloude Keltische cultus onder
verschillende vormen terug in de ons omringende landen. In de dom van het
Duitse Worms vindt men een afbeelding in stenen reliëf uit de 13de eeuw van de
3 heilige maagden: Einbede, Warbede en Willebede. Varianten op deze namen vindt men op vele andere plaatsen in Duitsland. Op sommige plaatsen heeft
men de 3 maagden meer christelijke namen gegeven: Fides, Spes en Charitas,
dus geloof, hoop en liefde. Deze laatsten komen ook voor in het Romeins
martyrologium (martelarenboek), maar hier samen met hun moeder Sophia
(wijsheid). Alle voorkomende heilige vrouwen worden allen om dezelfde gunsten
aanroepen en worden op dezelfde wijze afgebeeld. De oudste christelijke
getuigenis van 3 heilige vrouwen vond men op de zegel van bisschop Pilgrim
van Keulen, die zetelde van 1021 tot 1036.
In onze streken vond deze verchristelijking ook plaats en wellicht werden de
oorspronkelijke Moedergodinnen vervangen door drie historische vrouwelijke
heiligen: Genoveva, Bertilia en Eutropia. Deze namen vinden we terug in
Limburg, ook in Opoeteren.
Alhoewel men ze steevast "De Drie Gezusters" blijft noemen, hebben deze
vrouwen helemaal niets met elkaar te maken. Ze leefden wel alle drie in Noord-
Frankrijk, maar wel in verschillende eeuwen.
Genoveva, de patrones van Parijs, werd geboren in Nanterre, op 12 km van
Parijs, omstreeks 425. Ze stierf op 3 januari 512 en speelde een opvallende rol
in de bescherming van Parijs tegen de invallen van de Hunnen en de Franken.
Volgens haar levensbeschrijving >at zij slechts tweemaal in de week wat
gerstebroood en wat bonen in olie en deed deze vrouw, die op 15-jarige leeftijd
de maagdensluier ontving, reeds gedurende haar leven verschillende wonderen.
Bertilia stamde uit Maroeil en was van adellijke afkomst, en was familie van
Clovis, de Frankische vorst. Zij huwde een edelman uit Auvergne, maar legde de
eeuwige gelofte van zuiverheid af, hierin gevolgd door haar man. Na zijn dood
deelde ze haar rijkdom met de armen en leefde zeer vroom. Ook zij deed haar
eerste wonder gedurende haar leven, namelijk door een uitgedroogd riviertje,
nodig voor de graanakkers, weer terug van water voorzien.
De wieg van Eutropia stond in Reims. Zij was de zuster van bisschop Nicasius.
Toen in 406 de stad door de Vandalen werd belegerd en vele mensen er
vermoord werden, waaronder de bisschop, stierf zij er ook de marteldood, nadat
zij de aanvoerder der Vandalen een klap had gegeven.
De oudste verering van de Drie Gezusters in onze streken moet men situeren in
Zuid-Limburg. Men neemt aan dat de eredienst der Drie Gezusters in gang werd
gezet in de Karolingse tijd door de bisschop Remaclus en rond het jaar 800 reeds vaste vormen had aangenomen.
Eigenaardig is wel dat de Drie Gezusters op drie verschillende plaatsen vereerd
worden: Genoveva in Zepperen, Bertilia in Brustem en Eutropia in Rijkel. Maar
er is wel een grote gelijkenis tussen de drie plaatsen. Ieder van de drie heiligen is afgebeeld op dezelfde wijze: rechtstaande, gekleed in een nonnenhabijt. Elk wordt aanroepen voor de zelfde kwalen, en op alle drie de plaatsen is er een bron naast de kerk - typisch Keltisch (?) -, waar de pelgrims water uit nemen.
De bron bij de kerk speelde een belangrijke rol in de verering. Hier deed men
namelijk de •waterproef•. De bedevaarders hadden stukjes stof bij uit de kleding van de zieken waarvoor zij kwamen bidden. Dit werd in het water gegooid en, wanneer het lapje bleef drijven, dan zou de zieke genezen. Zonk het echter, dan moest men zich wenden tot een andere heilige.
Vanuit Zuid-Limburg geraakte de verering van de Drie Gezusters verder
Verspreid en veelal langs veldkapellen, zoals hier in Laar, wat zeker
op het folkloristische karakter van deze devotie wijst.

Van op de ruilverkavelingsweg ervaren we de vallei als een smal lint dat geprangd zit tussen de grote akkergebieden. We herkennen de typische vallei-elementen: knotwilgenrijen, hagen, populieren.
Tenslotte wandelen we terug naar de Koningsmolen.

Commentaar