• Foto van Grobbendonk -  Land van Felix Timmermans
  • Foto van Grobbendonk -  Land van Felix Timmermans
  • Foto van Grobbendonk -  Land van Felix Timmermans
  • Foto van Grobbendonk -  Land van Felix Timmermans
  • Foto van Grobbendonk -  Land van Felix Timmermans
  • Foto van Grobbendonk -  Land van Felix Timmermans

Moeilijkheidsgraad   Gemakkelijk

Coördinaten 178

Geüpload 15 juni 2014

Uitgevoerd juni 2014

-
-
28 m
3 m
0
3,8
7,6
15,19 km

463 maal bekeken, 18 maal gedownload

nabij Grobbendonk, Flanders (Belgique)

Grobbendonk - gedaan op 29-12-2013
op zoek naar de romantische plekjes in het land van Felix Timmermans

De wandeling is een luswandeling van ongeveer 13km of 20km. We vertrekken vanaf de parking aan de kerk.

De benedenvallei van de kleine Nete en de Aa werd vaak beschreven door Felix Timmermans. De bekende Vlaamse schrijver vertoefde graag in het vlakke en afwisselende landschap van vochtige weiden omzoomd met bomenrijen, uitgestrekte bossen met her en der nog heiderestjes. Je krijgt het allemaal voorgeschoteld op deze wandeling, met als toemaatje: Grobbendonk, het centrum van de Kempische diamantverwerkende nijverheid, en het Albertkanaal.

De naam Grobbendonk is een samenstelling van de Germaanse toponiemen: grobbe of gracht en donk of zandige ophoping of landtong met water omspoeld. We verlaten Grobbendonk langs de Troonstraat, deze volgt het tracé van de vroe¬gere stoomtram van Broechem naar Antwerpen. Na 3,8 km komen we aan de water¬mo¬len op de Aa. De molen brandde verschillende keren uit: 1268, 1597 en 1919. Nu is hij geklasseerd.
Nadien bereiken we het Molenbos. Het bos bestaat grotendeels uit naaldhout.
Na Kerkeveld komen we in Pulle. Hier dienen we keuze te maken, korte of grote lus. De grote lus brengt ons door een rustig Kempens landschap naar het Pulderbos en Vierseldijk. Vierseldijk is een gehucht van Viersel. Door de aanleg van het Albertkanaal werd het van de hoofdparochie afgesneden. Vanaf hier volgen we het kanaal tot aan de kleine Nete. Hier slaan we links af om terug te keren naar Grob¬ben¬donk.

Commentaar